Nieuw onderzoek

In het kort

DPP-4-remmers zijn niet geassocieerd met een verhoogd risico op fragiliteitsfracturen in vergelijking met SU-derivaten en insuline.

Dipeptidylpeptidase-4-remmers (DPP4-remmers) zijn niet geassocieerd met een verhoogd risico op fragiliteitsfracturen (fracturen die spontaan ontstaan of ten gevolge van minimale kracht) in vergelijking met sulfonylureumderivaten (SU-derivaten) en insuline. Dat blijkt uit een observationele studie van Gamble et al.

Database

De onderzoekers gebruikten een database uit het Verenigd Koninkrijk met gegevens uit ruim 650 huisartsenpraktijken. Ze includeerden volwassen patiënten met diabetes mellitus type 2 (DM2) die tussen 2001 en 2016 nieuw startten met een bloedglucoseverlagend middel. Patiënten met osteoporose en/of fragiliteitsfracturen in de voorgeschiedenis werden geëxcludeerd.

Geen verschil

De onderzoekers includeerden 7.993 patiënten met DPP4-remmers en 26.636 met SU-derivaten. De gemiddelde follow-up was 1,2 jaar, met een maximum van 9 jaar. In totaal kwamen er 189 fracturen voor op 40.203 patiëntjaren. Na correctie voor confounders, zoals leeftijd, geslacht, rookstatus en cardiovasculaire voorgeschiedenis, was er geen statistisch verschil in de gemiddelde tijd tot een fragiliteitsfractuur tussen DPP4-remmers en SU-derivaten. De incidentieratio bij DPP4-remmers was 3/1.000 patiëntjaren vergeleken met 5,2/1.000 patiëntjaren bij SU-derivaten. De Hazard Ratio na correctie voor confounders (adjusted HR; aHR) was 0,80; 95% betrouwbaarheidsinterval (95%BI)=0,51 tot 1,24. Er was eveneens geen verschil tussen DPP4-remmers en insuline (aHR=0,91; 95%BI=0,40 tot 2,09). Vergeleken met thiazolidinedionen (bijvoorbeeld pioglitazon) waren DPP4-remmers geassocieerd met een significant lager risico: aHR=0,47; 95%BI=0,26 tot 0,83. 

Discussie

De auteurs concluderen dat DPP4-remmers in vergelijking met SU-derivaten en insuline niet geassocieerd zijn met een verhoogd risico op fragiliteitsfracturen. Sterke punten van deze studie zijn de grote en representatieve groep patiënten en de controle voor meerdere confounders. Een beperking van deze studie vormt de observationele opzet. Hoewel er voor meerdere confounders is gecorrigeerd, is niet uit te sluiten dat er ongemeten confounders zijn. Ook is bias vanwege misclassificatie mogelijk, waren er beperkte gegevens over botdichtheid en is de follow-up relatief kort. Tot slot is gewerkt met prescriptiedata en is als gevolg daarvan niet bekend of patiënten hun geneesmiddelen ook daadwerkelijk ingenomen hebben.

Belang voor de praktijk

DPP4-remmers hebben geen plaats in het stappenplan voor de behandeling van DM2 volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2. Uit dit onderzoek blijkt dat de middelen in vergelijking met SU-derivaten en insuline niet geassocieerd zijn met een verhoogd risico op fragiliteitsfracturen. Of dit ook geldt voor een langere termijn dan in deze studie onderzocht is, is niet bekend.

Belangenverstrengeling

Geen

Bron

Gamble JM et al. The risk of fragility fractures in new users of dipeptidyl peptidase-4 inhibitors compared to sulfonylureas and other anti-diabetic drugs: A cohort study. Diabetes Res Clin Pract. 2017;136:159-167.