Nieuw onderzoek

In het kort

Op basis van een meta-analyse van observationele studies is er geen bewijs voor een verband tussen gebruik van DPP4-remmer, GLP1-agonisten of SGLT2-remmers en fracturen.

Er is geen bewijs dat DPP4-remmers, GLP1-agonisten of SGLT2-remmers het risico op fracturen beïnvloeden. Dat blijkt uit een meta-analyse van observationele studies van Hidayat et al.

Resultaten

De onderzoekers voerden een meta-analyse uit op 18 observationele studies. 12 studies onderzochten DPP4-remmers, 4 GLP1-agonisten en 4 SGLT2-remmers. Er waren geen aanwijzingen voor publicatiebias. Voor geen van de groepen geneesmiddelen was er een significante associatie tussen het gebruik van het middel en het optreden van fracturen:

  • DPP4-remmers: RR=0,83; 95%BI=0,60 tot 1,14
  • GLP1-agonisten: RR=0,65; 95%BI=0,24 tot 1,74
  • SGLT2-remmers: RR=1,02; 95%BI=0,91 tot 1,16

Ook bij analyse van diverse subgroepen (op basis van leeftijd, type studie, geslacht, locatie van de fractuur) waren er geen significante verschillen. Alleen bij GLP1-agonisten was het risico op heupfracturen significant verlaagd: RR=0,21; 95%BI=0,04 tot 0,98. Dit resultaat werd echter sterk beïnvloed door 1 studie die een verlaagd risico aantoonde. De overige studies toonden dit verband niet aan.

Discussie

Er is geen verband tussen gebruik van DPP4-remmers, GLP1-agonisten, SGLT2-remmers en fracturen. In eerdere studies is gesuggereerd dat DPP4-remmers en GLP1-agonisten het fractuurrisico zouden verlagen, terwijl er bij SGLT2-remmers sprake zou zijn van een verhoogd risico. Uit deze analyse van observationele studies blijkt noch een verlaagd, noch een verhoogd risico. Dit is in overeenstemming met enkele recente klinische studies, waar ook geen verband werd gevonden. De auteurs noemen een aantal beperkingen van hun studie. Bij de onderliggende observationele studies bestaat het risico op confounding en bias. Bij bijna alle geïncludeerde studies ontbraken relevante gegevens, zoals voorgeschiedenis van fracturen, duur en ernst van de diabetes en dosis van de gebruikte bloedglucoseverlagende middelen. Daarnaast was het aantal studies - met name naar GLP1-agonisten en SGLT2-remmers - beperkt, waren er geen gegevens over therapietrouw en waren de fracturen meestal niet bevestigd door radiografie.

Belang voor de praktijk

Er zijn al diverse studies uitgevoerd naar de relatie tussen gebruik van DPP4-remmers, GLP1-agonisten, SGLT2-remmers en fracturen. Hoewel sommige studies een verlaagd risico (DPP4-remmers en GLP1-agonisten) dan wel een verhoogd risico (SGLT2-remmers) suggereren, komt er steeds meer bewijs dat er geen significante associatie is. Deze meta-analyse van observationele studies onderschrijft een neutraal effect. Hoewel de observationele opzet methodologische nadelen kent, is een voordeel dat het een analyse betreft van gebruik in de dagelijkse praktijk. Het gebruik van DPP4-remmers, GLP1-agonisten en SGLT2-remmers lijkt qua fractuurrisico veilig bij patiënten met DM2. Gezien de beperkte hoeveelheid studies, blijft alertheid op fractuurrisico - vooral bij risicopatiënten - echter verstandig.

Belangenverstrengeling

Geen.

Bron

Hidayat K et al. Risk of fracture with dipeptidyl peptidase-4 inhibitors, glucagon-like peptide-1 receptor agonists, or sodium-glucose cotransporter-2 inhibitors in real-world use: systematic review and meta-analysis of observational studies. Osteoporos Int. 2019 May 27.

Contact