MOVIE

In het kort

Deze MOVIE toont de ontwikkeling in het gebruik van insuline glargine 300 E/ml (Toujeo®) en insuline degludec (Tresiba®) vanaf 2013 tot en met 2020. Het gebruik van deze nieuwere insulines is weergegeven ten opzichte van het totaal aantal gebruikers van (middel)langwerkende insulines.

Tijdlijn

Insuline glargine (Toujeo®) is sinds 2015 in Nederland op de markt, insuline degludec (Tresiba®) sinds 2013. Deze nieuwere insulines hebben in de eerste lijn geen plaats volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018). Volgens de NHG-Standaard hebben deze middelen geen duidelijke voordelen boven de langer bestaande insulines: NPH-insuline, insuline glargine 100 E/ml en insuline detemir. Bovendien zijn de kosten van nieuwere insulines hoger (NHG, 2018). Toch nam het gebruik van deze middelen vanaf de marktintroductie sterk toe. De laatste jaren is hierin een kentering te zien. Vanaf 2020 neemt het gebruik van insuline degludec nauwelijks meer toe en is er zelfs een lichte afname in het gebruik van insuline glargine 300 E/ml.  

Regionale verschillen

In bijna alle regio’s hebben nieuwere langwerkende insulines een substantieel aandeel (> 20%) in het totale gebruik van (middel)langwerkende insulines. Het gemiddelde aandeel nieuwere insulines komt in 2020 uit op ongeveer 37%. Er zijn een aantal regio’s waar het aandeel fors hoger is (> 50%). Opvallend zijn de Achterhoek, Twente en een aantal regio's in Friesland. In de regio’s Noord-Holland Noord en Zwolle ligt het gebruik aanzienlijk lager dan het gemiddelde (< 20%). 

Definities

  • Aantal gebruikers van nieuwere insulines: aantal unieke inwoners met minimaal een voorschrift voor insuline glargine 300 E/ml of insuline degludec per halfjaar per postcodegebied.  

  • Aantal gebruikers van (middel)langwerkend insuline: aantal unieke gebruikers met minimaal een voorschrift voor (middel)langwerkend insuline per half jaar per postcodegebied.  

De cijfers tonen het gebruik van nieuwere insulines ten opzichte van (middel)langwerkende insulines voor zowel de eerste en de tweede lijn. Op basis van de gegevens kunnen we geen uitspraak doen welk deel van de voorschriften uit de eerste dan wel uit de tweede lijn afkomstig is. In deze cijfers zijn dus ook patiënten met diabetes mellitus type 1 opgenomen, waarbij er wel plaats kan zijn voor nieuwere langwerkende insulines. 

Bronvermelding

Voor het maken van de kaarten is gebruik gemaakt van de databank van het Genees- en hulpmiddelen Informatie Project (GIPdatabank) van Zorginstituut Nederland. Deze databank bevat informatie over het gebruik van genees- en hulpmiddelen in Nederland. Het betreft informatie over middelen die extramuraal (d.w.z. buiten instellingen als ziekenhuizen en verpleeghuizen) zijn verstrekt en vergoed op grond van de Zorgverzekeringswet. Bijna alle zorgverzekeraars stellen deze informatie ter beschikking aan de GIPdatabank. De GIPdatabank doet een kwaliteitscontrole op deze gegevens en corrigeert deze zo nodig. Hierdoor ontstaan betrouwbare en representatieve databestanden over het hulp- en geneesmiddelengebruik. Bij de ramingsmethodiek voor het voorspellen van het ontbrekende deel, houdt Zorginstituut Nederland onder andere rekening met verschillen in de leeftijds- en geslachtsopbouw van de verzekerdenpopulatie. 

Contact

Meer informatie

Laatst gewijzigd op 15 november 2021