Nieuw onderzoek

In het kort

Dit in vitro onderzoek beschrijft de eigenschappen van vier verschillende inhalatoren.

De Respimat inhalator geeft de meeste afgifte in de long en de minste depositie in de mond en keel. Dat concluderen Ciciliani et al. op basis van in vitro onderzoek naar de eigenschappen van vier verschillende inhalatoren.

 

Achtergrond

Om de verschillen te onderzoeken tussen verschillende soorten inhalatoren, is in vitro onderzoek een aangewezen methode. In klinisch onderzoek zijn deze verschillen namelijk moeilijk te meten, vanwege verschillen in onder andere anatomie, ziektezwaarte en beheersing van de inhalatietechniek.

Ciciliani et al. voerden in vitro onderzoek uit naar de verschillen tussen de Respimat inhalator (tiotropium; Spiriva®), Breezhaler (glycopyrronium; Seebri®), Genuair (aclidinium; Eklira®) en Ellipta (vilanterol/fluticasonfuoraat; Relvar®). Hierbij maakten zij gebruik van diverse modellen om de depositie in de keel en afgifte in de longen te meten. De gebruikte modellen beogen de fysiologische omstandigheden bij patiënten met matig en zeer ernstige COPD zo goed mogelijk na te bootsen. Primaire uitkomstmaat was de modeled dose to the lung (mDTL). Dit is het percentage werkzame stof dat de long bereikt.

 

Resultaten

Gebruik van de Respimat gaf een mDLT van 59% (standaarddeviatie (SD) 5%) bij een ademhalingspatroon dat overeenkomst met COPD patiënten met matige COPD en een mDLT van 67% (SD 5%) bij zeer ernstige COPD. De scores van de Breezhaler (respectievelijk 43 en 51%), Genuair (respectievelijk 32 en 42%) en Ellipta (respectievelijk 49 en 55%) waren lager. Ook gaf Respimat minder depositie in de mond en keel.

 

Discussie

De auteurs stellen dat het vergelijken van inhalatoren met in vitro onderzoek mogelijk is. Het betreft echter een gesimplificeerd model, waardoor geen uitspraak over de effecten in de klinische praktijk gedaan kan worden. Het model kan verder geoptimaliseerd worden door meer rekening te houden met de anatomie van de luchtwegen en door verschillende modellen te combineren.

 

Belang voor de praktijk

In vitro onderzoeksmethoden maken het mogelijk de eigenschappen van inhalatoren objectief te meten. De klinische relevantie van in vitro onderzoek is op dit moment niet bekend. Daarnaast zijn ook de inhalatietechniek en therapietrouw van invloed op het uiteindelijke effect van inhalatiemedicatie.

 

Belangenverstrengeling

De onderzoekers geven aan financiering gehad te hebben van Boehringer Ingelheim, fabrikant van tiotropium (Spiriva®).

 

Bron

Ciciliani et al. Int J Chron Obstruct Pulmon Dis. 2017. mei 2017.

Laatst gewijzigd op 8 augustus 2017

Gerelateerd aan In vitro vergelijkingen inhalatoren

Factcheck

Nieuw onderzoek

Deze site maakt gebruik van cookies

Wij gebruiken cookies om informatie over het gebruik van onze website te verzamelen om de inhoud te verbeteren. Door hieronder op “accepteren“ te klikken stem je in met het plaatsen en gebruik van al onze cookies. Voor meer informatie verwijzen wij je naar ons cookiebeleid.