Nieuw onderzoek

In het kort

Alirocumab verkleint de kans op nieuwe hart- en vaatziekten bij patiƫnten met een recent acuut coronair syndroom.

De PCSK9-remmer alirocumab (Praluent®) verkleint de kans op nieuwe hart- en vaatziekten bij patiënten met een recent acuut coronair syndroom. Dat blijkt uit de ODYSSEY Outcomes-studie.

Studie-opzet

Patiënten met een acuut coronair syndroom in het jaar voor de start van de studie mochten meedoen. Voorwaarde was wel dat zij een LDL-cholesterolgehalte van 1,8 mmol/l of hoger hadden, terwijl ze atorvastatine of rosuvastatine gebruikten in de maximaal verdraagbare sterkte. De deelnemers kregen alirocumab of placebo. De streefwaarde voor het LDL-cholesterolgehalte lag tussen 0,3 en 1,3 mmol/l. Zo nodig werd de dosering alirocumab (op een geblindeerde manier) naar boven of naar beneden aangepast. De mediane follow-up was 2,8 jaar. Primaire uitkomstmaat was overlijden door coronaire hartziekte, een myocardinfarct, een beroerte, instabiele angina pectoris of een coronaire revascularisatie.

Resultaten

Het primaire eindpunt kwam voor bij 11,1% van de gebruikers van placebo en bij 9,5% van de gebruikers van alirocumab. De onderzoekers berekenen een number needed tot treat (NNT) van 49 gedurende 4 jaar. Met andere woorden: om één geval van overlijden door coronaire hartziekte, een myocardinfarct, een beroerte, instabiele angina pectoris of een coronaire revascularisatie te voorkomen, moeten 49 mensen gedurende 4 jaar alirocumab gebruiken.

Patiënten met een hoger LDL-cholesterolgehalte bij aanvang van de studie bereikten vaker het primaire eindpunt dan patiënten met een lager LDL-cholesterolgehalte. Het NNT in de subgroep van mensen met een uitgangswaarde voor het LDL-cholesterolgehalte boven 2,6 mmol/l lag op 16 gedurende 4 jaar.

De sterfte door coronaire hartziekten was niet significant verschillend tussen de placebogroep en de alirocumabgroep. De totale sterfte was wel lager bij gebruikers van alirocumab (HR=0,85, 95%BI 0,73 tot 0,98). De auteurs geven aan dat dit resultaat alleen hypothese-genererend is. Voor het onderzoek begon hadden zij vastgesteld in welke volgorde de eindpunten getoetst zouden worden. Wanneer een eindpunt geen significant verschil liet zien, dan waren de resultaten van alle volgende eindpunten alleen indicatief. Er mogen dus geen conclusies aan worden verbonden, omdat toeval een rol zou kunnen spelen.

Er waren geen grote verschillen in bijwerkingen tussen beide groepen. Alleen reacties op de injectieplaats kwamen bij gebruikers van alirocumab significant vaker voor dan bij gebruikers van placebo (3,6% versus 2,1%). Er zijn geen aanwijzingen voor een verhoogd risico op diabetes mellitus of neurocognitieve bijwerkingen.

Discussie

De resultaten van deze studie zijn in lijn met de resultaten van de FOURIER-studie naar de PCSK9-remmer evolocumab en van de SPIR-studie naar bococizumab, een PCSK9-remmer die niet op de markt zal komen.

Belang voor de praktijk

De studie laat zien dat alirocumab de kans op hart- en vaatziekten verkleint bij mensen met een doorgemaakt acuut coronair syndroom. Bij deze groep mensen is de NNT 49 gedurende 4 jaar. Bij patiënten met een lager uitgangsrisico, bijvoorbeeld omdat zij geen hart- en vaatziekten in de voorgeschiedenis hebben, zullen nog veel meer patiënten behandeld moeten worden om één geval te voorkomen.

Belangenverstrengeling

De studie is gefinancierd door Sanofi en Regeneron, registratiehouders van alirocumab. Diverse auteurs hebben ook geld ontvangen van diverse farmaceutische bedrijven.

Bron

Schwarz GG et al. Alirocumab and Cardiovascular Outcomes after Acute Coronary Syndrome. N Engl J Med. 2018 Nov 7.

Contact