Nieuw onderzoek

In het kort

Het Zorginstituut Nederland adviseert om voor GLP1-agonisten de vergoedingscriteria te verruimen door bij patiƫnten met metformine en een SU-derivaat de BMI-afkapwaarde te verlagen van 35 naar 30 kg/m2.

Wat is de huidige situatie?

Niet alle patiënten krijgen GLP1-agonisten vergoed. De vergoedingsvoorwaarden zijn afhankelijk van de achtergrondtherapie en BMI.

  • Patiënten met metformine en een SU-derivaat krijgen GLP1-agonisten alleen vergoed bij een BMI ≥ 35 kg/m2.
  • Patiënten met optimaal getitreerd basaal insuline krijgen GLP1-agonisten alleen vergoed bij een BMI ≥ 30 kg/m2 (VWS, 2019).
Wat is het advies?

Het Zorginstituut adviseert om de vergoedingscriteria voor patiënten met DM2 en orale therapie te verruimen. Volgens dit advies komen patiënten met een BMI ≥ 30 kg/m2 in aanmerking voor een GLP1-agonist, als de bloedglucosewaarden onvoldoende onder controle zijn met een maximaal verdraagbare dosering metformine in combinatie met een SU-derivaat. De aanvraag voor uitbreiding komt voort uit de Rondetafel Diabeteszorg. Daarbij heeft het Zorginstituut additioneel wetenschappelijk bewijs beoordeeld.

Discussie

Eerder is voor de vergoeding van GLP1-agonisten een afkapwaarde van BMI ≥ 35 kg/m2 gekozen voor patiënten met metformine en een SU-derivaat. Er is echter nieuw wetenschappelijk bewijs dat een lagere BMI-afkapwaarde ondersteunt. Zo zijn het merendeel van de studies naar de effecten van GLP1-agonisten uitgevoerd bij patiënten met een BMI ≥ 30 kg/m2. Bovendien zijn er geen aanwijzingen dat het uitgangs-BMI van invloed is op de mate van HbA1c-verlaging of gewichtsreductie. Ten slotte geven GLP1-agonisten (een geringe) gewichtsreductie met een gemiddeld voordeel van 3,7 kg. Bij patiënten met obesitas kan gewichtsreductie gezondheidsvoordeel opleveren, zoals betere insuline-gevoeligheid en verbetering van het risicoprofiel voor hart- en vaatziekten. 

Wat betekent dit voor de praktijk?

De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 geeft aan dat voorschrijvers een GLP1-agonist als alternatief voor eenmaal daags insuline bij een BMI ≥ 30 kg/m2 kunnen overwegen als het vermijden van hypoglykemieën van groot belang is. Momenteel wordt dit echter nog niet vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet (NHG, 2018). Bij verruiming van de vergoedingscriteria kunnen voorschrijvers de GLP1-agonisten ook voor patiënten met een BMI ≥ 30 kg/m2 voorschrijven als alternatief voor (middel)langwerkend insuline. De nog onbekende langetermijnveiligheid (risico op galstenen, retinopathie, schildklier- en pancreascarcinoom) moet in het gesprek met de patiënt meegenomen worden. 

Door de geadviseerde verruiming van de vergoedingscriteria zullen de kosten voor de behandeling stijgen, want de kosten voor GLP1-agonisten liggen hoger dan voor (middel)langwerkende insuline. ZINL verwacht na 3 jaar € 7,5 miljoen extra kosten door de verruiming van de vergoedingscriteria, waarbij ook rekening is gehouden met substitutie van (middel)langwerkend insuline en bijkomende kosten van de behandeling (lancetten, naaldjes).

Bron

ZINL. GVS-advies GLP-1ra bij diabetes uitbreiding bijlage 2 voorwaarde door verlaging BMI-afkapwaarde. 26 september 2019. 

Contact