Informatiepagina

In het kort

Apothekers van het IVM voerden in 73 intramurale zorgorganisaties medicatieaudits (‘thermometers’) uit. Het betrof 23 instellingen in de gehandicaptenzorg, 8 in de geestelijke gezondheidszorg en 42 in de ouderenzorg. Dit is de top 5 knelpunten.

Het medicatieproces is een complex en daardoor een risicovol proces. Een fout op het gebied van medicatie kan grote gevolgen hebben voor de cliënt. In 2017 en 2018 voerden apothekers van het IVM in 73 intramurale zorgorganisaties medicatieaudits (‘thermometers’) uit. Het betreft 23 instellingen in de gehandicaptenzorg, 8 in de geestelijke gezondheidszorg en 42 in de ouderenzorg. Dit is de top 5 knelpunten.

KNELPUNT 1 | Toedienlijst incompleet of onduidelijk

Het toedienen van geneesmiddelen is een complex proces waarin veel mis kan gaan. Met een goede toedienlijst is het voor het zorgpersoneel in één oogopslag duidelijk welke cliënt welke medicatie moet krijgen. Echter vaak is de toedienlijst niet up-todate.
Regelmatig ontbreken op de toedienlijst geneesmiddelen, zoals zelfzorgmiddelen die de verzorging geeft of staan er geneesmiddelen op de toedienlijst die al lang zijn gestopt.

Slechts bij één op de drie instellingen waren alle bekeken toedienlijsten
compleet en up-to-date. Ook belangrijk is dat de informatie op de toedienlijst duidelijk is voor de zorgmedewerker.
Op dit gebied is nog de nodige verbetering te behalen. De apothekers van het IVM vonden de toedienlijsten slechts bij een op de drie instellingen duidelijk.

Een aantal voorbeelden:

  • de naam van het geneesmiddel op het zakje komt niet altijd overeen met de naam van het geneesmiddel op de toedienlijst, hetgeen tot verwarring kan leiden.
  • bij cliënten die ‘gemalen’ geneesmiddelen moeten krijgen, heeft de apotheek niet gecontroleerd of de geneesmiddelen gemalen mogen worden en/of is op de toedienlijst niet per geneesmiddel vermeld of het geneesmiddel gemalen of opgelost moet worden.
  • op de toedienlijst is de volgorde van de toedientijdstippen niet chronologisch, hetgeen tot verwarring kan leiden en tot het geven op een fout tijdstip.
  • bij zalven en crèmes is niet vermeld waar ze gesmeerd moeten worden. Ook staat dit niet vermeld op de tube of het potje.
  • bij 'zo nodig' medicatie is niet aangegeven wanneer en hoe vaak het gegeven mag
    worden.

KNELPUNT 2 | Controles bij toedienen niet altijd goed uitgevoerd

Bij het klaarzetten, aanreiken en toedienen van geneesmiddelen voeren de zorgmedewerkers een aantal controles uit. Bij medicatie die door de apotheek is uitgezet, bijvoorbeeld in een medicijnrol, controleert de zorgmedewerker op cliëntnaam, tijdstip
en juiste medicatie (identiek aan de toedienlijst). Daarnaast controleert de zorgmedewerker of het aantal medicijnen in het zakje klopt met het aantal op de toedienlijst. 

Bij medicatie die niet door de apotheek uitgezet kan worden - bijvoorbeeld injecties, druppels, dranken en 'zo nodig' medicatie – controleert de zorgmedewerker aan de hand van de toedienlijst en het etiket op het geneesmiddel of het juiste
geneesmiddel wordt gegeven. Ook controleert de zorgmedewerker of het geneesmiddel nog houdbaar is.

Bij risicovolle medicatie - zoals insuline en anticoagulantia (acenocoumarol en fenprocoumon) controleert bovendien een tweede persoon of het juiste gegeven wordt. De apothekers van het IVM constateren dat de zorgmedewerkers bij ongeveer de helft van de instellingen niet alle controles goed uitvoeren. Grootste knelpunt is de dubbele controle bij risicovolle medicatie. Deze is niet altijd goed uitvoerbaar, met name door krappe personeelsbezetting.

KNELPUNT 3 | Geen medicatieverificatie bij 'in zorg komen'

Bij 'in zorg komen' is het belangrijk dat in kaart wordt gebracht welke medicatie de cliënt daadwerkelijk gebruikt. Dit kan namelijk afwijken van hetgeen bij de huisarts of apotheek bekend is. Dit in kaart brengen gebeurt in een gesprek met de cliënt of diens mantelzorger aan de hand van een medicatieoverzicht en bij voorkeur ook de van huis meegebrachte medicatie. In de instellingen zonder eigen artsen - zoals vaak in de gehandicaptenzorg en in woonzorgcentra - vindt dit soort gesprekken slechts in de helft van de gevallen plaats.

KNELPUNT 4 | Geen medicatiebeoordeling

Cliënten die in een instelling verblijven, gebruiken vaak veel geneesmiddelen naast elkaar. Dit geeft voor de cliënten de nodige risico’s. Het is belangrijk dat de arts en de apotheker de medicatie van deze kwetsbare cliënten minimaal een keer per jaar samen beoordelen. In ongeveer de helft van de bezochte instellingen vinden deze beoordelingen jaarlijks niet plaats.

KNELPUNT 5 | Tussentijds aanpassen inhoud medicijnrol

Het tussentijds aanpassen van geneesmiddelen in de medicijnrol met verschillende geneesmiddelen in één zakje is zeer risicovol en is daarom een taak van de apotheek. Slechts in situaties - als het voor de apotheek onmogelijk is om de inhoud van de zakjes
aan te passen - past een zorgmedewerker de inhoud van de zakjes aan.

De apothekers van het IVM zagen bij de helft van de 54 instellingen die dit soort zakjes gebruiken, dat bij alle medicatiewijzigingen de zakjes worden aangepast door de verzorging. In de andere 19 instellingen die de apothekers bezochten, werden zakjes gebruikt met maar één soort geneesmiddel in een zakje. Deze zakjes mogen de zorgmedewerkers wel tussentijds aanpassen.

Conclusie

Alhoewel de zorginstellingen de afgelopen jaren hard gewerkt hebben om het medicatieproces veiliger te maken, zijn er nog genoeg aandachtspunten waar het veld mee aan de slag kan.

Het IVM kan u helpen

Het IVM kan u helpen bij het implementeren van de Veilige principes. U kunt vrijblijvend contact opnemen via mv@medicijngebruik.nl of 0888 800 400. 

Contact