Nieuw onderzoek

In het kort

SGLT2-remmer ertugliflozine is non-inferieur aan placebo wat betreft een gecombineerd eindpunt van cardiovasculaire sterfte, myocardinfarct en beroerte. Ertugliflozine is niet superieur aan placebo op dit primaire eindpunt.

SGLT2-remmer ertugliflozine (Steglatro®) bleek in de VERTIS CV-studie non-inferieur aan placebo wat betreft een gecombineerd eindpunt van cardiovasculaire sterfte, myocardinfarct en beroerte. Ertugliflozine was niet superieur aan placebo op dit primaire eindpunt.

Studieopzet

De studie includeerde 8.246 patiënten die behandeld werden met ertugliflozine eenmaal daags 5 mg, 15 mg of placebo. De mediane observatieperiode was 3,0 jaar. De geïncludeerde patiënten waren minimaal 40 jaar en hadden diabetes mellitus type 2 (DM2) en een atherosclerotische aandoening. Het primaire gecombineerde eindpunt bestond uit sterfte door cardiovasculaire oorzaken, niet-fataal myocardinfarct en niet-fatale beroerte. De studie is opgezet om non-inferioriteit aan te tonen van ertugliflozine op cardiovasculaire gebeurtenissen ten opzichte van placebo. Er is sprake van non-inferioriteit als de bovenste grens van het 95% betrouwbaarheidsinterval (95%BI) van de hazard ratio (HR) voor het primaire eindpunt onder de 1,30 blijft.

Cardiovasculaire uitkomsten

Het primaire eindpunt trad op bij 653 van de 5.493 patiënten met ertugliflozine (11,9%) en bij 327 van de 2.745 (11,9%) patiënten met placebo (HR=0,97; 95,6%BI=0,85 tot 1,11). Ertugliflozine is daarbij wel non-inferieur, maar niet superieur aan placebo.

Het gecombineerde eindpunt van sterfte door cardiovasculaire oorzaken en ziekenhuisopname door hartfalen kwam voor bij 444 van de 5.499 patiënten met ertugliflozine (8,1%) en 250 van de 2.747 patiënten met placebo (9,1%); HR=0,88; 95,8%BI=0,75 tot 1,03. Ziekenhuisopnames vanwege hartfalen kwamen voor bij 2,5% van de patiënten met ertugliflozine versus 3,6% bij placebo, HR=0,70; 95%BI=0,54 tot 0,90. Vanwege de vooraf vastgestelde hiërarchische manier van statistisch testen, is deze uitkomst niet getest op significantie.

Overige uitkomsten

De HbA1c-verlaging was groter bij patiënten met ertugliflozine vergeleken met placebo (gemiddelde daling 8 mmol/mol bij beide doseringen ertugliflozine en 2 mmol/mol bij placebo). Ook was er meer afname van lichaamsgewicht: het gewicht daalde met 2,4; 2,8 en 0,4 kg bij respectievelijk ertugliflozine 5 mg, 15 mg en placebo. De volgende bijwerkingen kwamen vaker voor bij ertugliflozine (5 en 15 mg) dan bij placebo: urineweginfecties (12,2; 12,0 en 10,2%), genitale infecties bij vrouwen (6,0; 7,8 en 2,4%) en genitale infecties bij mannen (4,4; 5,1 en 1,2%). Er waren verschillen in het aantal gevallen van amputaties (2,0; 2,1 en 1,6%) en diabetische ketoacidose (0,3; 0,4 en 0,1%). Het verschil in amputaties was niet significant, voor diabetische ketoacidose is de significantie niet getest. Fournier-gangreen kwam niet voor.

Discussie

De auteurs concluderen dat ertugliflozine bij patiënten met een verhoogd cardiovasculair risico geen verhoogd (maar ook geen verlaagd) risico geeft op cardiovasculaire gebeurtenissen en sterfte ten opzichte van placebo. Van de andere SGLT2-remmers zijn wel significante verschillen in cardiovasculaire gebeurtenissen vastgesteld. De auteurs geven aan dat de studie naar ertugliflozine vergelijkbaar was qua onderzochte populatie. Ook waren de geobserveerde effecten op HbA1c en gewicht vergelijkbaar. Een mogelijke verklaring voor het verschil in effect op cardiovasculaire gebeurtenissen is een verschil in achtergrondtherapie, omdat er de laatste jaren meer aandacht is gekomen voor optimale preventieve behandeling. Aangezien de betrouwbaarheidsintervallen van de verschillende trials wel overlappen, kan het volgens de auteurs ook zo zijn dat de middelen wel dezelfde effecten hebben. Tot slot kunnen verschillen tussen de SGLT2-remmers (bijvoorbeeld in selectiviteit voor SGLT2 ten opzichte van SGLT1) de verschillende uitkomsten verklaren.

Belang voor de praktijk

Ertugliflozine is evenals de andere SGLT2-remmers non-inferieur aan placebo wat betreft cardiovasculaire gebeurtenissen bij patiënten met een verhoogd cardiovasculair risico. Het middel geeft in tegenstelling tot de andere SGLT2-remmers geen vermindering van cardiovasculaire complicaties. Het veiligheidsprofiel van ertugliflozine lijkt vergelijkbaar: het risico op genitale infecties en urineweginfecties is verhoogd en alertheid op de noodzaak tot amputaties en ketoacidose lijkt ook van belang. Ertugliflozine lijkt daarmee geen voordelen te hebben boven de andere SGLT2-remmers.

Belangenverstrengeling

De studie is gefinancierd door Merck Sharp & Dohme, de fabrikant van ertugliflozine. De auteurs melden meerdere financiële belangen, onder andere met de fabrikant van ertugliflozine.   

Bron

Cannon CP et al. Cardiovascular Outcomes with Ertugliflozin in Type 2 Diabetes. N Engl J Med. 2020;383(15):1425-1435.

Contact

Laatst gewijzigd op 27 oktober 2020