Nieuw onderzoek

De antistollingsbehandeling met Vitamine K-antagonisten vereist een flinke inspanning van veel zorgverleners en instellingen. Dat kan geconcludeerd worden uit de onlangs verschenen Landelijke Standaard Ketenzorg Antistolling (LSKA). De nieuwe antistollingsmiddelen komen in de LSKA nog niet aan de orde. 

In de standaard wordt per ketenpartner aangegeven welke bijdrage aan de antistollingsbehandeling verwacht wordt. Die instructies zijn opgedeeld naar kritieke momenten in de behandeling, benodigde handelingen en samenwerkingsacties. Voor het inrichten van de benodigde structuren en het maken van samenwerkingsafspraken komen er casemanagers Antistolling. Er komt een casemanager per ziekenhuis en voor de eerste lijn. De casemanager in het ziekenhuis wordt een medisch specialist, in de eerste lijn krijgt de trombosedienst die rol.

De standaard benoemt vijf indicatoren om de kwaliteit en de uitkomsten van de antistollingsbehandeling te kunnen meten. Deze zijn bedoeld voor zowel de individuele zorgverlener als voor de Inspectie voor de gezondheidszorg die hier eerder om gevraagd had. De LSKA sluit aan bij de ten minste 32 geldende richtlijnen voor antistolling. Deze standaard beoogt de samenhang te verbeteren en adviseert dan ook te komen tot één inhoudelijke landelijke richtlijn. De CBO-richtlijn uit 2008 voldoet daar kennelijk niet voor.

Voor de nieuwe antistollingsmiddelen geldt op dit moment de Leidraad Begeleide introductie nieuwe orale antistollingsmiddelen. De stuurgroep, verantwoordelijk voor de LSKA, adviseert om deze richtlijn op basis van de ervaringen met de NOAC's te zijner tijd zo nodig aan te passen.