Nieuw onderzoek

Zolang er geen grootschalig onderzoek plaatsvindt naar de effecten van DPP-4-remmers en GLP-1-agonisten op de incidentie van pancreatitis, is het niet uit te sluiten dat deze middelen het risico op pancreasaandoeningen verhogen. Dat is de voornaamste overkoepelende conclusie uit een aantal artikelen die in april 2014 gepubliceerd zijn. 

Li L et al.

Deze grootschalig opgezette systematische review en meta-analyse komt tot de conclusie dat de incidentie van pancreatitis laag is onder patiënten die DPP-4-remmers of GLP-1-agonisten gebruiken. Daarnaast geven deze middelen geen verhoogd risico op pancreatitis in vergelijking met placebo, leefstijlaanpassingen of andere bloedglucoseverlagende middelen. Zie voor een uitgebreide samenvatting van deze meta-analyse het nieuwsbericht van 30 april 2014.

Li X et al.

Dit observationele onderzoek gebruikte databasegegevens van 7.992 sitagliptine-gebruikers en 3.552 exenatide-gebruikers. Li et al. concluderen op basis van de resultaten dat het gebruik van deze middelen niet geassocieerd is met het optreden van pancreatitis.

Meier et al.

Dit onderzoek onderzocht het aantal gevallen van pancreatitis per blootstellingsjaren aan DPP-4-remmers/GLP-1-agonisten met behulp van gegevens uit klinische studies en gegevens van de registratiehouders. De resultaten suggereren een trend naar een verhoogd risico op pancreatitis bij gebruik van GLP-1-agonisten. Voor de DPP-4-remmers was er geen trend. De voornaamste beperking van dit onderzoek vormt de kleine power.

Giorda et al.

Deze systematische review onderzocht de effecten van verschillende bloedglucoseverlagende middelen op het veroorzaken van pancreatitis. Van metformine zijn case-reports over het optreden van pancreatitis beschikbaar. Van sulfonylureumderivaten (SU-derivaten) is in cohortstudies ook een verhoogd risico beschreven. Voor acarbose en SGLT-2-remmers zijn geen schadelijke effecten op de pancreas bekend. Van thiazolidinedionen (waaronder pioglitazon) is in diermodellen aangetoond dat ze schade aan de pancreas kunnen voorkomen. Voor DPP-4-remmers en GLP-1-agonisten is ondanks de publicatie van diverse case-reports en onderzoeken nog onbekend of ze daadwerkelijk verband houden met het optreden van pancreatitis.

Faillie et al.

Deze cohortstudie vergeleek de incidentie van pancreatitis bij gebruik van DPP-4-remmers/GLP-1-agonisten versus SU-derivaten. In de studie werden de gegevens meegenomen van 748 gebruikers van DPP4-remmers/GLP-1-agonisten en 51.712 gebruikers van SU-derivaten. Er was geen verschil tussen beide groepen wat betreft de incidentie van pancreatitis.

Bron
  • Li L et al. Incretin treatment and risk of pancreatitis in patients with type 2 diabetes mellitus: systematic review and meta-analysis of randomised and non-randomised studies. BMJ. 2014 Apr 15;348:g2366.
  • Li X et al. Glucagon-like peptide 1-based therapies and risk of pancreatitis: a self-controlled case series analysis. Pharmacoepidemiol Drug Saf. 2014 Mar;23(3):234-9.
  • Meier JJ et al. Risk of pancreatitis in patients treated with incretin-based therapies. Diabetologia. 2014 Apr 11.
  • Giorda CB et al. A systematic review of acute pancreatitis as an adverse event of type 2 diabetes drugs. Diabetes Obes Metab. 2014 Apr 4.
  • Faillie JL et al. Incretin based drugs and risk of acute pancreatitis in patients with type 2 diabetes: cohort study. BMJ. 2014 Apr 24;348:g2780.