Nieuw onderzoek

In een systematisch review en meta-analyse van observationele studies naar dipeptidylpeptidase-4-remmers (DPP-4-remmers) en glucagon-like peptide 1-agonisten (GLP-1-agonisten) komen Giorda et al. tot de conclusie dat er geen bewijs is dat gebruik van DPP-4-remmers of GLP-1-agonisten een verhoogd risico op pancreatitis geeft. Vanwege de beperkte power van het onderzoek kan echter niet uitgesloten worden dat deze middelen het risico op pancreatitis verhogen met maximaal 35%.

Onderzoek

De onderzoekers includeerden 6 cohort- en case-control studies naar de DPP-4-remmers alogliptine (Vipidia®), linagliptine (Trajenta®), saxagliptine (Onglyza®), sitagliptine (Januvia®), vildagliptine (Galvus®) en de GLP-1-agonisten exenatide (Byetta®, Bydureon®) en liraglutide (Victoza®). Het risico op pancreatitis bij gebruik van DPP-4-remmers of GLP-1-agonisten was vergelijkbaar met het risico bij gebruik van andere bloedglucoseverlagende middelen (OR 1,08; 95% betrouwbaarheidsinterval (95%BI) 0,84 tot 1,40). De grootste beperking van het onderzoek vormt de beperkte statistische power. Uitgaande van de powerberekeningen, kunnen de onderzoekers een relatief risico van <1,35 niet uitsluiten.

Mogelijke belangenverstrengeling

De eerste auteur ontving vergoedingen voor onderwijsactiviteiten en lezingen van diverse farmaceutische bedrijven. 

Bron

Giorda CB et al. Incretin-based therapies and acute pancreatitis risk: a systematic review and meta-analysis of observational studies. Endocrine. 2014 Aug 22.