Medicijn

  • Guanfacine is geregistreerd voor de behandeling van ADHD bij kinderen en adolescenten voor wie psychostimulantia niet geschikt zijn.
  • Guanfacine verbetert de symptomen van ADHD, maar er is geen duidelijk effect op het algehele functioneren.
  • Behandeling met guanfacine moet onderdeel zijn van een uitgebreid niet-medicamenteus behandelprogramma.
  • De belangrijkste bijwerkingen van guanfacine zijn slaperigheid, hoofdpijn, vermoeidheid en buikpijn.
  • Guanfacine kost ongeveer € 1.000 per jaar. Guanfacine wordt niet geheel vergoed.

Indicatie

Guanfacine is geregistreerd voor de behandeling van ADHD bij kinderen en adolescenten tussen de 6 en 17 jaar. Een voorwaarde is dat psychostimulantia niet geschikt zijn, niet goed verdragen worden of niet effectief zijn. Behandeling met guanfacine moet onderdeel zijn van een uitgebreid (niet-medicamenteus) behandelplan voor ADHD, dat psycho-educatieve en sociale maatregelen omvat (SmPC, 2017).

Effectiviteit

Het doel van behandeling met guanfacine is de symptomen van ADHD te verminderen. Daarnaast is het effect op algeheel functioneren (bijvoorbeeld schoolprestaties) van belang (SmPC, 2017).

Wat is het effect op ADHD symptomen?

Guanfacine verbetert de symptomen van ADHD in vergelijking met placebo en atomoxetine. Dit is gemeten met de ADHD-RS-IV. Dit meetinstrument bevat de belangrijkste symptomen van ADHD. Hoe hoger de score, hoe meer symptomen. De maximale score is 54. Bij kinderen van 6 tot 17 jaar daalt de ADHD-RS-IV score met 24 punten na 10 tot 13 weken behandeling met guanfacine. Bij placebo is dit 15 punten en bij atomoxetine 19 punten. Bij adolescenten daalt de ADHD-RS-IV score met 25 punten bij guanfacine, vergeleken met 19 punten bij placebo (EPAR, 2015).

Wat is het effect op algehele functioneren?

Het effect van guanfacine op algeheel functioneren is niet duidelijk aangetoond. Dit is gemeten met de WFIRS. Dit is een meetinstrument voor het functioneren van patiënten met ADHD. Het effect van guanfacine op het algeheel functioneren is in 3 verschillende studies onderzocht. Uit één daarvan is een significante verbetering in WFIRS aangetoond van guanfacine ten opzichte van placebo (EPAR, 2015).

Veiligheid

Wat zijn belangrijke bijwerkingen?

De meest voorkomende bijwerking van guanfacine is somnolentie. Deze bijwerking komt bij meer dan 40% van de patiënten voor en duurt ongeveer 2 à 3 weken. Andere bijwerkingen zoals hoofdpijn, vermoeidheid, buikpijn en sedatie komen bij meer dan 10% van de patiënten voor. Guanfacine kan slaperigheid en syncope veroorzaken. Dit verhoogt het risico op ongevallen en valpartijen (EPAR, 2015).

Wat is de langetermijnveiligheid?

Guanfacine voor kinderen en adolescenten met ADHD is recent op de markt. Daarom is er weinig bekend over de langetermijnveiligheid. Er zijn wel zorgen over de volgende risico’s.

  • Gewichtstoename: In één onderzoek met een klein aantal patiënten, stijgt de BMI in 12 maanden met 2,2 punten ten opzichte van de uitgangswaarde (RMP, 2015).
  • Cardiovasculaire effecten:
    • Guanfacine is in het verleden op de markt geweest als antihypertensivum. Twee belangrijke langetermijneffecten zijn bradycardie en hypotensie. Daarom is periodieke monitoring van hartslag en bloeddruk aanbevolen (RMP, 2015).
    • Op grond van het werkingsmechanisme zou guanfacine een verhoogd risico op cardiale valvulopathie kunnen geven (Huang, 2009). In de klinische studies zijn geen meldingen van hartklepaandoeningen voorgekomen (RMP, 2015).
    • Cognitieve functie. Het effect van de aanhoudende sedatie op de cognitieve ontwikkeling is onbekend (EPAR, 2015).
Wat zijn belangrijke interacties?

Guanfacine is een substraat van CYP3A4 en CYP3A5. Gelijktijdig gebruik met CYP3A4/5-remmers of –inductoren beïnvloedt de plasmaconcentratie van guanfacine. Sterke remmers, zoals claritromycine en ketoconazol, verhogen de plasmaconcentratie. Inductoren, zoals carbamazepine en rifampicine verlagen de plasmaconcentratie (KNMP, 2018).

Guanfacine kan de werking van antihypertensiva versterken. De plasmaspiegel van valproïnezuur stijgt bij gelijktijdig gebruik van guanfacine. Dit effect is klein. Ook wordt de plasmaspiegel van valproïnezuur standaard gemonitord. Er is daarom geen actie nodig bij deze interactie (KNMP, 2018).

Richtlijnen

Volgens de NHG-Standaard ADHD (2014) is methylfenidaat het middel van eerste keus bij kinderen (ouder dan 6 jaar) met ADHD zonder psychiatrische co-morbiditeit (NHG, 2014).

De multidisciplinaire richtlijn Diagnostiek en behandeling van ADHD bij kinderen en jeugdigen (2007) geeft qua medicamenteuze behandeling de voorkeur aan methylfenidaat en dexamfetamine als eerste- en tweede keus. De derde keus behandelopties zijn atomoxetine, nortriptyline (off-label) en clonidine (off-label) (Trimbos-instituut, 2007). De richtlijnen doen geen uitspraak over guanfacine, aangezien dit middel nog niet op de markt was toen de richtlijnen verschenen. 

Kosten en vergoeding

Wat zijn de kosten?

Behandeling met guanfacine (eenmaal daags 4 mg) voor een kind van 40 kg kost € 1239,32 per jaar. Dit is duurder dan behandeling met methylfenidaat of atomoxetine:

  • Methylfenidaat kost € 54,17 per jaar bij een dosering van 30 mg per dag.
  • Atomoxetine kost € 1085,67 per jaar voor een kind van 40 kg (Medicijnkosten, 2018).
Wat zijn de vergoedingsvoorwaarden?

Guanfacine wordt deels vergoed. Van de totale kosten van guanfacine (€ 1239,32 per jaar) vergoedt de basisverzekering € 187,51. De patiënt kan ongeveer de helft van de eigen bijdrage (€ 530,38) terugvragen aan de fabrikant via een terugbetaalregeling (TBR Nederland, 2018).

Aandachtspunten bij gebruik

Wat is het effect op het reactievermogen?

Guanfacine beïnvloedt het reactievermogen. De bijwerkingen, zoals somnolentie en duizeligheid nemen meestal af als de patiënt guanfacine langer gebruikt. Patiënten met deze bijwerkingen moeten activiteiten, zoals autorijden, fietsen, buitenspelen en machines bedienen, vermijden (EPAR, 2015).

Welke controles voorafgaand en tijdens de behandeling zijn nodig?

Behandelaars moeten voorafgaand aan en tijdens de behandeling met guanfacine de hartslag, bloeddruk, BMI, cholesterol, glucose en triglyceriden bepalen. Tijdens de behandeling blijft de behandelaar de cardiovasculaire status evalueren van de patiënt, vanwege kans op aritmie (QTc-verlenging) en vertraagde hartslag. De benodigde controles zijn vastgelegd in Additioneel risicominimalisatie materiaal (AMR, 2016).

Wat is het beleid bij afbouwen en stoppen?

Bij het staken van guanfacine kunnen ontwenningsverschijnselen, zoals hypertensie en tachycardie optreden. Patiënten die stoppen met guanfacine moeten daarom langzaam afbouwen (SmPC, 2017).

Werkingsmechanisme

Guanfacine is een selectieve α2A-adrenerge receptoragonist zonder psychostimulerend effect. Het is daarmee in tegenstelling tot methylfenidaat een dexamfetamine geen psychostimulans. Het werkingsmechanisme van guanfacine bij ADHD is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk beïnvloedt guanfacine de noradrenerge transmissie in de prefrontale cortex en basale ganglia (SmPC, 2017).

Toekomstige ontwikkelingen

  • Guanfacine is in onderzoek bij andere indicaties dan ADHD. Bij kinderen en adolescenten vindt onderzoek plaats naar guanfacine bij tic-stoornissen, angststoornissen en bij intermitterende agressiestoornissen. Bij volwassenen vindt onderzoek plaats naar guanfacine bij alcoholmisbruik, stoppen met roken en cognitiestoornis (Clinicaltrials.gov, 2018).
  • De multidisciplinaire richtlijn Diagnostiek en behandeling van ADHD bij kinderen en jeugdigen (2007) wordt herzien.

Contact

Laatst gewijzigd op 12 november 2018