Medicijn

  • Biosimilar insuline glargine 100 E/ml is geregistreerd voor de behandeling van diabetes mellitus.
  • Insuline glargine 100 E/ml (Abasaglar®) is een biosimilar van insuline glargine 100 E/ml (Lantus®).
  • Biosimilar insuline glargine 100 E/ml is gelijkwaardig aan het originele insuline glargine wat betreft chemische structuur, biologische activiteit, effectiviteit, veiligheid en immunogeniciteit.
  • Biosimilars veroorzaken marktwerking, waardoor besparing van geneesmiddelkosten mogelijk is.
  • Uitwisseling tussen biosimilar insuline glargine en het originele insuline glargine is onder voorwaarden mogelijk.

Indicatie

Biosimilar insuline glargine 100 E/ml is geregistreerd voor de behandeling van diabetes mellitus bij kinderen (vanaf 2 jaar) en volwassenen (SmPC, 2018).

Effectiviteit

De medicamenteuze behandeling van DM2 richt zich op regulering van de bloedglucosewaarden. Het doel van de behandeling is verminderen van eventuele klachten en voorkomen of vertragen van micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit (NHG, 2018).

Wat is het effect op micro- en macrovasculaire uitkomsten en mortaliteit?

Biosimilar insuline glargine 100 E/ml is gelijkwaardig aan het originele insuline glargine 100 E/ml. Insuline glargine 100 E/ml heeft een vergelijkbaar effect op micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit als zorg volgens de lokale richtlijnen. Dat blijkt uit de ORIGIN-studie. Het gecombineerde primaire eindpunt was cardiovasculaire sterfte, niet-fataal myocardinfarct, niet-fataal CVA, revascularisatie of ziekenhuisopname voor hartfalen (Gerstein, 2012).

Wat is het effect op het HbA1c?

Volgens de EMA-richtlijn voor biosimilars van insuline zijn studies naar het effect op HbA1c niet verplicht. Het HbA1c is onvoldoende sensitief om klinisch relevante verschillen aan te tonen tussen de biosimilar en het originele product (EMA, 2015). Toch heeft de fabrikant de HbA1c-verlaging tussen biosimilar insuline glargine 100 E/ml en het originele product vergeleken. Er is geen verschil in HbA1c-verlaging (SmPC, 2018).

Veiligheid

Wat is de langetermijnveiligheid?

Biosimilar insuline glargine 100 E/ml is onderworpen aan aanvullende monitoring. Het CBG verzoekt patiënten en zorgverleners extra alert te zijn op bijwerkingen (SmPC, 2018). Vanwege de biosimilariteit zijn verschillen in langetermijnveiligheid tussen biosimilar en origineel insuline glargine niet te verwachten. Er is ook geen verschil in immunogeniciteit tussen beide middelen.

Insuline glargine werd in sommige observationele studies geassocieerd met borstkanker (Bronsveld, 2015). Het EMA en de FDA concludeerden echter dat insuline glargine het risico op borstkanker niet verhoogt (EMA, 2013FDA, 2011). Wel blijven ze het risico monitoren. Wilt u meer weten? Lees dan de uitgebreide informatie over borstkanker.

Wat is de cardiovasculaire veiligheid?

Biosimilar insuline glargine 100 E/ml is gelijkwaardig aan het originele insuline glargine 100 E/ml. Er is geen verschil in cardiovasculaire uitkomsten tussen insuline glargine en zorg volgens de lokale richtlijnen (Gerstein, 2012). Meer informatie vindt u onder het kopje ‘Effectiviteit’.

Wat zijn belangrijke bijwerkingen?

Bijwerkingen van biosimilar insuline glargine 100 E/ml die bij meer dan 1% van de patiënten voorkomen, zijn reacties op de injectieplaats, zoals huiduitslag (SmPC, 2018). Er is geen klinisch relevant verschil in bijwerkingen tussen biosimilar en origineel insuline glargine (EPAR, 2014).

Hoe vaak komen hypoglykemieën voor?

Bij meer dan 10% van de patiënten met biosimilar insuline glargine 100 E/ml treden hypoglykemieën op. Er is geen klinisch relevant verschil in aantal hypoglykemieën tussen biosimilar en origineel insuline glargine (EPAR, 2014).

Wat is het effect op lichaamsgewicht?

Biosimilar insuline glargine 100 E/ml geeft evenveel gewichtstoename als het originele insuline glargine 100 E/ml. Patiënten die met insuline starten komen gemiddeld 2 tot 4 kg aan. De gewichtstoename is onder andere afhankelijk van de insulinedosering en het insulineschema (NHG, 2018).

Wat zijn belangrijke contra-indicaties en interacties?

Biosimilar insuline glargine 100 E/ml heeft geen belangrijke contra-indicaties. Niet-selectieve bètablokkers kunnen de symptomen van hypoglykemie maskeren en het herstel van de glucosespiegel vertragen. Daarnaast verlagen sommige geneesmiddelen de insulinebehoefte, zoals bètablokkers en ACE-remmers. Andere geneesmiddelen verhogen de insulinebehoefte, zoals thiaziden, schildklierhormonen en glucocorticosteroïden (SmPC, 2018).

Richtlijnen

Biosimilar insuline glargine 100 E/ml is gelijkwaardig aan het originele insuline glargine 100 E/ml. De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018) geeft de voorkeur aan NPH-insuline boven langwerkend insuline, omdat er geen twijfel bestaat over de langetermijnveiligheid van NPH-insuline en de kosten anno 2018 lager zijn. Insuline glargine komt wel in aanmerking voor patiënten met erg wisselende glucosewaarden of nachtelijke hypoglykemieën bij gebruik van NPH-insuline (NHG, 2018).

De multidisciplinaire richtlijn Verantwoorde diabeteszorg bij kwetsbare ouderen in thuissituatie, verzorgings- en verpleeghuizen (2011) adviseert te starten met NPH-insuline. Artsen kunnen langwerkende insulines overwegen als alternatief voor NPH-insuline als eenmaal daags injecteren de voorkeur heeft boven tweemaal daags. Ook bij patiënten met nachtelijke hypoglykemieën kunnen artsen langwerkend insuline in plaats van NPH-insuline overwegen (Verenso, 2011).

Kosten en vergoeding

Wat zijn de kosten?

Biosimilar insuline glargine 100 E/ml kost jaarlijks € 117 voor 10 E per dag. De officiële prijs is gelijk aan de prijs van het originele insuline glargine 100 E/ml (Medicijnkosten, 2018). De werkelijke prijs is echter niet bekend, want het is niet duidelijk welke korting zorgverzekeraars en ziekenhuizen bij fabrikanten bedingen door eventuele prijsonderhandelingen. Wilt u meer weten? Lees dan de uitgebreide informatie over kosten.

Wat zijn de vergoedingsvoorwaarden?

Biosimilar insuline glargine 100 E/ml wordt volledig vergoed (Medicijnkosten, 2018). Menzis en VGZ hebben biosimilar insuline glargine 100 E/ml als preferent middel aangewezen. 

Aandachtspunten bij gebruik

De patiënt moet biosimilar insuline glargine 100 E/ml subcutaan toedienen in de dij, bovenarm of buik. Variëren van het injectiegebied is belangrijk om de kans op lipodystrofie te verminderen. Voor insuline glargine 100 E/ml geldt een eenmaal daagse toediening, bij voorkeur elke dag op hetzelfde tijdstip (SmPC, 2018).

Bij uitwisseling tussen de biosimilar en het originele insuline glargine 100 E/ml is het pensysteem een aandachtspunt. Het pensysteem verschilt tussen de biosimilar en het originele insuline glargine 100 E/ml (SmPC, 2018). Voor juist gebruik zijn voorlichting en instructie daarom belangrijk (Franken, 2018). 

Wat is het beleid voor uitwisseling van een biosimilar en origineel geneesmiddel?

Uitwisseling tussen biosimilar insuline glargine 100 E/ml en het originele product is mogelijk. Het CBG heeft dit verwoord in een standpunt over biosimilars: 

  • Nieuwe patiënten kunnen zonder meer met een biosimilar starten.
  • De zorgverlener moet ongecontroleerde uitwisseling tussen het originele geneesmiddel en de biosimilar vermijden. Bij uitwisseling tussen biologische geneesmiddelen moet de zorgverlener adequaat de klinische situatie monitoren en de patiënt duidelijke instructies geven.
  • De zorgverlener moet in het patiëntdossier het product en de batch van het biologische geneesmiddel vastleggen. Als er problemen ontstaan, zijn de biologische geneesmiddelen te traceren (CBG, 2015).

De NDF verstaat onder adequate monitoring het volgende:

  • Goede educatie van de patiënt rond verschillen in medicatie(toediening) en alertheid op mogelijke bijwerkingen.
  • Duidelijke afspraken met de patiënt over de gewenste monitoring op parameters als glucosewaarden, HbA1c, optreden hyper- en hypoglykemieën (mogelijk gedurende een eerste fase intensievere monitoring).
  • Aandacht voor algemene patiëntervaringen rond gebruik nieuwe medicatie en/of toedieningssystemen.
  • Een proactieve rol van de zorgverlener bij informatievoorziening/instructie/begeleiding op maat.
  • Rond alle bovengenoemde aspecten: extra aandacht voor kwetsbare groepen (NDF, 2017).

In 2018 heeft de NDF aanvullende aandachtspunten gepubliceerd voor de overstap van/naar biosimilar insuline. Belangrijk zijn onder andere goede samenwerking tussen zorgverleners, goede afstemming met de patiënt en aandacht voor monitoring en evaluatie (NDF, 2018). 

Werkingsmechanisme

Insuline verlaagt de bloedglucosespiegel door de glucoseopname in spierweefsel en vet te stimuleren. Daarnaast remt insuline de glucoseproductie (SmPC, 2018).

Toekomstige ontwikkelingen

  • Semglee® is een geregistreerde biosimilar van insuline glargine 100 E/ml. Mogelijk komt deze biosimilar in de toekomst in Nederland op de markt.
  • De komst van meerdere biosimilars kan leiden tot meer marktwerking en daardoor een besparing van geneesmiddelkosten.

Contact

Laatst gewijzigd op 21 november 2018