Nieuw onderzoek

In het kort

Het volgen van de aanbevelingen uit richtlijnen met betrekking tot het voorschrijven van DOAC’s biedt nog ruimte voor verbetering. 

Het volgen van de aanbevelingen uit richtlijnen met betrekking tot het voorschrijven van direct werkende orale anticoagulantia (DOAC’s) biedt nog ruimte voor verbetering. Dit is de conclusie uit een retrospectief onderzoek van Mitrovic et al.

 

Resultaten

Voor het vaststellen van de voorwaarden voor DOAC-gebruik - en daarmee of het voorschrijven volgens 'de richtlijnen' gebeurde - is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen waren de SmPC-teksten, het “Regionaal document Non-VKA orale anticoagulantia”, het protocol van Ziekenhuis Tjongerschans en de richtlijnen van European Society of Cardiology. Bij het samenvoegen van informatie uit de verschillende brondocumenten  is uitgegaan van de strengste eisen.

De auteurs selecteerden patiënten die in de periode oktober 2014 tot en met november 2015 in Ziekenhuis Tjongerschans te Heerenveen een eerste voorschrift kregen van apixaban (Eliquis®), dabigatran (Pradaxa®) of rivaroxaban (Xarelto®) of die opnieuw startten na ten minste een jaar staken. Het betrof 300 patiënten, gelijkmatig verdeeld over de afdeling orthopedie, de afdeling cardiologie en de polikliniek cardiologie.

Ruim 80% van de patiënten had een nierfunctie > 60 ml/min, de overige hadden een nierfunctie tussen 30 en 50 ml/min. Van 3 patiënten was geen nierfunctie bekend. Een te oude nierfunctiewaarde - volgens de criteria van de ziekenhuisfarmacie > 60 dagen – kwam voor bij respectievelijk 32 en 41% van de patiënten van de orthopedie en de polikliniek cardiologie.

Het bepalen en vastleggen van de CHA2DS2-VASc-score was bij minder dan 50% van de cardiologische patiënten gedaan. Bepaling achteraf leerde dat 3% van de klinische cardiologie patiënten en 7% van de poliklinische patiënten onterecht een DOAC kreeg. Het bepalen van de HAS-BLED-score, bedoeld voor het bepalen van het bloedingsrisico, gebeurde bij geen van de orthopedie-patiënten, bij 6% van de patiënten bij de klinische cardiologie en bij 11% van de poliklinische cardiologie.

De orthopedie-patiënten kregen allemaal de juiste dosering. Bij de poliklinische cardiologie kregen 4 patiënten een te hoge en 18 patiënten een te lage dosering. Bij de klinische cardiologie waren dit respectievelijk 1 en 8 patiënten. Totaal 4 patiënten kregen comedicatie die absoluut gecontra-indiceerd was.

 

Discussie

Een nadeel van de studie is dat deze slechts in één ziekenhuis is uitgevoerd. Bovendien is er geen uitgebreide statistische analyse toegepast.

 

Belang voor de praktijk

De auteurs concluderen dat er op diverse aspecten van het voorschrijven en de uitgifte van DOAC’s verbetering mogelijk is. Zo signaleren zij een taak voor de apotheker ten aanzien van interacties, nierfunctiebepaling en het correct doseren. Ook het bepalen en vastleggen van de CHA2DS2-VASc-score en de HAS-BLED-score kan bijdragen aan een veiliger gebruik van DOAC’s.

 

Mogelijke belangenverstrengeling

De auteurs melden geen financiële belangenverstrengeling.

 

Bron

Mitrovic D et al. Richtlijnadherentie bij het voorschrijven van direct werkende orale anticoagulantia. Nederlands Platform voor Farmaceutisch Onderzoek 2017;2:a1640.