Nieuw onderzoek

In het kort

Empagliflozine vermindert ten opzichte van placebo de kans op ziekenhuisopnames vanwege hartfalen en cardiovasculaire sterfte bij patiënten met hartfalen met en zonder DM2.

Empagliflozine vermindert ten opzichte van placebo de kans op ziekenhuisopnames vanwege hartfalen en cardiovasculaire sterfte bij patiënten met hartfalen met en zonder DM2. Dat blijkt uit de EMPEROR-REDUCED studie.

Beschrijving studie

De studie includeerde 3.730 patiënten die behandeld werden met empagliflozine eenmaal daags 10 mg of placebo. De mediane observatieperiode was 16 maanden. De geïncludeerde patiënten hadden hartfalen NYHA klasse 2, 3 of 4 en een ejectiefractie ≤ 40%. De patiënten kregen ook andere behandelingen voor hartfalen (ACE-remmers of ATII-antagonisten, bètablokkers, sacubitril/valsartan en diuretica). Ongeveer de helft van de patiënten had DM2. De primaire samengestelde uitkomstmaat bestond uit cardiovasculaire sterfte en ziekenhuisopname vanwege hartfalen.

Cardiovasculaire uitkomsten

Het primaire eindpunt trad op bij 361 van de 1.863 patiënten met empagliflozine (19,4%) en bij 462 van de 1.867 patiënten met placebo (24,7%), HR=0,75; 95% BI=0,65 tot 0,86. Bij uitsplitsing van de primaire uitkomstmaat was alleen het effect op ziekenhuisopnames vanwege hartfalen significant. Dit kwam voor bij 13,2% van de patiënten met empagliflozine versus 18,3% bij placebo (HR=0,69; 95%BI=0,59 tot 0,81). Cardiovasculaire sterfte kwam voor bij 10,0% van de patiënten met empagliflozine versus 10,8% bij placebo (HR=0,92; 95%BI=0,75 tot 1,12). De resultaten waren vergelijkbaar tussen de patiënten met en zonder DM2.

Bijwerkingen

Er waren geen grote verschillen in bijwerkingen tussen empagliflozine en placebo. Bijwerkingen gerelateerd aan volumedepletie kwamen voor bij 10,6% patiënten met empagliflozine en 9,9% van de patiënten met placebo. Genitale infecties kwamen vaker voor bij empagliflozine (1,7%) dan bij placebo (0,6%). Er waren geen grote verschillen in het aantal hypoglykemieën, fracturen en benodigde amputaties. Ketoacidose kwam niet voor.

Discussie

De auteurs concluderen dat empagliflozine bij patiënten met hartfalen met en zonder DM2 minder kans geeft op ziekenhuisopnames vanwege hartfalen en cardiovasculaire sterfte. Het NNT voor het primaire eindpunt is 19 gedurende 16 maanden.

Belang voor de praktijk

De DAPA-HF-studie heeft eerder aangetoond dat SGLT2-remmer dapagliflozine een gunstig effect heeft op hartfalen en mortaliteit (zie ook dit bericht). Deze studie toont aan dat empagliflozine een vergelijkbaar effect heeft. Hierbij vermindert empagliflozine vooral het risico op ziekenhuisopnames vanwege hartfalen, het effect op cardiovasculaire sterfte is niet significant.

SGLT2-remmers zijn anno september 2020 alleen geregistreerd voor de behandeling van DM2. Naar verwachting wordt dapagliflozine later dit jaar ook geregistreerd voor de behandeling van hartfalen (ZIN, 2020). Empagliflozine volgt mogelijk in de loop van 2021 (ZIN, 2020).

Belangenverstrengeling

De studie is gefinancierd door Boehringer Ingelheim en Lilly de fabrikanten van empagliflozine. De auteurs melden meerdere financiële belangen, onder andere met de fabrikanten van SGLT2-remmers.

Bron

Packer M et al. Cardiovascular and Renal Outcomes with Empagliflozin in Heart Failure. N Engl J Med. 2020 Aug 29. 

Contact

Laatst gewijzigd op 17 september 2020

Gerelateerd aan SGLT2-remmer empagliflozine bij hartfalen

E-learning

FTO-werkmateriaal

Medicijn

Themajournaal

Medicijnjournaal

Factcheck

Nieuw onderzoek