Nieuws
Meer patiënten met diabetes type 2 behandeld volgens richtlijn, maar regionale verschillen blijven groot
In het kort
Huisartsen volgen de richtlijnen voor de behandeling van diabetes mellitus type 2 steeds vaker. Bij nieuwe patiënten met DM2 en een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten (HVZ), zijn SGLT2-remmers voor het eerste jaar de meest gekozen middelen. Dit is in lijn met aanbevelingen uit de richtlijnen.

Persbericht
Utrecht, 14 oktober 2026
Meer patiënten met diabetes type 2 behandeld volgens richtlijn, maar regionale verschillen blijven groot
Huisartsen volgen de richtlijnen voor de behandeling van diabetes mellitus type 2 steeds vaker. Bij nieuwe patiënten met DM2 en een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten (HVZ), zijn SGLT2-remmers voor het eerste jaar de meest gekozen middelen. Dit is in lijn met aanbevelingen uit de richtlijnen. Ook bij alle patiënten met een zeer hoog risico is het gebruik van SGLT2-remmers gestegen. Tegelijkertijd blijven de regionale verschillen in het voorschrijfgedrag groot, wat wijst op ruimte voor verbetering. Dat blijkt uit de nieuwe themarapportage van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) over diabetes mellitus type 2.
SGLT2-remmers meest geïnitieerd bij patiënten met zeer hoog risico
Uit de rapportage blijkt dat in 2025 voor het eerst meer dan de helft van de nieuwe patiënten met diabetes mellitus type 2 én een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten startte met een SGLT2-remmer. Het aandeel steeg naar 57,1%, terwijl in eerdere jaren metformine nog het meest voorgeschreven middel was. Daarmee wordt het behandeladvies uit de NHG-Standaard steeds beter gevolgd. Ook onder alle patiënten met een zeer hoog cardiovasculair risico nam het gebruik van SGLT2-remmers toe. In 2025 gebruikte 60,7% van deze patiënten een SGLT2-remmer, een stijging van ongeveer tien procent ten opzichte van 2024.
.png)
Figuur 1: Therapiekeuze in stap 1 van de behandeling van patiënten met DM2 met zeer hoog risico op HVZ in de periode 2023 t/m 2025.
Metformine en gliclazide blijven populair bij patiënten zonder zeer hoog risico
Voor patiënten zonder zeer hoog risico op hart- en vaatziekten is metformine het voorkeursmiddel gebleven. In 2025 startte 77,2% van deze patiënten met metformine. Hoewel dit iets lager is dan enkele jaren geleden, lijkt het voorschrijven van metformine zich te stabiliseren. Bij de tweede behandelstap bleef gliclazide met 69,4% het meest voorgeschreven middel. Wel is het gebruik van SGLT2-remmers en GLP1-agonisten toegenomen sinds de richtlijn meer ruimte biedt voor deze middelen bij specifieke patiëntengroepen.
Grote regionale verschillen vragen om aandacht
De keuze voor bloedglucoseverlagende middelen verschilt sterk per regio. Bij patiënten met een zeer hoog risico varieerde het percentage starters met een SGLT2-remmer van 42,6% tot 73,3%. Ook bij het gebruik van SGLT2-remmers onder alle patiënten met zeer hoog risico liepen de percentages uiteen van 49,2% tot 72,3%. Zowel onder- als overbehandeling met deze middelen is ongewenst. SGLT2-remmers bieden belangrijke gezondheidswinst voor patiënten met een zeer hoog cardiovasculair risico, maar zijn niet voor iedere patiënt de meest aangewezen keuze.
.png)
Figuur 2: Grote regionale variatie in percentage patiënten met zeer hoog risico op HVZ dat een SGLT2-remmer kreeg voorgeschreven in 2025.
Aanbevelingen
Het IVM roept huisartsen, apothekers en zorggroepen op om afspraken te maken over voorkeursmiddelen bij diabetes mellitus type 2 en extra aandacht te besteden aan patiënten met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten die nog geen SGLT2-remmer gebruiken. Ook regionale ondersteuningsgroepen kunnen op basis van het rapport hun scores vergelijken met andere regio’s en, bij grote verschillen, verbeteracties initiëren.
Lees het rapport
Het volledige rapport en de samenvatting zijn te downloaden via de onderstaande knoppen.
Over de Monitor Voorschrijven Huisartsen
De themarapportage Medicatieveiligheid 2025 maakt deel uit van de Monitor Voorschrijven Huisartsen (MVH). Het IVM voert dit project uit in samenwerking met de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK), met financiering van het ministerie van VWS. Het project bestaat uit themarapportages en een webrapportage. De themarapportage beschrijft landelijke en regionale trends in het voorschrijfgedrag en ondersteunt de evaluatie en ontwikkeling van nationaal en regionaal beleid. Via de webrapportage van SFK kunnen deelnemende apothekers cijfers van hun eigen apotheek vergelijken met landelijke cijfers en met cijfers uit eerdere jaren, en deze samen met huisartsen bespreken. Met patiëntenlijsten in de online rapportage kunnen apothekers patiënten opsporen die mogelijk suboptimaal worden behandeld. Het uiteindelijke doel van de MVH is bewustwording en, waar nodig, aanpassing van het voorschrijfgedrag.
Over het IVM
Het IVM is de neutrale kennis- en implementatieorganisatie die landelijk de kwaliteit, veiligheid en betaalbaarheid van het geneesmiddelengebruik verbetert. Het IVM doet dat door beleid en wetenschap te vertalen naar praktische handvatten voor iedereen die in de dagelijkse praktijk met medicijnen te maken heeft. Onder meer het landelijk meldpunt voor medicatie-incidenten (VMI) en de IVM-academie waar inmiddels meer dan 200.000 cursisten staan ingeschreven, maken deel uit van het IVM. Verder ondersteunt het IVM het FTO in Nederland, geeft informatie over nieuwe geneesmiddelen(groepen), verricht toegepast onderzoek, voert audits uit en geeft adviezen over medicatieveiligheid in de langdurige zorg. Ook verzorgt het IVM de landelijke campagnes over geneesmiddelen en verkeer.
Downloads
Themarapportage Diabetes mellitus type 2
DownloadSamenvatting themarapportage Diabetes mellitus type 2
DownloadLaatst gewijzigd op 14 oktober 2026