Nieuws
Afnemend gebruik valrisicoverhogende geneesmiddelen (2024)
In het kort
1 op de 5 tachtigplussers gebruikte in 2024 twee of meer valrisicoverhogende geneesmiddelen naast elkaar. Een duidelijke daling ten opzichte van 2019, toen dit nog 1 op de 4 was.
In 2024 gebruikte 1 op de 5 tachtigplussers twee of meer valrisicoverhogende geneesmiddelen naast elkaar. Dit is een duidelijke daling ten opzichte van 2019, toen dit nog 1 op de 4 was. Ondanks deze positieve ontwikkeling blijft aandacht voor valpreventie en evaluatie van medicijngebruik nodig. Nog altijd gebruiken ruim 164.000 patiënten van 80 jaar en ouder 2 of meer valrisicoverhogende geneesmiddelen. Dit en meer is te lezen in de themarapportage Medicatieveiligheid 2024 van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM).
Gebruik valrisicoverhogende medicijnen afgenomen
In 2024 gebruikten bijna 788.000 patiënten van 80 jaar en ouder minimaal één geneesmiddel. Van hen gebruikten ruim 164.000 patiënten (20,9%) geneesmiddelen uit twee of meer valrisicoverhogende geneesmiddelgroepen. 1,7% van de patiënten van 80 jaar en ouder gebruikte zelfs middelen uit vier of meer groepen. Sinds 2019 dalen deze percentages gestaag. Wel zijn er aanzienlijke verschillen tussen regio’s. In de kop van Noord-Holland gebruikt 17 tot 19% van de 80-plussers minimaal twee valrisicoverhogende geneesmiddelen, in andere regio’s loopt dit op tot 24 tot 26%.
Percentage patiënten (≥ 80 jaar) met minimaal twee valrisicoverhogende geneesmiddelgroepen ten opzichte van alle gebruikers van medicatie in 2024.
Combinaties van antitrombotica minder vaak lang gebruikt
Het IVM onderzocht ook het gebruik van meerdere antitrombotica naast elkaar, en dan met name de duur van het gecombineerd gebruik. Richtlijnen raden het gebruik van meerdere antitrombotica tegelijk voor een langere tijd in veel gevallen af. Het gebruik van 3 antitrombotica langer dan het aanbevolen maximum van 30 dagen komt steeds minder vaak voor.
Toenemende voorzichtigheid bij NSAID’s op recept
Huisartsen schrijven ook steeds minder vaak NSAID’s voor aan patiënten die RAS-remmers en diuretica gebruiken. Een combinatie van deze drie geneesmiddelgroepen kan leiden tot een acute verergering van hart- of nierfalen. In 2019 gebruikte nog 11,5% van de gebruikers van RAS-remmers en diuretica een NSAID op doktersrecept. In 2024 is dit percentage gedaald naar 9,8%.
Lees het rapport
Het volledige rapport en de samenvatting kun je downloaden via onderstaande buttons.
Over de Monitor Voorschrijven Huisartsen
De Themarapportage Opioïden maakt onderdeel uit van de Monitor Voorschrijven Huisartsen (MVH). Het IVM voert dit project uit in samenwerking met de Stichting Farmaceutische kengetallen (SFK) met financiering van het ministerie van VWS. Het project bestaat uit themarapportages en een webrapportage. De themarapportage beschrijft landelijke en regionale trends in het voorschrijfgedrag. De beschrijving van de trends is bedoeld voor het evalueren of inzetten van nationaal of regionaal beleid. Via de webrapportage van SFK kunnen (aan de SFK deelnemende) apothekers de cijfers van de eigen apotheek opvragen en zo met de huisartsen samen spiegelen aan landelijke cijfers en cijfers van eerdere jaren. Met patiëntenlijsten in de online rapportage kunnen apothekers patiënten die suboptimaal worden behandeld, opsporen. Het uiteindelijke doel van de MVH is bewustwording van en, indien aan de orde, aanpassing van het voorschrijfgedrag.
Downloads
Themarapportage Medicatieveiligheid Monitor Voorschrijven Huisartsen 2024
DownloadSamenvatting themarapportage Medicatieveiligheid
DownloadLaatst gewijzigd op 30 januari 2026