Medicijn

Indicatie

Dapagliflozine is geregistreerd voor volwassenen met symptomatisch chronisch HFrEF (SmPC, 2021).

Dapagliflozine is ook geregistreerd voor volwassenen met DM1 en DM2. Wilt u meer weten over dapagliflozine bij DM2? Lees dan de informatie over dapagliflozine bij DM2. Onderstaande tekst gaat alleen over dapagliflozine bij HFrEF.

Effectiviteit

Het doel van de behandeling van chronisch hartfalen is het verminderen van cardiovasculaire sterfte en het aantal ziekenhuisopnames vanwege verergerd hartfalen. Daarnaast is ook het verminderen van symptomen en het verbeteren van de kwaliteit van leven een doel van de behandeling (EMA, 2018).

De effectiviteit van dapagliflozine is onderzocht in de DAPA-HF studie. Deze studie vergeleek dapagliflozine met placebo bij patiënten met symptomatisch chronisch hartfalen met een LVEF ≤ 40%. De patiënten in deze studie gebruikten dagelijks 10 mg dapagliflozine en kregen verder de standaardbehandeling voor hartfalen (ACE-remmer of ARB, bètablokker, sacubitril/valsartan en eventueel een aldosteronantagonist) (McMurray, 2019).

Wat is het effect op sterfte en aantal ziekenhuisopnames?

Het primaire eindpunt van de DAPA-HF studie was een combinatie van sterfte door cardiovasculaire oorzaken en verergering van hartfalen (gedefinieerd als een ziekenhuisopname voor hartfalen of een poliklinisch behandeling met intraveneuze diuretica). Dit eindpunt kwam voor bij 16,3% van de patiënten met dapagliflozine en 21,2% van de patiënten met placebo. Het verschil was statistisch significant (HR=0,74, 95%BI=0,65 tot 0,85). Het NNT is 21 gedurende 18,2 maanden (McMurray, 2019).

Ook de afzonderlijke onderdelen van de primaire uitkomstmaat kwamen significant minder vaak voor bij dapagliflozine. Verergering van hartfalen kwam voor bij 9,7% van de patiënten met dapagliflozine en 13,4% van de patiënten met placebo (HR=0,70, 95%BI=0,59 tot 0,83). Cardiovasculaire sterfte kwam voor bij 9,6% van de patiënten met dapagliflozine en 11,5% van de patiënten met placebo (HR=0,82; 95%BI=0,69 tot 0,98) (McMurray, 2019).

Wat is het effect op de symptomen en de kwaliteit van leven?

Dapagliflozine heeft een klinisch relevant effect op symptomen en kwaliteit van leven in vergelijking met placebo. In de DAPA-HF studie zijn de ernst van de symptomen en de kwaliteit van leven gemeten met de KCCQ. Een verschil van 5 punten op de KCCQ is klinisch relevant (McMurray, 2019).

  • Bij dapagliflozine had 58,3% een klinisch relevante verbetering in symptoomfrequentie en symptoomlast, ten opzichte van 50,9% bij placebo.
  • Bij dapagliflozine had 25,3% een klinisch relevante verslechtering in symptoomfrequentie en symptoomlast, ten opzichte van 32,9% bij placebo (McMurray, 2019).

Veiligheid

Wat is de langetermijnveiligheid?

De langetermijnveiligheid van dapagliflozine is met name bekend voor DM2. Er zijn een aantal zorgen over de langetermijnveiligheid:

  • Diabetische ketoacidose. Dapagliflozine en andere SGLT2-remmers geven mogelijk een verhoogd risico op ketoacidose. In sommige gevallen gaat het om ketoacidose zonder sterk verhoogde bloedglucosewaarden (euglykemische ketoacidose). Dit bemoeilijkt de diagnose. Bij dapagliflozine bij DM2 komt ketoacidose voor bij 0,01 tot 0,1% van de patiënten (SmPC, 2021).
  • Amputaties. SGLT2-remmer canagliflozine verhoogt mogelijk het risico op amputaties van onderste ledematen, vooral van tenen (Neal, 2017). Het is niet duidelijk of dit een groepseffect is van SGLT2-remmers. In de DAPA-HF studie kwamen amputaties even vaak voor bij dapagliflozine als bij placebo (McMurray, 2019). Wilt u meer weten? Lees dan de uitgebreide informatie over amputaties (bij DM2).
  • Fracturen. SGLT2-remmer canagliflozine verhoogt mogelijk het risico op fracturen (Neal, 2017). Het is niet duidelijk of dit een groepseffect is van SGLT2-remmers. In de DAPA-HF studie kwamen fracturen even vaak voor bij dapagliflozine als bij placebo (McMurray, 2019).
  • Fournier-gangreen. Er zijn postmarketingmeldingen van fournier-gangreen bij zowel vrouwen als mannen die dapagliflozine of andere SGLT2-remmers gebruiken. Fournier-gangreen is een zeldzame, maar ernstige en mogelijk levensbedreigende infectie. In een studie bij 17.160 patiënten kwam fournier-gangreen voor bij 1 gebruiker van dapagliflozine en bij 5 gebruikers van placebo (SmPC, 2021). In de DAPA-HF studie kwam fournier-gangreen voor bij één patiënt met placebo en niet bij dapagliflozine (McMurray, 2019).
Wat zijn belangrijke bijwerkingen?

Bijwerkingen die bij 1 tot 10% van de patiënten voorkomen, zijn onder andere vulvovaginitis, balanitis en gerelateerde genitale infecties, urineweginfecties, duizeligheid, rugpijn, dysurie en polyurie (SmPC, 2021).

Wat zijn belangrijke contra-indicaties en interacties?

Dapagliflozine geeft een risico op volumedepletie en daardoor ook op bloeddrukdaling. 

Voorschrijvers moeten voorzichtig zijn met dapagliflozine bij patiënten voor wie bloeddrukdaling mogelijk risicovol is:

  • patiënten met antihypertensiva en een geschiedenis van hypotensie
  • ouderen (SmPC, 2021)


Dapagliflozine verhoogt mogelijk de kans op ketoacidose. Voorschrijvers moeten daarom voorzichtig zijn met dapagliflozine bij patiënten met een verhoogd risico op ketoacidose:

  • patiënten met een lage bètacelfunctiereserve (bijvoorbeeld patiënten met lage C-peptide, LADA of voorgeschiedenis van pancreatitis)
  • patiënten met aandoeningen die leiden tot beperkte voedselinname of ernstige uitdroging
  • patiënten met verlaagde insulinedosering
  • patiënten met verhoogde insulinebehoefte als gevolg van een acute aandoening, operatie of alcoholmisbruik (SmPC, 2021)


Patiënten die zijn opgenomen in het ziekenhuis voor een grote chirurgische ingreep of ernstige acute aandoening moeten tijdelijk stoppen met dapagliflozine (SmPC, 2021).

Wat is het advies bij een verminderde nierfunctie?

Bij patiënten met HFrEF met ernstige nierinsufficiëntie (eGFR < 30 ml/min) wordt dapagliflozine afgeraden vanwege beperkte ervaring (KNMP, 2021).

Richtlijnen

Bij de behandeling van HFmrEF of HFrEF adviseert de NHG-Standaard Hartfalen (2021) lisdiuretica, ACE-remmers of ARB’s, bètablokkers en eventueel aldosteronantagonisten. De voorschrijver kan dapagliflozine overwegen bij patiënten met hartfalen en DM2. Bij patiënten met hartfalen zonder DM2 wordt dapagliflozine niet aanbevolen (NHG, 2021).

Kosten en vergoeding

Wat zijn de kosten?

Dapagliflozine kost ongeveer € 500 per jaar (FK, 2021).

Wat zijn de vergoedingsvoorwaarden?

Dapagliflozine wordt vergoed voor volwassen patiënten met symptomatisch (NYHA II-IV) chronisch HFrEF.

Aandachtspunten bij gebruik

Dapagliflozine is alleen als tablet beschikbaar voor oraal gebruik (SmPC, 2021).

Incidenten met nieuwe geneesmiddelen? Meld deze bij Voorkomen Medicatie-Incidenten.

Werkingsmechanisme

SGLT2-remmers blokkeren de natriumglucose-cotransporter 2 in de nieren. Het werkingsmechanisme bij hartfalen berust onder andere op toename van de uitscheiding van natrium met de urine. Hierdoor vermindert de intraglomerulaire druk. In combinatie met de osmotische diurese leidt dit tot een verlaging van volumeoverbelasting, bloeddruk en pre- en afterload. Dit leidt tot een vermindering van de cardiale remodellering en tot gunstige effecten op het hart (SmPC, 2021).

Toekomstige ontwikkelingen

  • Empagliflozine is ook onderzocht bij patiënten met HFrEF (Packer, 2020). De CHMP heeft in mei 2021 een positief advies gegeven voor empagliflozine bij symptomatisch chronisch HFrEF. Deze SGLT2-remmer wordt mogelijk in de loop van 2021 ook geregistreerd voor deze indicatie (ZIN, 2021).
  • Empagliflozine wordt momenteel onderzocht bij patiënten met HFpEF. De verwachte registratiedatum voor deze indicatie is eind 2022 (ZIN, 2021).

Contact

Laatst gewijzigd op 29 juli 2021