Informatiepagina

In het kort

In het voorjaar van 2021 hield het IVM hield een enquĂȘte over medicatieveiligheid in de gehandicaptenzorg. De onderstaande Top 5 verbeteracties medicatieveiligheid halen we uit de 53 reacties die wij ontvingen van zorgmedewerkers die betrokken zijn bij het medicatieproces.

1. Leid medewerkers op tot bekwame toedieners van medicatie

Een kwart van de zorgmedewerkers is niet bevoegd en bekwaam, blijkt uit de respons op de enquête. Slechts 52 procent geeft aan over voldoende kennis te beschikken. 10 procent geeft aan helemaal geen scholing over medicatie te volgen. Als zorgmedewerker moet je veilig medicatie kunnen geven. Daarvoor is voldoende kennis nodig van het medicatieproces. Ook is het belangrijk om kennis te hebben van de medicatie die iemand gebruikt en om medicatieproblemen te kunnen signaleren bij een aan jouw zorg toevertrouwde cliënt. Daarnaast dien je over de juiste vaardigheden en een professionele houding te beschikken. Dan pas ben je als zorgmedewerker bevoegd en bekwaam. Het is de ervaring van het IVM dat jaarlijkse periodieke scholing de kennis op peil brengt én houdt.

2. De toedienlijst: steun en toeverlaat

De toedienlijst is de informatiebron en leidraad bij medicatiezorg en -overdacht. Daarom moet de lijst altijd alle benodigde informatie bevatten. 98 procent van de respondenten meldt dat aanwezige toedienlijsten actueel zijn en alle medicatie bevatten. Dit is een positief punt. Toch blijkt uit de enquête dat er nog wel verbeterpunten zijn. De volgende springen eruit:

  • Een toedienlijst voor alle cliënten: vraag de apotheek

Zorgmedewerkers geven de medicatie aan de hand van de toedienlijsten. Ze verantwoorden dit door na afloop de lijst te paraferen. Zo is altijd duidelijk of cliënten de juiste medicatie hebben gehad. De apotheek is verantwoordelijk voor het aanleveren van toedienlijsten met de actuele informatie. Van de respondenten geeft een derde aan dat er niet voor alle cliënten een toedienlijst aanwezig is.

  • Zo-nodig medicatie op de toedienlijst? Check de gebruiksinstructie

Bij zo-nodig medicatie hoort de apotheek op de lijst te vermelden hoe vaak en bij welke klacht de zorgmedewerker de medicatie mag geven. Hier is nog een flinke verbetering mogelijk: 70 procent van de respondenten laat weten dat de gebruiksinstructie van zo-nodig medicatie niet op de lijst staat.

  • Malen of oplossen van medicatie? Laat de apotheek instructies vermelden op de toedienlijst

Bij cliënten met slikproblemen kan de arts de instructie ‘malen’ of ‘oplossen’ op het recept zetten. De apotheek controleert of malen en/of oplossen van deze medicatie is toegestaan en plaatst de instructies per geneesmiddel op de toedienlijst. Bij een kwart van de ondervraagden ontbreekt de informatie over malen of oplossen van het geneesmiddel op de toedienlijst. Zorgmedewerkers kunnen het geneesmiddel dan/daardoor niet op de juiste manier klaarmaken voor gebruik.

  • Gebruik altijd de toedienlijst en wijzig deze niet zelf

Van de respondenten laat 24 procent weten de medicatie niet altijd aan de hand van de toedienlijst te controleren en te geven. Zij geven dan ‘uit het hoofd’. Dit maakt het geven van medicatie onnodig risicovol. Daarnaast schrijft 27 procent van de medewerkers zelf extra informatie op de lijst. Je mag als zorgmedewerker niets aan de medicatie op de toedienlijst veranderen, dat is de verantwoordelijkheid van de apotheek. Deze vermeldt immers de medicatie die de arts heeft voorgeschreven.

  • Hulp bij Zelfzorgmedicatie? Alléén met toestemming

Een begeleider mag alleen zelfzorgmedicatie geven als de arts daarvoor toestemming heeft gegeven en als het zelfzorgmiddel op de toedienlijst staat. Van de deelnemers antwoordt 37 procent op eigen oordeel hulp te bieden bij het gebruik van zelfzorgmedicatie. Het gebruik, de dosering en eventuele wisselwerking met overige medicatie is de verantwoordelijkheid van de arts. Vraag dan ook de arts om de zelfzorgmiddelen te beoordelen en indien akkoord de apotheker om ze op de toedienlijst te plaatsen. Daarmee kan de zorgmedewerker veilig geven.

3. Van alle cliënten is een basisset medicatiegegevens aanwezig

De basisset medicatiegegevens (BMG, voorheen AMO) bevat naast de huidige medicatie ook de medicatiehistorie en informatie over allergieën en contra-indicaties. Deze informatie is belangrijk bij bezoek aan een externe arts (huisartsenpost of ziekenhuis). De basisset medicatiegegevens is ook essentieel bij het in zorg komen. Het is één van de bouwstenen waarop de arts bepaalt welke medicatie de cliënt tijdens het verblijf in de instelling moet krijgen. Uit de enquête blijkt dat slechts 48 procent van de respondenten beschikt over een basisset van alle cliënten die hulp bij hun medicatie krijgen van de zorginstelling.

4. Wijzigingen in het medicatiezakje: een taak voor de apotheek

De apotheek is verantwoordelijk voor de inhoud van de medicatiezakjes. Het wijzigen van de inhoud is risicovol en is daarom geen verantwoordelijkheid van de zorgmedewerker. Alleen in uiterste spoedgevallen mag een bevoegde zorgmedewerker de inhoud wijzigen. En alleen onder strikte voorwaarden, zoals het vastleggen van uitgevoerde handelingen en een dubbele controle. Van de respondenten geeft slechts 40 procent aan de medicatiezakjes daadwerkelijk te laten aanpassen door de apotheek.

5. Meten is weten: evalueer het medicatieproces

Doen we wat we moeten doen en weten we of dat goed gaat? Naast toedienen en signaleren is het belangrijk het medicatieproces regelmatig te evalueren. Hierbij komen uit de enquête de volgende aspecten naar voren:

  • Ken je Handboek Medicatieveiligheid (medicatiebeleid of medicatieprotocol)

Alle medewerkers moeten terug kunnen vallen op een Handboek of medicatieprotocol van de eigen zorginstelling. Dit document beschrijft het medicatiebeleid met taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van alle zorgmedewerkers en het medicatieproces en de werkinstructies van de zorginstelling. Driekwart van de respondenten kent dit belangrijke basisdocument. Echter, 6 procent kent het handboek in het geheel niet, terwijl 15 procent wel van het bestaan weet, maar het nog nooit heeft ingezien.

  • Meld incidenten en leer van elkaar

Overal waar mensen werken maken zij ook fouten. Om van fouten te kunnen leren, registreren zorginstellingen incidenten, analyseren deze en koppelen de uitkomsten terug naar betreffende teams. 75 procent van de respondenten geeft aan deze meldingen (MIC, VIM of FOBO) inderdaad te doen. In 65 procent van de gevallen is er ook de terugkoppeling naar het team.  

  • Medicatiebeordelingen: levert de begeleider van de cliënt ook informatie?

Voor adequate behandeling is het noodzakelijk periodiek de medicatie van kwetsbare cliënten te beoordelen, een zogenaamde ‘APK-check’ voor de medicatie. Daarbij is de aanwezigheid van voorschrijver, apotheker en begeleider belangrijk. De aanwezigheid van de begeleider is belangrijk, omdat deze de cliënt goed kent en op de hoogte is van diens welzijn. Echter, in 18 procent van de gevallen neemt de begeleider niet deel of levert informatie aan, terwijl bij 21 procent zelfs in het geheel geen beoordeling plaatsvindt.

Verbeter je medicatieproces

Bovenstaande aandachtspunten kunnen zorginstellingen gebruiken om hun eigen medicatieveiligheid te toetsten. Het IVM helpt zorginstellingen in de gehandicaptenzorg, ouderenzorg en GGZ met het veilig maken van het medicatieproces. Dit doen we door het geven van advies, het uitvoeren van audits en kennisontwikkeling door nascholing en het aanbieden van e-learnings. Onze ervaringen uit adviesgesprekken, audits en trainingen zijn aanleiding om periodiek via enquêtes te peilen hoe het met de medicatieveiligheid in een bepaalde sector is gesteld. De onderwerpen waarop we in de enquête uitvragen, zijn gebaseerd op actuele wet- en regelgeving en de toezichtkaders voor medicatieveiligheid van IGJ.

IVM maakt je beter

Het IVM kan je helpen bij het veilig maken van het medicatieproces en bij het scholen van je medewerkers. Neem vrijblijvend contact met ons op via mv@medicijngebruik.nl of bel 0888 800 400.

Contact

Laatst gewijzigd op 27 september 2021