Medicijn

Biosimilar

Biosimilar insuline aspart Sanofi® 100 E/ml is gelijkwaardig aan het referentiegeneesmiddel insuline aspart 100 E/ml (Novorapid®). Het EMA heeft geconcludeerd dat de kwaliteit, effectiviteit en veiligheid vergelijkbaar zijn. Het voordeel van een biosimilar is dat marktwerking optreedt, waardoor dezelfde kwaliteit van zorg voor lagere kosten mogelijk is. Nieuwe patiënten kunnen direct starten met een biosimilar. Bij bestaande patiënten is uitwisseling onder voorwaarden mogelijk.

Wilt u meer weten? Lees dan de uitgebreide informatie over biosimilar insulines.

Indicatie

Biosimilar insuline aspart is geregistreerd voor de behandeling van DM1 en DM2 bij kinderen (vanaf 1 jaar) en volwassenen (SmPC, 2021). Deze tekst gaat alleen over de indicatie DM2.

Effectiviteit

De medicamenteuze behandeling van DM2 richt zich op regulering van de bloedglucosewaarden. Het doel van de behandeling is verminderen van eventuele klachten en voorkomen of vertragen van micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit (NHG, 2018).

Wat is het effect op micro- en macrovasculaire uitkomsten en mortaliteit?

Biosimilar insuline aspart is gelijkwaardig aan het referentiegeneesmiddel insuline aspart. Er zijn daarom geen verschillen te verwachten op micro- en macrovasculaire uitkomsten en mortaliteit. Het effect van insuline aspart op micro- en macrovasculaire uitkomsten en mortaliteit is niet bekend (Fullerton 2018). Insuline aspart is sinds 1999 op de markt. Destijds was het niet verplicht om onderzoek te doen naar de cardiovasculaire veiligheid.

Wat is het effect op HbA1c?

Volgens de EMA-richtlijn voor biosimilars van insuline zijn studies naar het effect op HbA1c niet verplicht. Het HbA1c is namelijk onvoldoende sensitief om klinisch relevante verschillen aan te tonen tussen de biosimilar en het referentiegeneesmiddel (EMA, 2015). De fabrikant van biosimilar insuline aspart heeft de HbA1c-verlaging wel vergeleken met het referentiegeneesmiddel en vond geen verschil (Assessment report, 2020).

Veiligheid

Wat is de langetermijnveiligheid?

Insuline aspart is sinds 1999 op de markt en voor dit middel zijn geen zorgen over de langetermijnveiligheid bekend. Vanwege de biosimilariteit zijn verschillen in langetermijnveiligheid tussen biosimilar en referentiegeneesmiddel niet te verwachten. Er is ook geen verschil in immunogeniciteit tussen beide middelen (Assessment report, 2020).

Wat zijn belangrijke bijwerkingen?

De meest voorkomende bijwerkingen van biosimilar insuline aspart zijn reacties op de injectieplaats, huiduitslag, oedeem, refractieaandoeningen en tijdelijke verergering van diabetische retinopathie. Deze treden bij minder dan 1% van de patiënten op (SmPC, 2021). Er is geen klinisch relevant verschil in bijwerkingen tussen de biosimilar en het referentiegeneesmiddel (Assessment report, 2020).

Biosimilar insuline aspart is onderworpen aan aanvullende monitoring. Het CBG verzoekt patiënten en zorgverleners extra alert te zijn op bijwerkingen en deze te melden (SmPC, 2021).  

Hoe vaak komen hypoglykemieën voor?

Bij meer dan 10% van de patiënten met biosimilar insuline aspart treden hypoglykemieën op. Er is geen klinisch relevant verschil in hypoglykemieën tussen biosimilar en het referentiegeneesmiddel (Assessment report, 2020).

Wat zijn belangrijke interacties en contra-indicaties?

Biosimilar insuline aspart heeft geen belangrijke contra-indicaties. Niet-selectieve bètablokkers kunnen de symptomen van hypoglykemie maskeren en het herstel van de glucosespiegel vertragen (SmPC, 2021). Daarnaast is er een aantal interacties dat nog niet beoordeeld is door de KNMP. Hierbij gaat het om bètablokkers en ACE-remmers die mogelijk de insulinebehoefte verlagen. Thiaziden, schildklierhormonen en glucocorticosteroïden verhogen mogelijk de insulinebehoefte (KNMP, 2021).

Richtlijnen

Welke plaats heeft insuline aspart in de NHG-Standaard?

Kortwerkende insuline gecombineerd met een (middel)langwerkende insuline (basaal-bolusregime) heeft een plaats in stap 4 van de behandeling volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018). Het NHG geeft geen voorkeur voor een kortwerkende insuline. Een alternatief voor het basaal-bolusregime is tweemaal daags mixinsuline.

Stap 4 van de behandeling komt in aanmerking als de glykemische instelling onvoldoende blijft met metformine en eenmaal daags (middel)langwerkende insuline, eventueel na eerdere behandeling met een DPP4-remmer of GLP1-agonist. Bij een HbA1c < 15 mmol/mol boven de streefwaarde kan de arts in plaats van intensiveren van de insulinebehandeling de toevoeging van een DPP4-remmer of GLP1-agonist overwegen. Dit geldt voor patiënten bij wie intensiveren van de insulinebehandeling moeilijk uitvoerbaar is, bijvoorbeeld vanwege leeftijd, comorbiditeit, leefstijl of het onvoldoende in staat zijn tot zelfcontroles (NHG, 2018).

Welke plaats heeft insuline aspart in de NIV-richtlijn?

Intensiveren van de insulinebehandeling heeft in de NIV-richtlijn Farmacotherapie bij DM2 in de tweede lijn (2018) een plaats bij patiënten met een zeer slechte glucoseregulatie (HbA1c > 15 mmol/mol boven streefwaarde), ondanks metformine en eenmaal daags insuline. Intensiveren van de insulinebehandeling heeft bij deze patiënten de voorkeur boven behandeling met DPP4-remmersGLP1-agonisten of SGLT2-remmers.

Intensivering van de insulinebehandeling is mogelijk met mixinsuline of een basaal-bolusregime, met bijvoorbeeld insuline aspart als kortwerkende insuline. De richtlijn geeft geen voorkeur voor één van beide behandelmethoden (NIV, 2018).

Kosten en vergoeding

Biosimilar insuline aspart kost jaarlijks ongeveer €340 voor 40 E per dag. De officiële prijs is ongeveer gelijk aan de prijs van het referentiegeneesmiddel (FK, 2021). De werkelijke prijs is echter niet bekend. Het is namelijk niet bekend welke korting zorgverzekeraars bij fabrikanten bedingen door eventuele prijsonderhandelingen. Wilt u meer weten? Lees dan de uitgebreide informatie over kosten.

Wat zijn de vergoedingsvoorwaarden?

Biosimilar insuline aspart wordt volledig vergoed (Medicijnkosten, 2021).

Insuline aspart valt onder het preferentiebeleid van sommige zorgverzekeraars. V&VN Diabeteszorg geeft hiervan een overzicht.

Aandachtspunten bij gebruik

De patiënt moet biosimilar insuline aspart subcutaan toedienen in de bovenarm, dij, bil of buik. Variëren van het injectiegebied en afwisselen van de injectieplaats is belangrijk om de kans op lipodystrofie te verminderen (SmPC, 2021).

Biosimilar insuline aspart werkt snel (binnen 10 tot 20 minuten) waardoor de patiënt het direct vóór, tijdens of direct na de maaltijd kan toedienen. De werking houdt 3 tot 5 uur aan (SmPC’s).

Nieuwe patiënten kunnen direct starten met een biosimilar. Bij bestaande patiënten is uitwisseling onder voorwaarden mogelijk. Wilt u meer weten over deze voorwaarden? Lees dan de uitgebreide informatie over biosimilar insulines. 

Werkingsmechanisme

Insuline verlaagt de bloedglucosespiegel door de glucoseopname in spierweefsel en vet te stimuleren. Daarnaast remt insuline de glucoseproductie (SmPC’s).

Toekomstige ontwikkelingen

Geen bijzonderheden bekend.

Contact

Laatst gewijzigd op 17 mei 2021