Nieuw onderzoek

Er zijn geen aanwijzingen dat GLP1-agonisten en DPP4-remmers een verhoogd risico op pancreatitis/pancreascarcinoom geven. Dat concludeert de EMA na een "review" van het onderzoek van Butler et al. (zie ook het nieuwsbericht van 18 maart 2013).

Butler et al. concludeerde na onderzoek op de pancreas van overleden diabetespatiënten dat gebruik van GLP1-agonisten en DPP4-remmers mogelijk gepaard gaat met een verhoogd risico op pancreatitis en cellulaire veranderingen die een voorbode kunnen zijn van pancreascarcinoom. De EMA komt tot de conclusie dat deze studie onderhevig was aan dergelijke methodologische problemen en bias, dat er geen betrouwbare conclusie kan worden getrokken uit de resultaten. Ook na een uitgebreid review van alle overige beschikbare data (klinische en niet-klinische) over de mogelijke relatie tussen GLP1-agonisten/DPP4-remmers en pancreasaandoeningen komt de EMA tot de conclusie dat er geen duidelijk bewijs is voor nadelige effecten op de pancreas.

Langetermijn studies

Vanwege het werkingsmechanisme van de GLP1-agonisten/DPP4-remmers kan een nadelig effect op de pancreas niet definitief worden uitgesloten. Langetermijnstudies naar de veiligheid van de middelen moeten definitief uitsluitsel geven over de veiligheid van deze middelen. De eerste resultaten hiervan worden in het voorjaar van 2014 verwacht.

Bron

EMA. Investigation into GLP-1-based diabetes therapies concluded. 26 jul 2013.
Butler AE et al. Marked expansion of exocrine and endocrine pancreas with incretin therapy in humans with increased exocrinepancreas dysplasia and the potential for glucagon-producing neuroendocrine tumors. Diabetes. 2013 Jul;62(7):2595-604.