Factcheck

In het kort

Lees de factcheck: zijn nieuwe middelen bij diabetes veiliger tijdens de ramadan dan SU-derivaten?

Fact?

Veel moslims met diabetes mellitus doen mee aan het vasten tijdens de ramadan. Dat kan gepaard gaan met gezondheidsrisico's, zoals hypoglykemie. Internationale richtlijnen adviseren voorzichtig te zijn met sulfonylureumderivaten (SU-derivaten), vanwege het risico op hypoglykemie. Zijn de nieuwe middelen voor diabetes mellitus type 2 (DM2) veiliger tijdens de ramadan dan de SU-derivaten?

Check!

Nee, dat kunnen we niet met zekerheid stellen. Alleen voor sitagliptine (Januvia®) is in gerandomiseerd onderzoek bevestigd dat er minder mensen symptomen van een hypoglykemie ondervinden dan gebruikers van een SU-derivaat tijdens de ramadan. Andere nieuwe middelen laten geen eenduidige resultaten zien, of zijn niet onderzocht. Het onderzoek dat er wel is, kent beperkingen. Ten slotte laat onderzoek zien dat ook een SU-derivaat - met de juiste voorzorgen - veilig tijdens de ramadan kan worden gebruikt.

Meer informatie

Risico's van vasten

Patiënten met DM2 lopen bij het vasten een verhoogd risico op complicaties. In de EPIDIAR-studie onder ruim elfduizend patiënten bleek het aantal gevallen van ziekenhuisopname voor hypoglykemie met een factor 75 (van 0,004 naar 0,03 per patiënt per maand) te stijgen. Ook het aantal ziekenhuisopnames door hyperglykemie en ketoacidose steeg: van 0,01 naar 0,05 per patiënt per maand. Andere risico's van het vasten door patiënten met DM2 zijn dehydratie en veneuze trombo-embolie (Salti, 2004).

 

Geen eenduidig voordeel van DPP-4-remmers of GLP-1-agonisten

Uit een meta-analyse van Gray et al bleek het aantal patiënten dat symptomen van een hypoglykemie tijdens de ramadan rapporteerde, alleen bij de dipeptidylpeptidase-4-remmer (DPP-4-remmer) sitagliptine significant lager was dan bij gebruikers van een SU-derivaat, met een relatief risico van 0,48. In observationele studies was het risico op een hypoglykemie ook bij gebruikers van de DPP-4-remmer vildagliptine (Galvus®) verlaagd ten opzichte van SU-derivaten, maar dit resultaat werd niet in gerandomiseerde onderzoeken bevestigd. Het aantal patiënten met symptomen van een hypoglykemie verschilde evenmin significant tussen de glucagon-like peptide 1-agonist (GLP-1 agonist) liraglutide (Victoza®) en SU-derivaten (Gray, 2015).

Patiënten rapporteerden in de meeste studies zelf of ze een hypoglykemie doorgemaakt hadden of niet, aan de hand van symptomen als zwakte, honger, hoofdpijn en zweten. Bevestiging door een meting van de bloedglucosespiegel vond vaak niet plaats. Het is dus niet zeker dat de symptomen daadwerkelijk door een te lage bloedglucosespiegel werden veroorzaakt (Gray, 2015).

Natrium-glucose-cotransporter 2-remmers (SGLT-2-remmers) zijn niet onderzocht op veiligheid tijdens de ramadan.

 

Ook grote verschillen tussen SU-derivaten

Het aantal patiënten dat een hypoglykemie rapporteert, verschilt per SU-derivaat. Aravind et al. laten zien dat 25,6% van gebruikers van glibenclamide een hypoglykemie tijdens de ramadan meldt, tegenover 16,8% van de glimepiridegebruikers en 14,0% van de gebruikers van gliclazide. De meeste studies naar nieuwe middelen maakten geen onderscheid naar welk SU de patiënt gebruikte. Dit kan de resultaten beïnvloed hebben. De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018) geeft de voorkeur aan gliclazide boven de andere SU-derivaten, onder andere vanwege een lager risico op hypoglykemieën (NHG, 2018).

Ook het moment van inname van een SU-derivaat is van invloed op het optreden van hypoglykemieën. Zargar et al lieten zien dat het 's avonds innemen van gliclazide met gereguleerde afgifte tijdens de ramadan niet leidde tot een toename van het aantal hypoglykemieën (Zargar, 2010).

 

Voorlichting verlaagt de kans op hypoglykemie

Onderzoek van Bravis et al laat zien dat gerichte voorlichting over maaltijden, geneesmiddelgebruik, hypoglykemieën en aanpassing van de dosering tijdens de ramadan de kans op een hypoglykemie significant verlaagt. In de groep die voorlichting kreeg (57 patiënten), daalde het aantal hypoglykemieën (bevestigd met een bloedglucosemeting) van 9 naar 5, in de groep zonder voorlichting (54 patiënten) steeg het aantal van 9 naar 36. Dit komt overeen met een absolute risicoreductie van 58,2% (Bravis, 2010).

Om Nederlandse professionals te ondersteunen bij de zorg voor diabetespatiënten die gaan vasten hebben de Nederlandse Diabetes Federatie, de Jan van Ooijenstichting, het Slotervaartziekenhuis en het Medisch Centrum Haaglanden een toolkit ontwikkeld. Hierin vindt u adviezen over het aanpassen van het doseerschema van medicatie en voorlichtingsmateriaal voor patiënten (NDF, 2018).

Literatuur

  • Salti I et al. A population-based study of diabetes and its characteristics during the fasting month of Ramadan in 13 countries: results of the epidemiology of diabetes and Ramadan 1422/2001 (EPIDIAR) study. Diabetes Care 2004;27:2306-11.
  • Gray LJ et al. Safety and effectiveness of non-insulin glucose-lowering agents in the treatment of people with type 2 diabetes who observe Ramadan: a systematic review and meta-analysis. Diabetes Obes Metab. 2015 Mar 16.
  • Zargar AH et al. Maintenance of glycaemic control with the evening administration of a long acting sulphonylurea in male type 2 diabetic patients undertaking the Ramadan fast. Int J Clin Pract. 2010;64(8):1090-4.
  • Bravis V et al. Ramadan education and awareness in diabetes (READ) programme for muslims with type 2 diabetes who fast during Ramadan. Diabet Med. 2010;27(3):327-31.