MOVIE

In het kort

De MOVIE laat de verhouding zien tussen het aantal gebruikers van PCSK9-remmers en het aantal gebruikers van cholesterolverlagende middelen in de periode 2016 tot en met 2020.

Tijdlijn

Twee PCSK9-remmers zijn in 2015 geregistreerd: alirocumab (Praluent®) en evolocumab (Repatha®). Het aantal gebruikers van PCSK9-remmers is in de loop van de jaren gestegen van 873 in 2016 tot 20.185 in 2020. Naar verwachting zal het aantal gebruikers de komende jaren verder toenemen.  

Verwacht aandeel PCSK9-remmers

PCSK9-remmers zijn middelen voor patiënten bij wie andere cholesterolverlagende middelen niet of onvoldoende werken. In 2016 schatte Zorginstituut Nederland dat 14.000 tot 24.000 patiënten in Nederland in aanmerking zouden komen voor deze geneesmiddelen (Zorginstituut, 2016). 

In 2020 gebruikten bijna 2,0 miljoen patiënten één of meer cholesterolverlagende middelen. Op basis van de verwachting van Zorginstituut Nederland zou 0,7 tot 1,2% van de gebruikers van cholesterolverlagers in aanmerking komen voor een PCSK9-remmer

Regionale verschillen

In delen van Friesland en rond Apeldoorn en Hardenberg gebruikten relatief veel patiënten een PCSK9-remmer. In Zeeland, delen van Noord-Brabant en in de Achterhoek ligt het gebruik van PCSK9-remmers relatief laag. Het gebruik van alle cholesterolverlagende middelen lag in Friesland onder het landelijk gemiddelde, rond Apeldoorn en in Limburg en Noord-Brabant juist boven het landelijk gemiddelde (Volksgezondheidenzorg.info). 

Definities

Aantal gebruikers van PCSK9-remmers: aantal unieke inwoners met minimaal één voorschrift voor een PCSK9-remmer per half jaar per postcodegebied. 

Aantal gebruikers van cholesterolverlagende middelen: aantal unieke inwoners met minimaal één voorschrift voor een cholesterolverlagend middel per half jaar per postcodegebied. 

Bronvermelding

Voor het maken van de kaarten is gebruik gemaakt van de databank van het Genees- en hulpmiddelen Informatie Project (GIPdatabank) van Zorginstituut Nederland. Deze databank bevat informatie over het gebruik van genees- en hulpmiddelen in Nederland. Het betreft informatie over middelen die extramuraal (d.w.z. buiten instellingen als ziekenhuizen en verpleeghuizen) zijn verstrekt en vergoed op grond van de Zorgverzekeringswet. Bijna alle zorgverzekeraars stellen deze informatie ter beschikking aan de GIPdatabank. De GIPdatabank doet een kwaliteitscontrole op deze gegevens en corrigeert deze zo nodig. Hierdoor ontstaan betrouwbare en representatieve databestanden over het hulp- en geneesmiddelengebruik. Bij de ramingsmethodiek voor het voorspellen van het ontbrekende deel, houdt Zorginstituut Nederland onder andere rekening met verschillen in de leeftijds- en geslachtsopbouw van de verzekerdenpopulatie. 

Contact

Meer informatie

Laatst gewijzigd op 18 november 2021