Nieuw onderzoek

In het kort

Huisartsen schrijven weinig nieuwe bloedglucoseverlagende middelen voor, zoals DPP-4-remmers, GLP-1-agonistenĀ en SGLT-2-remmers.

Huisartsen schrijven weinig nieuwe bloedglucoseverlagende middelen voor, zoals dipeptidylpeptidase-4-remmers (DPP-4-remmers) glucagon-like peptide 1-agonisten (GLP-1-agonisten) en natrium-glucose-cotransporter 2-remmers (SGLT-2-remmers). Als metformine en sulfonylureumderivaten (SU-derivaten) onvoldoende glykemische controle geven, kiezen artsen meestal voor het starten van insuline. Van de nieuwe bloedglucoseverlagende middelen schrijven artsen de DPP-4-remmers nog het meest voor. Dit blijkt uit de jaarlijkse Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik.

Resultaten

In 2016 kreeg 1,2% van de patiënten met diabetes mellitus type 2 een eerste recept voor een DPP-4-remmer. De GLP-1-agonisten en de SGLT-2-remmers werden minder vaak gestart, namelijk bij 0,3 en 0,6 procent van de patiënten. Ter vergelijking: 22.146 patiënten met diabetes mellitus type 2 begonnen in 2016 met insuline. Dit is 3,1 procent van alle patiënten. Deze percentages zijn gemeten over alle voorschrijvers, dus huisartsen en medisch specialisten.

Huisartsen schrijven DPP-4-remmers meestal voor aan patiënten die metformine en/of een SU-derivaat gebruiken. In de zes maanden voor het eerste recept van een DPP-4-remmer gebruikte 86 procent van de patiënten alleen metformine en/of een SU-derivaat, en geen andere bloedglucoseverlagende middelen. Nieuwe gebruikers van SGLT-2-remmers en GLP-1-agonisten hebben meer verschillende geneesmiddelgroepen gebruikt voor het eerste recept van het nieuwe middel dan nieuwe gebruikers van DPP-4-remmers. Ruim 20 procent van hen gebruikte een DPP-4-remmer voor de start van een SGLT-2-remmer of een GLP-1-agonist. Ook gebruikten nieuwe gebruikers van SGLT-2-remmers en GLP-1-agonisten vaker al insuline in de zes maanden voor de start van het nieuwe middel dan nieuwe gebruikers van DPP-4-remmers.

Tussen regio’s zijn flinke verschillen zichtbaar. Zo starten huisartsen in de provincie Groningen vaker dan huisartsen elders met DPP-4-remmers. Ook in Den Haag zijn er veel nieuwe gebruikers van DPP-4-remmers. Rond Nijmegen en in de kop van Noord-Holland schrijven huisartsen deze middelen relatief weinig voor. In Twente en in het oosten van Noord-Brabant schrijven huisartsen vaker dan elders in Nederland SGLT-2-remmers voor.

Trend

Uit de GIP-databank is op te maken dat het terughoudend voorschrijven van de nieuwe middelen een trend is die past in de afgelopen jaren. In onderstaande grafiek is te zien dat het aantal gebruikers van DPP-4-remmers en GLP-1-agonisten sinds 2013 licht afneemt. Het aantal gebruikers van SGLT-2-remmers neemt toe, maar is in absolute aantallen lager dan het aantal gebruikers van de andere nieuwe middelen. Het totaal aantal gebruikers van alle bloedglucoseverlagende middelen (exclusief insulines) neemt jaarlijks toe: van 672.759 gebruikers in 2012 tot 701.200 in 2016. Minder dan 10% van alle gebruikers van bloedglucoseverlagende middelen (exclusief insulines) gebruikt een nieuw bloedglucoseverlagend middel.

Belang voor de praktijk

Huisartsen zijn terughoudend in het voorschrijven van nieuwe bloedglucoseverlagende middelen. Ze volgen hiermee de aanbevelingen uit de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2013)

Bron