Medicijn

Indicatie

Insuline aspart (Fiasp®) is geregistreerd voor de behandeling van DM1 en DM2 bij kinderen (vanaf 1 jaar) en volwassenen (SmPC, 2020). Deze tekst gaat alleen over de indicatie DM2.

Fiasp® bevat net als Novorapid® insuline aspart. Aan Fiasp® is de hulpstof nicotinamide (vitamine B3) toegevoegd. Dit zorgt voor een versnelde absorptie van insuline, waardoor de werking van Fiasp® 5 minuten eerder intreedt dan van Novorapid®.

Effectiviteit

De medicamenteuze behandeling van DM2 richt zich op regulering van de bloedglucosewaarden. Het doel van de behandeling is verminderen van eventuele klachten en voorkomen of vertragen van micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit (NHG, 2018).

Wat is het effect op micro- en macrovasculaire uitkomsten en mortaliteit?

Het effect van insuline aspart op micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit is niet bekend (Fullerton 2018). Insuline aspart is sinds 1999 op de markt. Destijds was het niet verplicht om onderzoek te doen naar de cardiovasculaire veiligheid. Voor de registratie van Fiasp® is geen aanvullend onderzoek gedaan naar cardiovasculaire veiligheid (Assessment report, 2019).

Wat is het effect op HbA1c?

Er is bij DM2 geen significant verschil in HbA1c-daling tussen Fiasp® en Novorapid® na een behandelduur van 26 weken (Bowering 2017). De HbA1c-daling ten opzichte van baseline is 15,1 mmol/mol voor Fiasp® en 14,9 mmol/mol voor Novorapid®. Een andere studie met een behandelduur van 16 weken laat vergelijkbare resultaten zien (Lane, 2020). De versnelde absorptie leidt dus niet tot een klinisch relevant verschil in HbA1c.

Veiligheid

Wat is de langetermijnveiligheid?

Insuline aspart is sinds 1999 op de markt en voor dit middel zijn geen zorgen over de langetermijnveiligheid bekend. De hoeveelheid nicotinamide in Fiasp® is klein. Daarnaast is deze hulpstof al tientallen jaren op de markt. Voor deze hulpstof zijn geen zorgen over de langetermijnveiligheid bekend (EFSA, 2019). Verschillen in langetermijnveiligheid tussen Fiasp® en Novorapid® zijn dan ook niet te verwachten (Assessment report, 2019).

Wat zijn belangrijke bijwerkingen?

De meest voorkomende bijwerkingen van insuline aspart zijn overgevoeligheidsreacties op de injectieplaats en allergische huidreacties, zoals eczeem, uitslag, jeuk, urticaria en dermatitis. Deze treden bij meer dan 1% van de patiënten op (SmPC, 2020).

Insuline aspart (Fiasp®) is onderworpen aan aanvullende monitoring. Het CBG verzoekt patiënten en zorgverleners extra alert te zijn op bijwerkingen en deze te melden (SmPC, 2020).

Hoe vaak komen hypoglykemieën voor?

Bij meer dan 10% van de patiënten met insuline aspart treden hypoglykemieën op. Er is geen significant verschil in aantal hypoglykemieën tussen Fiasp® en Novorapid®. Hypoglykemieën kunnen door de snellere werking bij Fiasp® wel eerder optreden dan bij andere kortwerkende insulines (SmPC, 2020).

Wat zijn belangrijke interacties en contra-indicaties?

Insuline aspart heeft geen belangrijke contra-indicaties. Niet-selectieve bètablokkers kunnen de symptomen van hypoglykemie maskeren en het herstel van de glucosespiegel vertragen (SmPC, 2020). Daarnaast is er een aantal interacties dat nog niet beoordeeld is door de KNMP. Hierbij gaat het om bètablokkers en ACE-remmers die mogelijk de insulinebehoefte verlagen. Thiaziden, schildklierhormonen en glucocorticosteroïden verhogen mogelijk de insulinebehoefte (KNMP, 2021).

Richtlijnen

Welke plaats heeft insuline aspart in de NHG-Standaard?

Kortwerkende insuline gecombineerd met een (middel)langwerkende insuline (basaal-bolusregime) heeft een plaats in stap 4 van de behandeling volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018). Het NHG geeft geen voorkeur voor een kortwerkende insuline. Een alternatief voor het basaal-bolusregime is tweemaal daags mixinsuline.

Stap 4 van de behandeling komt in aanmerking als de glykemische instelling onvoldoende blijft met metformine en eenmaal daags (middel)langwerkende insuline, eventueel na eerdere behandeling met een DPP4-remmer of GLP1-agonist. Bij een HbA1c < 15 mmol/mol boven de streefwaarde kan de arts in plaats van intensiveren van de insulinebehandeling de toevoeging van een DPP4-remmer of GLP1-agonist overwegen. Dit geldt voor patiënten bij wie intensiveren van de insulinebehandeling moeilijk uitvoerbaar is, bijvoorbeeld vanwege leeftijd, comorbiditeit, leefstijl of het onvoldoende in staat zijn tot zelfcontroles (NHG, 2018).

Welke plaats heeft insuline aspart in de NIV-richtlijn?

Intensiveren van de insulinebehandeling heeft in de NIV-richtlijn Farmacotherapie bij DM2 in de tweede lijn (2018) een plaats bij patiënten met een zeer slechte glucoseregulatie (HbA1c > 15 mmol/mol boven streefwaarde), ondanks metformine en eenmaal daags insuline. Intensiveren van de insulinebehandeling heeft bij deze patiënten de voorkeur boven behandeling met DPP4-remmers, GLP1-agonisten of SGLT2-remmers.  

Intensivering van de insulinebehandeling is mogelijk met mixinsuline of een basaal-bolusregime, met bijvoorbeeld insuline aspart als kortwerkende insuline. De richtlijn geeft geen voorkeur voor één van beide behandelmethoden (NIV, 2018).

Kosten en vergoeding

Wat zijn de kosten?

Insuline aspart (Fiasp®) kost jaarlijks ongeveer € 400 voor 40 E per dag. Dit is iets duurder dan Novorapid® en biosimilar insuline aspart (FK, 2021). Wilt u meer weten? Lees dan de uitgebreide informatie over kosten.

Wat zijn de vergoedingsvoorwaarden?

Insuline aspart wordt volledig vergoed (Medicijnkosten, 2021).

Insuline aspart valt onder het preferentiebeleid van sommige zorgverzekeraars. V&VN Diabeteszorg geeft hiervan een overzicht. Bij sommige zorgverzekeraars is Fiasp® uitgesloten van het preferentiebeleid.

Aandachtspunten bij gebruik

De patiënt moet insuline aspart subcutaan toedienen in de buikwand of bovenarm. Variëren van het injectiegebied en afwisselen van de injectieplaats is belangrijk om de kans op lipodystrofie te verminderen (SmPC, 2020).

Insuline aspart (Fiasp®) werkt snel, waardoor de patiënt het 0 tot 2 minuten vóór of tot maximaal 20 minuten na het begin van de maaltijd kan toedienen. Novorapid® moet de patiënt direct vóór, tijdens of direct na de maaltijd toedienen. De werking treedt 5 minuten eerder in dan van Novorapid®. De werkingsduur van Fiasp® is korter in vergelijking met NovoRapid® en houdt 3 tot 5 uur aan.

Bestaande gebruikers van insuline aspart omzetten van of naar Fiasp® is mogelijk op basis van eenheid op eenheid, maar moet zorgvuldig plaatsvinden. Het advies is om tijdens het omzetten en gedurende de eerste weken daarna de bloedglucosespiegel nauwgezet te controleren. Omzetting van een andere kortwerkende insuline naar Fiasp® kan ook op basis van eenheid op eenheid (SmPC, 2020).

Er is weinig bekend over het gebruik van insuline aspart (Fiasp®) bij patiënten van 75 jaar of ouder. Bij patiënten van 65 tot 75 jaar is insuline aspart (Fiasp®) veilig en werkzaam (SmPC, 2020).

Werkingsmechanisme

Insuline verlaagt de bloedglucosespiegel door de glucoseopname in spierweefsel en vet te stimuleren. Daarnaast remt insuline de glucoseproductie (SmPC, 2020).

Fiasp® bevat net als Novorapid® insuline aspart. Aan Fiasp® is de hulpstof nicotinamide (vitamine B3) toegevoegd. Dit zorgt voor een versnelde absorptie van insuline, waardoor de werking van Fiasp® 5 minuten eerder intreedt dan van Novorapid®. Het glucoseverlagende effect tijdens de eerste 30 minuten na toediening is hierdoor hoger. Het totale glucoseverlagende effect en het maximale glucoseverlagende effect zijn vergelijkbaar tussen Fiasp® en NovoRapid® (SmPC, 2020).

Toekomstige ontwikkelingen

Geen bijzonderheden bekend.

Contact

Laatst gewijzigd op 20 september 2021