MOVIE

In het kort

Deze MOVIE toont de ontwikkeling in het gebruik van biosimilar insuline glargine (Abasaglar®) vanaf 2015 tot en met 2020. Het gebruik van biosimilar insuline glargine is weergegeven ten opzichte van het totaal aantal gebruikers van langwerkende insulines.

Tijdlijn

Biosimilar insuline glargine (Abasaglar®) is sinds 2014 in Nederland op de markt. De biosimilar is gelijkwaardig aan het referentiegeneesmiddel Lantus®. De eerste gebruikers van de biosimilar volgen in de tweede helft van 2015. De eerste jaren na de markttoelating blijft het aantal gebruikers van de biosimilar beperkt. Vanaf 2016 stijgt het aandeel licht door de aanwijzing van biosimilar insuline glargine als preferent middel bij nieuwe gebruikers door Menzis en VGZ. Vanaf 2018/2019 neemt het aantal gebruikers van biosimilar insuline glargine sterk toe. Dit is te verklaren door de lancering van het preferentiebeleid voor alle gebruikers van insuline glargine door CZ, Menzis en VGZ.  

Regionale verschillen

Tot 2018 zijn er geen opmerkelijke regionale verschillen, maar vanaf dat jaar verandert dat. Met name in Brabant en in midden-Nederland ligt het aandeel gebruikers van biosimilar insuline glargine fors hoger dan in andere delen van Nederland, zoals in Friesland, Noord-Holland Noord en de regio Rotterdam en Amsterdam. Hierin is duidelijk het beleid van de preferente zorgverzekeraar terug te zien. In regio’s met weinig gebruikers van biosimilar insuline glargine is Zilveren Kruis grotendeels de preferente zorgverzekeraar. Zilveren Kruis heeft tot en met 2020 geen preferentiebeleid voor insuline glargine en vanaf 2021 heeft deze zorgverzekeraar Lantus® als preferent middel aangewezen.  

Definities

  • Aantal gebruikers van biosimilar insuline glargine: aantal unieke inwoners met minimaal een voorschrift voor biosimilar insuline glargine per halfjaar per postcodegebied.  

  • Aantal gebruikers van langwerkend insuline: aantal unieke gebruikers met minimaal een voorschrift voor langwerkend insuline per half jaar per postcodegebied.  

Deze MOVIE vergelijkt het aandeel van biosimilar insuline glargine ten opzichte van alle langwerkende insulines en niet alleen ten opzichte van Lantus®. Voor de nieuwere langwerkende insulines (Toujeo®, Tresiba®) is namelijk geen plaats volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (NHG, 2018). Toch zien we dat het gebruik van deze middelen ook in de eerste lijn toeneemt. Doordat alle langwerkende insulines in de noemer zijn opgenomen, nemen we  een eventuele verschuiving naar nieuwere langwerkende insulines mee in deze MOVIE. 

Bronvermelding

Voor het maken van de kaarten is gebruik gemaakt van de databank van het Genees- en hulpmiddelen Informatie Project (GIPdatabank) van Zorginstituut Nederland. Deze databank bevat informatie over het gebruik van genees- en hulpmiddelen in Nederland. Het betreft informatie over middelen die extramuraal (d.w.z. buiten instellingen als ziekenhuizen en verpleeghuizen) zijn verstrekt en vergoed op grond van de Zorgverzekeringswet. Bijna alle zorgverzekeraars stellen deze informatie ter beschikking aan de GIPdatabank. De GIPdatabank doet een kwaliteitscontrole op deze gegevens en corrigeert deze zo nodig. Hierdoor ontstaan betrouwbare en representatieve databestanden over het hulp- en geneesmiddelengebruik. Bij de ramingsmethodiek voor het voorspellen van het ontbrekende deel, houdt Zorginstituut Nederland onder andere rekening met verschillen in de leeftijds- en geslachtsopbouw van de verzekerdenpopulatie. 

Contact

Meer informatie

Laatst gewijzigd op 15 november 2021