Nieuw onderzoek

In het kort

Het risico op diabetische ketoacidose bij SGLT-2-remmers is verwaarloosbaar.

Dit nieuwsbericht is onderdeel van het dossier ketoacidose.

Het risico op diabetische ketoacidose bij natrium-glucose-cotransporter 2-remmers (SGLT-2-remmers) is verwaarloosbaar. Dit is de conclusie van een meta-analyse van Monami et al.

 

Achtergrond

In de literatuur zijn diverse gevallen van ketoacidose beschreven na het gebruik van SGLT-2-remmers. SGLT-2-remmers stimuleren de afgifte van glucagon en daarmee de productie van ketonlichamen. Daarnaast zorgt remming van SGLT-2 voor stimulatie van de reabsorptie van ketonen in de renale tubuli (Qiu, 2017). Dit maakt ketoacidose een mogelijke bijwerking van deze geneesmiddelen.

 

Resultaten

Monami et al. includeerden 72 klinische studies die SGLT-2-remmers vergeleken met placebo of andere bloedglucoseverlagende middelen. Alle studies hadden een minimale behandelduur van 12 weken. In slechts 9 studies kwam ketoacidose voor. Ketoacidose trad op bij 16 van de 10.157 patiënten met SGLT-2-remmers en 6 van de 5.396 patiënten in de vergelijkingsgroep: Odd’s Ratio (OR)=1,14; 95% betrouwbaarheidsinterval (BI)=0,45 tot 2,88. Er waren geen verschillen tussen de SGLT-2-remmers onderling.

 

Discussie

De auteurs concluderen dat SGLT-2-remmers de kans op ketoacidose niet verhogen. De waarschuwing die de Amerikaanse registratie-autoriteit, de Food and Drug Administration (FDA), had afgegeven met betrekking tot het risico op ketoacidose bij SGLT-2-remmers is gebaseerd op case-reports en het werkingsmechanisme van deze groep geneesmiddelen, maar niet op klinische studies (zie ook nieuwsbericht van 21 december 2015). Wel is het mogelijk dat gevallen van diabetische ketoacidose worden gemist, omdat het kan optreden bij een normaal bloedglucose of bij een milde verhoging van het bloedglucose. Alhoewel er geen significant verschil is aangetoond, komt de hoogste grens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval uit op 2,88, wat inhoudt dat  een bijna verdrievoudiging van het risico niet is uitgesloten. De onderzoekers concluderen dat het risico op diabetische ketoacidose te verwaarlozen is, als artsen de SGLT-2-remmers volgens voorschrift voorschrijven.

 

Belang voor de praktijk

Deze meta-analyse toont aan dat er geen verhoogd risico is op diabetische ketoacidose bij gebruik van SGLT-2-remmers. Hierbij is het wel belangrijk om een correct voorschrijfbeleid aan te houden en extra goed op te letten bij risicofactoren, zoals tussentijdse ziekten, ondervoeding en alcoholmisbruik. Ook moeten zorgverleners alert zijn op het feit dat ketoacidose ook bij een normale glucosespiegel (euglykemisch) kan optreden.

 

Belangenverstrengeling

Twee van de vijf auteurs hebben financiële banden (deelname adviesraden, onderzoekssubsidies, vergoedingen voor lezingen etc.) met meerdere fabrikanten.

 

Bron

Monami M et al. Effects of SGLT-2 inhibitors on diabetic ketoacidosis: A meta-analysis of randomised controlled trials. Diabetes Res Clin Pract. 2017 May 18;130:53-60.
Qiu H et al. Ketosis and diabetic ketoacidosis in response to SGLT2 inhibitors: Basic mechanisms and therapeutic perspectives. Diabetes Metab Res Rev. 2017 Jul;33(5).