Nieuw onderzoek

In het kort

Baricitinib lijkt geen verhoogd risico op cardiovasculaire bijwerkingen te geven.

Baricitinib (Olumiant®) lijkt na analyse van 9 klinische studies geen verhoogd risico op cardiovasculaire bijwerkingen te geven. Baricitinib is in het verleden wel in verband gebracht met een verhoogd risico op veneuze trombo-embolie (VTE).

Achtergrond

Patiënten met reumatoïde artritis (RA) hebben een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (HVZ) en VTE. Eerdere studies hebben laten zien dat baricitinib mogelijk het risico op VTE extra verhoogt. Voor de FDA is dit onder andere reden geweest om alleen de dosering van 2 mg goed te keuren (FDA, 2018). Taylor et al voegden gegevens van 9 klinische studies samen om de veiligheid van baricitinib verder te onderzoeken.

Resultaten

De onderzoekers includeerden data van 9 klinische studies bij patiënten met RA. Er waren gegevens uit placebogecontroleerde studies met in totaal 2.067 deelnemers beschikbaar. In een tweede dataset zijn alle patiënten met minimaal één gift baricitinib (All-bari-RA) opgenomen. In totaal ontvingen 3.492 patiënten baricitinib met 7.860 patiëntenjaren (PJ).

Nieuwe cardiovasculaire complicaties (MACE) kwamen in de eerste 24 weken van gebruik even vaak voor bij baricitinib als bij placebo. Ook de incidentie van de losse componenten van MACE (myocardinfarct, beroerte en cardiovasculaire sterfte) was vergelijkbaar tussen placebo en baricitinib. De incidentie van MACE in de ‘All-bari-RA’ dataset 0,5 per 100 PJ en bleef stabiel bij gebruik langer dan 24 weken.

De incidentie van arteriële trombose was vergelijkbaar tussen placebo (0,5 per 100 PJ) en baricitinib 4 mg (0,5 per 100 PJ) en tussen baricitinib 2 mg en 4 mg. De incidentie in de ‘All-bari-RA’ dataset was 0,4 en bleef stabiel bij langdurig gebruik. Ook hartfalen kwam niet vaker voor bij gebruik van baricitinib dan bij placebo.

VTE werd niet gezien bij de placebogroep (0/1.070), maar wel in de baricitinibgroep (6/997). Alle 6 patiënten hadden bestaande risicofactoren voor VTE, zoals ernstige of morbide obesitas. Er werd geen verschil in VTE gezien tussen de verschillende doseringen baricitinib. De incidentie van VTE in de ‘All-Bari-RA’ dataset was 0,5 (n=42, 7.948,6 PJ). VTE kwam gedurende de hele behandelperiode ongeveer even vaak voor.

Discussie

De onderzoekers concluderen dat de incidentie van MACE en arteriële trombo-embolie vergelijkbaar is tussen placebo en baricitinib 4 mg, vergelijkbaar is tussen verschillende doseringen baricitinib en niet toeneemt bij langer gebruik. VTE lijkt bij baricitinib iets vaker voor te komen dan bij placebo. De aantallen zijn echter klein en de patiënten hadden bestaande risicofactoren voor VTE. Bij langdurig gebruik blijft de incidentie gelijk tussen verschillende doseringen en deze is vergelijkbaar met cijfers die gepubliceerd zijn voor RA.

Een beperking van deze studie is dat de placebogecontroleerde studies kort (24 weken) en beperkt van omvang waren. Hierdoor kunnen bijwerkingen die minder vaak voorkomen gemist worden. Verder onderzoek naar deze potentiële risico’s is nodig.

Belang voor de praktijk

Patiënten met RA lopen een verhoogd risico op HVZ. Het is geruststellend dat baricitinib in deze analyse dit risico niet verder lijkt te verhogen. Meer onderzoek met een langere looptijd is wel noodzakelijk. Verder moeten voorschrijvers alert zijn op het optreden van VTE bij alle RA-patiënten en gebruikers van baricitinib in het bijzonder.

Belangenverstrengeling

De studie is gefinancierd door Eli Lilly Company, de fabrikant van baricitinib, en Incyte Corporation. Diverse auteurs hebben financiële banden met verschillende farmaceutische bedrijven.

Bron

Taylor PC et al. Cardiovascular Safety During Treatment with Baricitinib in Rheumatoid Arthritis. Arthritis Rheumatol. 2019 Jan 21.

Contact