Nieuw onderzoek

In het kort

Edoxaban is non-inferieur aan dalteparine voor de behandeling van veneuze trombo-embolie bij patiënten met kanker.

Edoxaban (Lixiana®) is non-inferieur aan dalteparine voor de behandeling van veneuze trombo-embolie (VTE) bij patiënten met kanker. Dit is de conclusie van een studie van Raskob et al., die recent verscheen in de New England Journal of Medicine.

Resultaten

De onderzoekers van de Hokusai VTE Cancer trial randomiseerden volwassen patiënten met kanker én een acute symptomatische of bij toeval vastgestelde diepe veneuze trombose of longembolie naar edoxaban (n=522) of dalteparine (n=524). De dosering edoxaban was eenmaal daags 60 mg (of eenmaal daags 30 mg bij een indicatie voor dosisverlaging). Daaraan voorafgaand kregen patiënten laagmoleculairgewicht heparine (LMWH) gedurende minimaal 5 dagen. De dalteparine dosering bedroeg 200 IE per kg lichaamsgewicht per dag gedurende de eerste 30 dagen. Daarna kregen patiënten eenmaal daags 150 IE per kg lichaamsgewicht. De behandelduur was 6 tot 12 maanden.

De primaire uitkomstmaat was een samenstelling van recidief VTE of majeure bloeding. Deze uitkomstmaat trad op bij 67 patiënten in de edoxabangroep (12,8%) en bij 71 patiënten in de dalteparinegroep (13,5%) (hazard ratio (HR)=0,97; 95% betrouwbaarheidsinterval (95%BI)=0,70 tot 1,36). Secundaire uitkomstmaten waren onder andere recidief VTE, majeure bloeding en sterfte. Deze uitkomstmaten traden in de edoxabangroep op bij respectievelijk 7,9%; 6,9% en 39,5% van de patiënten. In de dalteparinegroep traden deze secundaire uitkomstmaten op bij 11,3%; 4,0% en 36,6% van de patiënten. Er was een significant verschil in majeure bloedingen ten nadele van edoxaban (HR=1,77; 95%BI=1,03 tot 3,04). Dit verschil kwam voornamelijk door het optreden van meer maagdarmbloedingen bij gebruikers van edoxaban. Patiënten met maagdarmkanker bleken met name kwetsbaar voor deze bijwerking. De sterfte was vooral gerelateerd aan kanker. In beide onderzoeksgroepen overleden 6 patiënten aan VTE of een bloeding. De belangrijkste negatieve effecten anders dan een bloeding waren pneumonie en progressie van de kanker.

Discussie

De auteurs beschrijven enkele beperkingen van de studie. Ten eerste het open-label design om te vermijden dat patiënten langdurig placebo-injecties moesten krijgen. Om bias hierdoor te verminderen, beoordeelde een onafhankelijke commissie alle optredende ‘events’. Andere beperkingen waren een lager aantal primaire uitkomsten dan verwacht en het brede spectrum aan patiënten. Bovendien was de mediane duur in de dalteparinegroep korter dan in de edoxabangroep. De belangrijkste reden hiervoor was het ongemak dat patiënten ervaren van de dagelijkse injecties. Dit benadrukt volgens de auteurs de wenselijkheid van orale middelen bij deze indicatie.

Belang voor de praktijk

Het innemen van tabletten is minder belastend dan het toedienen van injecties. Dit is een belangrijk voordeel van edoxaban boven heparine. Echter, het significant vaker optreden van majeure bloedingen bij gebruik van edoxaban is een belangrijk nadeel. Edoxaban is op dit moment al geregistreerd voor de behandeling van VTE. De productinformatie bevat echter de waarschuwing dat de werkzaamheid en veiligheid van edoxaban bij de behandeling en/of preventie van VTE bij patiënten met actieve kanker niet is vastgesteld. Richtlijnmakers zullen na een eventuele aanpassing van de productinformatie op basis van deze studieresultaten moeten bepalen of de voordelen opwegen tegen de nadelen. 

Mogelijke belangenverstrengeling

De studie werd mogelijk gemaakt door Daiichi Sankyo, registratiehouder van edoxaban.

Bron

Raskob GE et al. Edoxaban for the treatment of cancer-associated venous thromboembolism. N Engl J Med December 2017.