Nieuw onderzoek

De Stichting Farmaceutische kengetallen (SFK) heeft een berekening uitgevoerd op de uitgavenontwikkeling van de NOACs voor 2013. Op dit moment worden dabigatran en rivaroxaban vergoed voor de indicaties preventie van trombose na een knie- of een heupvervangende operatie en voor de preventie van een beroerte en een systemische embolie bij atriumfibrilleren. Bij de tweede indicatie is het gebruik levenslang.

De SFK heeft berekend dat, als de uitgavenontwikkeling in de rest van dit jaar gelijk is aan die in de eerste vijf maanden, de uitgaven op basis van de apotheekinkoopprijzen uitkomen op €12 miljoen. Dit is minder dan een kwart van de uitgaven waarmee de Commissie Farmaceutische Hulp (CFH) van het CVZ in het gunstige scenario voor 2013 rekening heeft gehouden. Voor de indicatie atriumfibrilleren heeft de CFH bij de beoordeling van het verzoek om dabigatran en rivaroxaban te vergoeden uit het basispakket deze middelen vergeleken met vitamine-K-antagonisten (VKA).

De verruiming van de vergoedingsmogelijkheden per december 2012 heeft niet geleid tot een explosieve stijging van de uitgaven. Wel is een geleidelijke toename te zien. Als reden voor het uitblijven van een explosieve toename wordt aangegeven dat er mogelijk sprake is van een terughoudend voorschijfbeleid. In de leidraad begeleide introductie nieuwe orale antistollingsmiddelen van de Orde van Medisch Specialisten wordt aangegeven dat er geen medische noodzaak is om patiënten die goed ingesteld zijn op een VKA actief om te zetten naar een NOAC. Ook huisartsen zijn door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) geadviseerd een ´nee, tenzij´ beleid te voeren.

Als gevolg van de geheime prijsafspraken die de minister met de fabrikanten van dabigatran en rivaroxaban heeft gemaakt, is het niet mogelijk te achterhalen wat de werkelijke uitgaven aan deze middelen zijn.

 

Bron: SFK. Geleidelijke toename uitgaven NOAC's. 13 juni 2013.