Nieuw onderzoek

In het kort

Er zijn belangrijke geografische verschillen in het gebruik van VKA's in de periode dat DOAC's nog niet op de markt waren.

Er zijn belangrijke geografische verschillen in het gebruik van vitamine K-antagonisten (VKA's) bij patiënten met atriumfibrilleren en een verhoogd risico op beroerte. Dit is één van de conclusies uit fase I van GLORIA AF-studie, een prospectieve langlopende wereldwijde registratiestudie die de keuze van antitrombotische behandeling beschrijft bij patiënten met niet-valvulair atriumfibrilleren (nvAF) in de peiode dat direct werkende orale anticoagulantia (DOAC’s) nog niet waren toegelaten tot de markt. 

 

Resultaten

Fase 1 vond alleen plaats in landen waar DOAC’s bij aanvang van de studie nog niet waren toegelaten tot de markt. De studie includeerde 1.063 patiënten (mediane leeftijd 70 jaar) met nieuw gediagnosticeerd nvAF. Patiënten waren afkomstig uit China (67,1%), Europa (27,4%) - waaronder Nederland - en het Midden-Oosten (5,6%). Een hoog risico op beroerte (CHADS2 score ≥ 2) kwam voor bij 54,1% van de patiënten; 80,9% had een laag bloedingsrisico (HAS-BLED < 3). De behandeling bestond voor 41,7% van de patiënten uit acetylsalicylzuur, voor 32,8% uit vitamine K-antagonisten, voor 3,4% uit andere plaatjesremmers en 20,2% kreeg geen antitrombotische behandeling. Het merendeel van de patiënten die antitrombotische behandeling ondergingen, had een hoog risico op beroerte (CHADS2-score ≥ 2). Daarentegen had van de patiënten zonder behandeling 33% eveneens een CHADS2-score ≥ 2. Redenen om patiënten niet te behandelden zijn ondermeer een stabiel sinusritme en een verwacht hoog bloedingsrisico.

Positieve voorspellers voor VKA-gebruik zijn een voorafgaande ablatie, woonachtig zijn in Europa en een arteriële embolie buiten het centrale zenuwstelsel. Gebruik van geneesmiddelen met een verhoogd bloedingsrisico en de aanwezigheid van een leveraandoening maken het gebruik van VKA minder waarschijnlijk. Een stabiel sinusritme, een verwacht laag risico op beroerte en weigering van de patiënt bleken de belangrijkste redenen voor artsen om geen VKA voor te schrijven.

 

Discussie

De representativiteit voor de Nederlandse situatie van de studie is mogelijk beïnvloed door de oververtegenwoordiging van patiënten uit China en door het feit dat ruim 95% van de patiënten door een cardioloog werd aangemeld voor de studie.

 

Belang voor de praktijk

De NHG-Standaard Atriumfibrilleren (2013) adviseert antitrombotische medicatie voor te schrijven in het geval van atriumfibrilleren langer dan 48 uur of van onbekende duur, en bij paroxismaal atriumfibrilleren bij alle vrouwen van 65 jaar en ouder en aan alle mannen van 75 jaar en ouder (dus aan patiënten met een CHA2DS2-VASc-score ≥ 2). Inzicht in determinanten van het voorschrijfgedrag van antitrombotische medicatie kan leiden tot een groter bewustzijn onder artsen en daarmee tot doelmatiger medicatiegebruik.

 

Belangenverstrengeling

Boehringer Ingelheim leverde financiële ondersteuning voor het uitvoeren van de studie. Diverse auteurs melden het ontvangen van persoonlijke honoraria en subsidies van uiteenlopende firma’s, waaronder Boehringer Ingelheim. Enkele auteurs zijn in dienst van Boehringer Ingelheim.

 

Bron

  • Huisman MV et al. Antithrombotic therapy use in patients with atrial fibrillation before the era of non-vitamin K antagonist oral anticoagulants: the Global Registry on Long-Term Oral Antithrombotic Treatment in Patients with Atrial Fibrillation (GLORIA-AF) Phase I cohort. Europace. 2016;18(9):1308-18
  • NHG. NHG-Standaard Atriumfibrilleren. 2013.