Informatiepagina

In het kort

Wat is de omvang van oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie en wat zijn de motieven van studenten? Kunnen zorgverleners een preventieve rol spelen bij het terugdringen van oneigenlijk gebruik? Deze informatie is belangrijk bij het ontwikkelen van interventies om oneigenlijk gebruik te beperken.

Over het project

Een belangrijk element van het project was enerzijds het in kaart brengen van actueel gebruik en inzicht in achterliggende motieven. De projectgroep heeft dit gedaan door verdiepende analyses uit te voeren op bestaande datasets en studenten te interviewen over dit onderwerp.

Anderzijds heeft de projectgroep de rol van zorgverleners in kaart gebracht. Studenten geven aan dat ze de middelen veelal via medestudenten of familie krijgen. De vraag is of zorgverleners zich bewust zijn van deze handel en of ze het probleem kennen en herkennen. Om hier meer inzicht in te krijgen voerde de projectgroep analyses uit op de actuele ADHD-richtlijnen en voorschrijfcijfers van ADHD-medicatie. Daarnaast gingen ze in gesprek met voorschrijvers, zoals kinder- en jeugdpsychiaters, jeugdartsen en huisartsen, en apothekers. De uitkomsten van deze analyses heeft de projectgroep met voorschrijvers uit diverse regio’s besproken. Samen met hen heeft de projectgroep ook naar mogelijke oplossingen en/of interventies gekeken.

Een derde belangrijke partij in dit thema zijn de onderwijsprofessionals. Zijn zij bekend met het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie door studenten en bespreken zij dit? Tijdens diverse gesprekken heeft de projectgroep het thema bij deze doelgroep onder de aandacht gebracht en gediscussieerd over mogelijke oplossingen en interventies.

Op basis van de uitkomsten van dit project heeft de projectgroep een aantal interventies ontwikkeld. Daarnaast bieden de uitkomsten van dit project inzichten voor verdere ontwikkeling van materialen en interventies om het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie terug te dringen. De projectgroep gaat hiermee aan de slag in het vervolgtraject. 

Achtergrond en aanleiding

Diverse onderzoeken en mediaberichten wijzen op een toename van het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie (met name amfetaminen) onder scholieren en studenten. Met oneigenlijk gebruik bedoelen we het gebruik door personen die de middelen niet kregen voorgeschreven door een arts. Studenten die ADHD-medicatie oneigenlijk gebruiken, verwachten dat het middel ook (bij volwassenen) zonder ADHD de concentratie bevordert en daarmee de leerprestaties vergroot.

Ook de recent verschenen Monitor mentale gezondheid en middelengebruik Studenten hoger onderwijs (2021) laat zien dat studenten van het hoger onderwijs en universiteiten middelen, zoals methylfenidaat, oneigenlijk gebruiken. Dit gebruik gaat gepaard met een slechtere mentale gezondheid.

Vanuit zowel gezondheids- als maatschappelijk oogpunt is het van belang om het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie door jongeren terug te dringen en te voorkomen. De risico’s van het gebruik op lange termijn zijn onbekend. Daarnaast pakt het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie het onderliggende probleem niet aan. Dit kan leiden tot het normaliseren van middelengebruik om te kunnen presteren, ook tijdens toekomstige beroepsuitoefening.

Wie zijn betrokken bij het project?

Het IVM voerde dit project uit in samenwerking met het Trimbos Instituut. De projectgroep werkt daarnaast samen met relevante stakeholders op het gebied van voorschrijvers, apothekers en onderwijs.

Wie betaalt het project?

Het IVM voerde dit project, dat een looptijd had van een halfjaar, uit voor het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Contact

Voor meer informatie over het project kan contact worden opgenomen met Marieke van den Berk-Bulsink (m.berk@ivm.nl).

Laatst gewijzigd op 7 juli 2022