Nieuws

Het IVM heeft een enquête over medicatieveiligheid gehouden onder jeugdzorginstellingen. Deze is met name verspreid onder de leden van Jeugdzorg Nederland. De vragen in de enquête zijn gebaseerd op de toezichtkaders voor de jeugdzorg van de IGJ. De vragenlijst is ingevuld door 52 respondenten. Ongeveer 15 procent van deze respondenten werkt bij een kleine instelling en 85 procent bij een grotere instelling. Bij meer dan 90 procent van de instellingen biedt de zorgmedewerker bij een of meer jongeren hulp bij de medicatie. 

De belangrijkste knelpunten die uit het onderzoek naar voren komen worden hieronder kort beschreven.

Aandachtspunt 1: aanwezigheid toedienlijst

Wanneer de zorgmedewerker de jongere helpt bij de medicatie is een toedienlijst nodig. De apotheek is hiervoor verantwoordelijk. De helft van de zorginstellingen heeft niet voor al deze jongeren een toedienlijst, of zelfs helemaal geen toedienlijst. Een bijkomend knelpunt is dat ongeveer 30 procent van de toedienlijsten die de apotheek levert niet actueel en niet volledig is.

Aandachtspunt 2: gebruik toedienlijst

Het is belangrijk dat zorgmedewerkers de medicatie geven aan de hand van een toedienlijst en dat ze het geven van de medicatie op de toedienlijst verantwoorden met een paraaf. Bij 10 procent van de instellingen geven de medewerkers de medicatie niet altijd aan de hand van de toedienlijst.

Aandachtspunt 3: basisset medicatiegegevens

De basisset medicatiegegevens -voorheen actueel medicatieoverzicht of AMO geheten- moet aanwezig zijn voor alle jongeren die medicatie gebruiken omdat deze meer gegevens bevat dan een toedienlijst. Dit overzicht bevat informatie die voor de arts belangrijk is bij een bezoek aan een huisartsenpost of ziekenhuis, zoals allergieën, huidige medicatie en onlangs gestopte medicatie. Ook is een basisset medicatiegegevens essentieel bij het in zorg komen. Het is een van de bouwstenen waarop de arts bepaalt welke medicatie de jongere tijdens het verblijf in de instelling moet krijgen. Bij 6 procent van de instellingen is er voor geen enkele jongere die medicatie gebruikt een basisset, bij ruim 20 procent is dat maar voor een deel van de jongeren het geval.

Aandachtspunt 4: bewaren geneesmiddelen

Zorginstellingen horen de medicatie veilig te bewaren, waarbij altijd duidelijk is om welk medicijn het gaat en voor wie het is. In 8 procent van de instellingen wordt de medicatie niet achter slot en grendel bewaard; bij ruim 20 procent geldt dat voor een deel van de medicatie. Verder bewaart ruim 20 procent van de instellingen niet alle medicatie in de door de apotheek geleverde verpakking, waardoor niet altijd duidelijk is voor wie het is en niet altijd duidelijk is om welk medicijn het gaat.

Aandachtspunt 5: scholing

Om als zorgmedewerker veilig medicatie te kunnen geven en goed te kunnen signaleren als het niet goed gaat, is het belangrijk om voldoende kennis te hebben over het medicatieproces en over de werking en bijwerkingen van de meeste gebruikte geneesmiddelen binnen de jeugdzorg. Ook moet de zorgmedewerker beschikken over de juiste vaardigheden en een professionele houding hebben. 31 procent van de respondenten geeft aan dat de instelling de medewerkers hierin schoolt. Bij een derde van de instellingen gaat het om incidentele scholing terwijl bij- en nascholing belangrijk is.

Aanbod

Het IVM helpt zorginstellingen met het veilig maken van het medicatieproces. Door het geven van advies, het uitvoeren van audits, het geven van nascholing en aanbieden van e-learning. Ben je werkzaam in een jeugdzorginstelling en geïnteresseerd? Stuur een mail naar mv@medicijngebruik.nl of bel 0888 800 400.