Nieuw onderzoek

In het kort

De gebruikelijke definitie van nachtelijke hypoglykemieën onderschat het werkelijke aantal hypoglykemieën gedurende de nachtelijke vastenperiode.

De gebruikelijke definitie van nachtelijke hypoglykemieën onderschat het werkelijke aantal hypoglykemieën gedurende de nachtelijke vastenperiode. Dit is onderzocht in een post-hoc-analyse van Riddle et al. van drie klinische studies, de EDITION 1,2 en 3.

Definities

De EDITION 1, 2 en 3-studies vergeleken insuline glargine 100 E/ml (Lantus®) met insuline glargine 300 E/ml (Toujeo®). In totaal werden er 2.496 patiënten geïncludeerd. In de EDITION 1, 2 en 3-studies werden nachtelijke hypoglykemieën gedefinieerd als het aantal hypoglykemieën tussen 00:00 en 05:59 uur. Deze definitie houdt echter geen rekening met hypoglykemieën in de late avond en de periode vanaf 06:00 uur tot het ontbijt. Een post-hoc-analyse vergeleek het aantal nachtelijke hypoglykemieën tussen 00:00 en 05:59 uur met een breder tijdsinterval vanaf 22:00 uur tot bloedglucosemeting voor het ontbijt. De onderzoekers onderscheidden daarbij ernstige hypoglykemieën en bevestigde hypoglykemieën. Een ernstige hypoglykemie was een hypoglykemie waarvoor de patiënt hulp van derden nodig had. Een bevestigde hypoglykemie was een gemeten bloedglucosespiegel van ≤ 3,9 mmol/l met of zonder symptomen.

Tijdsinterval

Tussen 00:00 tot 05:59 uur traden 3.026 hypoglykemieën op. In het bredere tijdsinterval van 22:00 uur tot bloedglucosemeting voor het ontbijt waren er 8.315 hypoglykemieën. Patiënten rapporteerden de meeste hypoglykemieën tussen 06:00 uur en 10:00 uur.

Insuline glargine 100 E/ml versus 300 E/ml

De onderzoekers vergeleken het aantal ernstige en bevestigde nachtelijke hypoglykemieën tussen insuline glargine 100 E/ml en 300 E/ml. Het aantal hypoglykemieën tussen 00:00 tot 05:59 uur was respectievelijk 3,1 en 2,1 per patiëntjaar. In het bredere tijdsinterval van 22:00 uur tot bloedglucosemeting voor het ontbijt was het aantal hypoglykemieën respectievelijk 8,1 en 6,1 per patiëntjaar. Er was geen significant verschil tussen insuline glargine 100 E/ml en 300 E/ml wat betreft het aantal ernstige hypoglykemieën en bevestigde nachtelijke hypoglykemieën met een bloedglucosespiegel van < 3,0 mmol/l: rate ratio (RR)=0,79; 95% betrouwsbaarheidsinterval (95%BI)=0,61 tot 1,03. Het absolute aantal hypoglykemieën was respectievelijk 1,1 en 0,8 per patiëntjaar.

Discussie

De EDITION 1, 2 en 3-studies definieerden nachtelijke hypoglykemieën als hypoglykemieën tussen 00:00 en 05:59 uur. Een breder tijdsinterval vanaf 22:00 uur tot bloedglucosemeting voor het ontbijt komt mogelijk beter overeen met de ervaring van patiënten met nachtelijke hypoglykemieën. Uit deze post-hoc-analyse blijkt dat patiënten relatief veel hypoglykemieën rapporteren na 05:59 uur. Volgens de auteurs is dit te verklaren doordat patiënten die relatief laat ontbijten een langere periode moeten overbruggen zonder voedsel. Een andere verklaring is dat de meeste patiënten na 06:00 uur ontbijten en dan ook de bloedglucosemeting uitvoeren. Hierdoor is er meer kans om na 06:00 uur een asymptomatische hypoglykemie te ontdekken dan tijdens de nacht. Ook is de patiënt tijdens de slaap zich mogelijk niet bewust van een hypoglykemie.

Belang voor de praktijk

Insuline glargine komt volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2013) in aanmerking bij patiënten met frequente nachtelijke hypoglykemieën en/of erg wisselende glucosewaarden. Uit deze post-hoc-analyse blijkt dat patiënten vroeg in de morgen relatief veel hypoglykemieën ontdekken. Het is belangrijk dat zorgverleners patiënten hierover informeren. Het absolute verschil in aantal hypoglykemieën per patiëntjaar tussen insuline glargine 100 E/ml en insuline glargine 300 E/ml is klein. Bovendien hanteerden onderzoekers in de EDITION 1, 2 en 3-studies een lagere streefwaarde voor nuchter bloedglucose dan in Nederland gebruikelijk is, respectievelijk ≤ 5,6 mmol/l en ≤ 8,0 mmol/l. Als de onderzoekers een streefwaarde hanteerden die in Nederland gebruikelijk is, was het verschil in het aantal hypoglykemieën mogelijk nog kleiner.

Belangenverstrengeling

De EDITION 1, 2, en 3-studies zijn gesponsord door Sanofi, de fabrikant van insuline glargine 300 E/ml. Vijf auteurs hebben banden met Sanofi en andere farmaceutische bedrijven. Twee auteurs zijn werknemer bij Sanofi. 

Bron

Riddle MC et al. Assessment of hypoglycaemia during basal insulin therapy: temporal distribution and risk of events using a predefined or an expanded definition of nocturnal events. Diabetes Metab. 2017 Dec 11.

Laatst gewijzigd op 22 februari 2018

Deze site maakt gebruik van cookies

Wij gebruiken cookies om informatie over het gebruik van onze website te verzamelen om de inhoud te verbeteren. Door hieronder op “accepteren“ te klikken stem je in met het plaatsen en gebruik van al onze cookies. Voor meer informatie verwijzen wij je naar ons cookiebeleid.