Informatiepagina

Op de pagina Meer weten heeft het IVM diverse zaken voor u op een rijtje gezet, namelijk de standpunten over biosimilars van NDF, CBG en KNMP. De CBG-brochure ‘Vragen en antwoorden over biologische medicijnen’ biedt informatie aan patiënten, maar is ook geschikt voor zorgverleners die meer achtergrondinformatie wensen over biologische geneesmiddelen. Daarnaast beschrijft de NDF aandachtspunten voor het omzetten van patiënten van of naar biosimilar insulines en tonen zij een overzicht van het preferentiebeleid voor insulines per zorgverzekeraar. Ook benadrukt de NDF in de aandachtspunten het belang van een peninstructie bij het omzetten van patiënten. Hiervoor kan het gebruik van demopennen behulpzaam zijn. De EMA beschrijft in de informatiegids ‘Biosimilars in de EU’ voor zorgverleners onder andere de verschillen tussen biosimilars en generieke geneesmiddelen. Ten slotte geeft de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018) een overzicht van het medicamenteuze beleid.

Standpunt biosimilars

NDF

De Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) heeft een standpunt over biosimilar insulines gepubliceerd. Daarin geeft de NDF aan dat de biosimilar soortgelijk is aan het referentiegeneesmiddel. De keuze voor omzetten moet de zorgverlener altijd in samenspraak met de patiënt nemen. Ook geeft de NDF aan dat zorgverleners ongecontroleerde uitwisseling tussen biologische geneesmiddelen altijd moeten vermijden, evenals frequente wisselingen.

Meer weten? Lees het NDF-standpunt Biosimilar insulines (2017).

CBG

Het CBG-standpunt geeft aan dat nieuwe gebruikers zondermeer met een biosimilar kunnen starten. Voor alle biologische geneesmiddelen legt de apotheker het product en batchnummer in het patiëntdossier vast. Dit waarborgt de traceerbaarheid van biologische geneesmiddelen. Zorgverleners kunnen bestaande gebruikers onder voorwaarde van adequate klinische monitoring en duidelijke instructies omzetten. Het CBG vindt het noodzakelijk dat zowel de behandeld arts als de apotheker betrokken zijn bij de omzetting. Samenwerking om de werkzaamheid en bijwerkingen te monitoren is hierbij essentieel.

Meer weten? Lees het CBG-standpunt Biosimilars (2015).

KNMP

De KNMP gaat mee in het standpunt van het CBG. De KNMP plaatst hierbij enkele aanvullende opmerkingen. Bij de keuze voor een biologisch geneesmiddel of biosimilar dient de zorgverlener rekening te houden met patiëntgebonden factoren én productkenmerken. Verder geeft de KNMP onder andere aan wanneer regelmatig omzetten niet wenselijk is en dat goede communicatie en begeleiding essentieel zijn bij de omzetting.

Meer weten? Lees het KNMP-standpunt Biosimilars (2017).

Overzicht preferentiebeleid

De Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) geeft een overzicht van het preferentiebeleid voor insulines per zorgverzekeraar. In het overzicht vindt u het preferentiebeleid voor insuline glargine, insuline aspart, insuline lispro en NPH-insuline. NPH-insuline is niet bij alle zorgverzekeraars opgenomen in het preferentiebeleid.

Meer weten? Bekijk het NDF-overzicht (Biosimilar)insulines preferentiebeleid (2020).

Aandachtspunten omzetten

De Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) beschrijft aandachtspunten voor het omzetten van patiënten van of naar biosimilar insulines. De NDF geeft aandachtspunten voor afspraken met zorgverleners onderling, het gesprek met de patiënt, zorgvuldige omzetting, monitoring van de patiënt, melden van klachten en evaluatie van het omzettraject.

Meer weten? Lees de NDF-aandachtspunten Biosimilar insulines (2018).

Demopennen

Het CBG noemt in het standpunt Biosimilars de voorwaarde voor duidelijke instructies bij het omzetten van patiënten van of naar een biosimilar (CBG, 2015). Ook de NDF benadrukt in de aandachtspunten het belang van een peninstructie bij het omzetten van patiënten (NDF, 2018). Hiervoor kan het gebruik van demopennen behulpzaam zijn. In veel gevallen kunt u deze bij de fabrikant van de desbetreffende insuline aanvragen:

CBG-brochure

Het CBG geeft in de brochure ‘Vragen en antwoorden over biologische medicijnen’ voor patiënten informatie over biologische geneesmiddelen. Deze informatie is ook geschikt voor zorgverleners die meer achtergrondinformatie wensen. De folder beschrijft wat biologische geneesmiddelen en biosimilars zijn, waar ze voor gebruikt worden en wat patiënten kunnen verwachten als ze wisselen van biologische geneesmiddelen.

Meer weten? Lees de CBG-brochure Vragen en antwoorden over biologische medicijnen (2018).

EMA-informatiegids

Het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) geeft voor zorgverleners informatie in de informatiegids ‘Biosimilars in de EU’. De informatiegids beschrijft onder andere verschillen tussen biosimilars en generieke geneesmiddelen. En geeft informatie over de ontwikkeling en goedkeuring, veiligheid en gevolgen van de beschikbaarheid van biosimilars. Verder gaat de informatiegids in op de uitwisselbaarheid, omzetten en de communicatie met de patiënt.

Meer weten? Lees de EMA-informatiegids Biosimilars in de EU (2019).

NHG-Standaard DM2

De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018) geeft een overzicht van het medicamenteuze beleid. (Middel)langwerkend insuline komt in aanmerking als derde stap in de behandeling van patiënten met DM2 (na metformine en een SU-derivaat). Het NHG geeft hierbij de voorkeur aan NPH-insuline vanwege de bekende langetermijnveiligheid en kosten. Als een langwerkende insuline in aanmerking komt, adviseert de NHG-Standaard insuline glargine 100 E/ml of insuline detemir. Het NHG beveelt insuline glargine 300 E/ml en insuline degludec niet aan vanwege het ontbreken van duidelijke voordelen ten opzichte van de andere langwerkende insulines en NPH-insuline.

Meer weten? Lees de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018).

Contact

Laatst gewijzigd op 11 februari 2021