Nieuw onderzoek

In het kort

Mepolizumab kan bij patiënten met eosinofiele COPD het aantal exacerbaties verminderen.

Mepolizumab (Nucala®) kan bij patiënten met eosinofiele COPD het aantal exacerbaties verminderen. Dat concluderen Pavord et al. op basis van twee gerandomiseerde dubbelblinde onderzoeken. De patiënten gebruikten al triple therapie voor COPD.

 

Achtergrond

Mepolizumab vermindert de productie en overleving van eosinofielen. Het middel is geregistreerd voor de behandeling van volwassenen met een ernstige vorm van eosinofiele astma als aanvulling op andere medicamenteuze behandelingen (SmPC mepolizumab). Bij deze patiënten spelen een eosinofielen een belangrijke rol bij de ziekteverschijnselen die optreden. Ook bij ernstige vormen van COPD kan het aantal eosinofielen verhoogd zijn. Dit vormde voor de auteurs aanleiding om te onderzoeken of mepolizumab ook bij COPD effect heeft.

Hiervoor voerden zij de METREX en METREO-studie uit. De deelnemers hadden matige of ernstige COPD (FEV1/FVC-ratio < 0,7; FEV1 na bronchusverwijding 20 tot 80% van voorspeld) en gebruikten minimaal 3 maanden triple therapie. Triple therapie bij COPD is het combineren van een langwerkende bèta-agonist (LABA), een langwerkend anticholinergicum (LAMA) en een inhalatiecorticosteroïd (ICS). Ook hadden alle deelnemers in het afgelopen jaar een ernstige exacerbatie (ziekenhuisopname) of minimaal twee matige exacerbaties (gebruik antibiotica of orale corticosteroïden).

De METREX studie (837 deelnemers) vergeleek mepolizumab 100 mg met placebo. De patiënten werden verdeeld in een groep met eosinofiele COPD (gedefinieerd als meer dan 150 eosinofielen/ml) en een groep zonder eosinofiele COPD. De METREO-studie (675 deelnemers) vergeleek mepolizumab 100 mg met mepolizumab 300 mg en placebo. Aan studie deze mochten alleen patiënten met eosinofiele COPD deelnemen. Primaire uitkomstmaat van beide studies was het aantal matig ernstige tot ernstige exacerbaties na een jaar.

 

Resultaten

Toevoeging van mepolizumab 100 mg aan triple therapie verminderde het aantal matig ernstige tot ernstige exacerbaties na 52 weken bij patiënten met eosinofiele COPD. Bij patiënten zonder eosinofiele COPD was er geen verschil tussen placebo en mepolizumab. In de METREX studie was het aantal exacerbaties met mepolizumab 100 mg 1,40 per jaar, bij placebo 1,71 per jaar. In de METREO studie was dit respectievelijk 1,19 en 1,49. Bij mepolizumab 300 mg was dit aantal 1,27 per jaar en daarmee niet significant beter dan bij mepolizumab 100 mg. De bijwerkingen van mepolizumab waren vergelijkbaar met placebo.

 

Discussie

De auteurs stellen dat deze studies laten zien dat eosinofielen een rol kunnen spelen bij het optreden van exacerbaties bij COPD. Mepolizumab vermindert het aantal eosinofielen. Het middel kan daarom mogelijk effectief zijn bij patiënten met eosinofiele COPD die niet uitkomen met triple inhalatietherapie. Beperkingen van de studies zijn de beperkte gegevens over comorbiditeit en medicijngebruik voor aanvang van de studie. Ook zal de therapietrouw in de praktijk minder zijn dan in klinische studies.

 

Belang voor de praktijk

Mepolizumab is op dit moment alleen nog geregistreerd voor de behandeling van volwassenen met een ernstige vorm van eosinofiele astma als aanvulling op andere medicamenteuze behandelingen (SmPC mepolizumab). Nader onderzoek moet uitwijzen of het middel ook een rol kan hebben in de behandeling van ernstige COPD waarbij het aantal eosinofielen verhoogd is. Daarbij zijn in de klinische praktijk naast het terugdringen van het aantal exacerbaties ook het effect op longfunctie, kwaliteit van leven en symptoomlast relevant.

 

Belangenverstrengeling

De studie is gefinancierd door GlaxoSmithKline, registratiehouder van mepolizumab.

 

Bron

  • Pavord ID et al. Mepolizumab for eosinophilic chronic obstructive pulmonary disease. N Engl J Med. 2017: Sep 11.
  • CBG. SmPC mepolizumab (Nucala). 12 mei 2017.