Nieuw onderzoek

In het kort

DPP4-remmers zijn geassocieerd met een sterkere daling van het HbA1c en lichaamsgewicht dan gliclazide.  

Dipeptidylpeptidase-4-remmers (DPP-4-remmers) zijn geassocieerd met een sterkere daling van het HbA1c en lichaamsgewicht dan gliclazide. Dat blijkt uit een observationeel onderzoek uit Italië.

Resultaten

De onderzoekers bekeken de gegevens uit de medische dossiers van patiënten met diabetes mellitus type 2 (DM2) uit 46 verschillende diabetes-poliklinieken in Italië. 6.594 patiënten startten met DPP-4-remmers en 5.960 met gliclazide. De meeste patiënten gebruikten al metformine. Na een mediane follow-up van 6,1 maanden daalde het HbA1c in de groep met DPP-4-remmers met 6,6 mmol/mol en het lichaamsgewicht met 0,5 kg. In de groep met gliclazide daalde het HbA1c na een mediane follow-up van 6,2 maanden eveneens met 6,6 mmol/mol. Er was geen significant verschil in lichaamsgewicht ten opzichte van de uitgangswaarde. Op baseline hadden de patiënten met DPP-4-remmers gemiddeld langer DM2, een hogere Body Mass Index (BMI), een hoger HbA1c en een lagere nierfunctie (eGFR). 

De onderzoekers matchten beide groepen op basis van onder andere leeftijd, geslacht, duur van de DM2, BMI, bloeddruk en cholesterol. Na matching bleven er 1.316 patiënten in beide groepen over. In deze populatie veroorzaakten de DPP-4-remmers een significant grotere HbA1c-daling dan gliclazide: 6,6 versus 4,4 mmol/mol. Ook de daling in nuchter bloedglucose en lichaamsgewicht (0,4 versus 0,1 kg) was significant groter. Er was geen significant verschil in verandering van de systolische bloeddruk.

Conclusie

De auteurs concluderen dat DPP-4-remmers betere glucosecontrole veroorzaken dan gliclazide. Dit resultaat is in tegenspraak met de meeste gerandomiseerde klinische studies, waarin DPP-4-remmers juist minder HbA1c-daling geven dan SU-derivaten. Een mogelijke oorzaak is de relatief lage dosering gliclazide (gemiddeld 49 mg) in dit onderzoek. In andere klinische studies titreren onderzoekers gliclazide vaker op richting de maximumdosering. DPP-4-remmers kunnen in tegensteling tot gliclazide niet opgetitreerd worden. Het is mogelijk dat ook een langere follow-up andere resultaten zou laten zien.

Belang voor de praktijk

Volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018) heeft gliclazide de voorkeur als patiënten met alleen metformine onvoldoende glykemische controle bereiken. De voorkeur voor gliclazide is onder andere gebaseerd op de lange ervaring met SU-derivaten, een goede HbA1c-daling en weinig effect op lichaamsgewicht en hypoglykemieën (NHG, 2018). Uit deze observationele studie blijkt dat DPP-4-remmers een gunstiger effect hebben op het HbA1c dan gliclazide, wat in tegenspraak is met de meeste klinische studies. Een mogelijke oorzaak zijn de verschillen in baselinegegevens tussen beide groepen (hoewel hiervoor gecorrigeerd is door het matchen) en de relatief lage dosering gliclazide in vergelijking met de klinische studies. Meer onderzoek zal moeten uitwijzen wat het daadwerkelijke verschil is tussen DPP-4-remmers en gliclazide wat betreft de HbA1c-daling.

Belangenverstrengeling

De studie is gefinancierd door de Italian Diabetes Society, met externe financiering door AstraZeneca, de fabrikant van DPP-4-remmer saxagliptine. Diverse auteurs hebben financiering ontvangen vanuit de farmaceutische industrie, ook van fabrikanten van DPP-4-remmers.

Bron

Fadini GP et al. Comparative Effectiveness of DPP-4 Inhibitors Versus Sulfonylurea for the Treatment of Type 2 Diabetes in Routine Clinical Practice: A Retrospective Multicenter Real-World Study. Diabetes Ther. 2018;9(4):1477-1490.