Informatiepagina

In deze rubriek behandelen wij vragen uit de nieuwsbrief CURE. Op de hoogte blijven van informatie over e-learnings, nascholingen, FTO-werkmateriaal, informatie over nieuwe geneesmiddelen en ander belangrijke thema’s? Abonneer je nu op onze nieuwsbrief CURE.

Werk- of noodvoorraad geneesmiddelen

De meeste instellingen hebben een werk- of noodvoorraad. Dit is een voorraad met ‘niet-op-naam-gestelde’ geneesmiddelen. De arts kan hier in nood, tijdens anw-tijden, gebruik van maken. Wie is verantwoordelijk voor de werk- of noodvoorraad van de instelling?

  1. de beleverd apotheker
  2. de verpleegkundige van de afdeling
  3. de arts van de instelling

 

 

Juiste antwoord: C

 

Toelichting:

De werkvoorraad bevat niet-op-naam-gestelde geneesmiddelen en is daarmee feitelijk een ‘grote dokterstas’. Volgens de Handreiking werkvoorraad geneesmiddelen is een arts die werkzaam is in de instelling hiervoor verantwoordelijk. De apotheker mag gevraagd en ongevraagd advies geven. De arts mag praktische taken delegeren naar bijvoorbeeld een verpleegkundige. De taken van de arts mogen ook toegedeeld worden aan de Geneesmiddelencommissie. Deze taken omvatten het bepalen van de juiste samenstelling van de werkvoorraad en een goed systeem van voorraadbeheer en veiligheid.

Bron: Handreiking werkvoorraad geneesmiddelen, 2011.

Contact

Laatst gewijzigd op 28 juni 2021