MOVIE

In het kort

De MOVIE laat de verhouding zien tussen het aantal gebruikers van DOAC’s en het totaal aantal gebruikers van orale anticoagulantia in de periode 2008 tot en met 2018.

Historie

De DOAC’s zijn sinds 2009 op de Nederlandse markt. Tussen 2009 en 2012 werden DOAC's alleen vergoed voor de preventie van trombo-embolieën bij geplande knie- of heupvervanging. Vanaf december 2012 kwamen ook patiënten die een DOAC gebruikten voor non-valvulair atriumfibrilleren in aanmerking voor vergoeding. Een voorwaarde was dat een medisch specialist het eerste recept voor de DOAC uitschreef. Halverwege 2015 volgde ook vergoeding van DOAC’s bij de behandeling van diep-veneuze trombose en longembolieën. In de loop van 2016 mochten ook huisartsen DOAC's gaan initiëren.

Verschuiving van VKA naar DOAC

De verruiming van indicatie en vergoeding is ook goed te herkennen in de MOVIE. Tot en met 2012 is het marktaandeel van de DOAC's ten opzichte van de VKA's nog bescheiden met uiteindelijk 4,5% in de tweede helft van 2012. Tussen 2012 en 2015 stijgt dit marktaandeel tot 20,0%. Vanaf 2016 treedt een sterke stijging op met 5 tot 7% per jaar. Eind 2018 is het aandeel DOAC's ten opzichte van VKA's 47,3%

Regionale verschillen

In Zuidoost-Brabant, Zuid-Limburg en rond Groningen en Amsterdam gebruikten relatief veel patiënten een DOAC. Dit beeld blijft in de hele periode bestaan. In Friesland, Zeeland en West-Brabant ligt het gebruik van DOAC’s juist relatief laag.

Definities

Aantal gebruikers van DOAC’s: aantal unieke inwoners met minimaal een voorschrift voor een DOAC per half jaar per postcodegebied.

Aantal gebruikers van orale anticoagulantia: aantal unieke inwoners met minimaal een voorschrift voor een DOAC of een vitamine-K-antagonist per half jaar per postcodegebied.

Bronvermelding

Voor het maken van de kaarten is gebruik gemaakt van de databank van het Genees- en hulpmiddelen Informatie Project (GIP) van Zorginstituut Nederland. Deze databank bevat informatie over het gebruik van genees- en hulpmiddelen in Nederland. Het betreft informatie over middelen die extramuraal (d.w.z. buiten instellingen als ziekenhuizen en verpleeghuizen) zijn verstrekt en vergoed op grond van de Zorgverzekeringswet. Bijna alle zorgverzekeraars stellen deze informatie ter beschikking aan het GIP. Het GIP doet een kwaliteitscontrole op deze gegevens en corrigeert deze zo nodig. Hierdoor ontstaan betrouwbare en representatieve databestanden over het hulp- en geneesmiddelengebruik. Bij de ramingsmethodiek voor het voorspellen van het ontbrekende deel, houdt Zorginstituut Nederland onder andere rekening met verschillen in de leeftijds- en geslachtsopbouw van de verzekerdenpopulatie.

Contact

Meer informatie

Gerelateerd aan Marktaandeel DOAC's

Medicijn

Themajournaal

Medicijnjournaal

Factcheck

Nieuw onderzoek

MOVIE