Factcheck

In het kort

Lees de factcheck: hoe verhoudt Fiasp® zich tot andere producten met insuline aspart?

Fact?

Sinds november 2020 zijn er drie producten met insuline aspart op de markt, namelijk Novorapid®, Fiasp® en biosimilar insuline aspart Sanofi®. De biosimilar van insuline aspart is vergelijkbaar met Novorapid®, maar geldt dat ook voor Fiasp®? En wat is de klinisch relevante meerwaarde van dit product bij de behandeling van patiënten met diabetes mellitus type 2?

Check!

Studies laten zien dat Fiasp® een sneller absorptie heeft dan Novorapid®, waardoor de werking 5 minuten eerder intreedt en de maximale werking 11 minuten eerder is dan bij Novorapid®. Dit leidt tot een lagere glucosetoename na de maaltijd. Er is echter geen verschil in het totale glucoseverlagende effect. Deze resultaten vertalen zich niet tot een klinisch relevant verschil in HbA1c. Ten slotte is nog onduidelijk hoe het risico op hypoglykemieën zich verhoudt tussen Fiasp® en Novorapid®.

Meer informatie

Formulering

Fiasp® verschilt van Novorapid® door de toevoeging van de hulpstof vitamine B3 (nicotinamide). Een niet-klinische studie laat zien dat vitamine B3 de vorming van insulinemonomeren na subcutane injectie bevordert en daarmee de absorptie versnelt. Ook zorgt het voor vaatverwijding, wat mogelijk verder bijdraagt aan een versnelde absorptie (Kildegaard, 2019).

Farmacologie

Fiasp® verschijnt twee keer zo snel in de bloedbaan in vergelijking met Novorapid®. De werking van Fiasp® treedt daardoor 5 minuten eerder in. De tijd tot de maximale werking is 11 minuten eerder dan bij Novorapid®. Het glucoseverlagende effect is in de eerste 30 minuten significant groter voor Fiasp®, maar het totale en maximale glucoseverlagende effect is vergelijkbaar voor beide preparaten (SmPC, 2020).

Klinische studies

Het effect van Fiasp® ten opzichte van Novorapid® is vergeleken in 2 studies bij patiënten met DM2: ONSET-2 en ONSET-9.

De ONSET-2-studie includeerde 689 DM2-patiënten bij wie de bloedglucose onvoldoende onder controle was met orale bloedglucoseverlagende middelen en basaal insuline. Patiënten kregen insuline aspart (Fiasp® of Novorapid®) naast insuline glargine (100 E/ml) gedurende 26 weken (Bowering, 2017).

De ONSET-9-studie includeerde 1.091 DM2-patiënten bij wie de bloedglucose onvoldoende onder controle was met een basaal-bolusregime. Patiënten switchten naar insuline degludec en gedurende 12 weken werd de dosis geoptimaliseerd. Daarna kregen patiënten naast insuline degludec insuline aspart (Fiasp® of Novorapid®) gedurende 16 weken (Lane, 2020).

HbA1c

In ONSET-2 en ONSET-9 geeft Fiasp® een vergelijkbare HbA1c-verlaging met Novorapid® bij patiënten met een basaal-bolusregime. In de ONSET-2-studie daalde het HbA1c met Fiasp® met 15,1 mmol/mol (van 63,5 naar 49,0 mmol/mol). Met Novorapid® was dat 14,9 mmol/mol (van 62,7 naar 48,6 mmol/mol) (Bowering, 2017). In de ONSET-9-studie daalde het HbA1c met Fiasp® van 54,6 naar 53,0 mmol/mol. Met Novorapid® was dat van 53,5 naar 52,6 mmol/mol (Lane, 2020).

Daling glucose na de maaltijd

Fiasp® leidt tot een lagere glucosetoename na de maaltijd. Het effect op glucosetoename na de maaltijd is in ONSET-2 en ONSET-9 onderzocht met een gestandaardiseerde maaltijdtest. De glucosetoename 1 uur na de maaltijd was in beide studies significant lager met Fiasp® dan met Novorapid®. De glucosetoename 2 uur na de maaltijd was alleen in ONSET-9 significant lager met Fiasp® dan met Novorapid® (Bowering, 2017; Lane, 2020).

Hypoglykemieën

Door de snellere werking kunnen hypoglykemieën sneller optreden na toediening van Fiasp® in vergelijking met Novorapid®. Het is nog onduidelijk of het risico op hypoglykemieën bij patiënten met DM2 en een basaal-bolusregime verschilt tussen Fiasp® en Novorapid®. ONSET-2 laat geen significant verschil zien in aantal ernstige of bevestigde hypoglykemieën (< 3,1 mmol/l) per patiëntjaar. Met Fiasp® was dat 17,9 en met Novorapid® 16,6 (rate ratio 1,09; 95%BI=0,88 tot 1,36) (Bowering, 2017). In ONSET-9 was het aantal ernstige of bevestigde hypoglykemieën (< 3,1 mmol/l) significant lager met Fiasp® dan met Novorapid®: 13,4 versus 16,5 per patiëntjaar (geschatte ratio 0,81; 95%BI=0,68 tot 0,97) (Lane, 2020).

Preferentiebeleid

Vanaf 2021 hanteren de meeste zorgverzekeraars preferentiebeleid voor insuline aspart. Hierbij is ofwel het referentiegeneesmiddel Novorapid® ofwel de biosimilar insuline aspart Sanofi® aangewezen als voorkeursmiddel (V&VN, 2021). Fiasp® heeft in de G-standaard dezelfde prescriptiecode (PRK-code) als Novorapid® en biosimilar insuline aspart. Meerdere zorgverzekeraars plaatsen Fiasp® daarom in het preferente cluster van insuline aspart, naast de biosimilar en het referentiegeneesmiddel. Fiasp® is daarbij geen voorkeursmiddel. Vergoeding van Fiasp® komt dus alleen in aanmerking als er sprake is van een medische noodzaak. De KNMP roept apothekers op om patiënten die Fiasp® gebruiken niet zonder meer over te zetten op Novorapid® of de biosimilar insuline aspart (KNMP, 2020).

Wat betekent dit voor de praktijk?

De snellere werking van Fiasp® vertaalt zich voor patiënten met DM2 niet in een klinisch relevant effect op HbA1c. Bij patiënten met hoge glucoseconcentraties na de maaltijd biedt Fiasp® mogelijk wel een voordeel, omdat het een lagere glucosetoename na de maaltijd geeft. Het totale bloedglucoseverlagende effect blijft echter gelijk. Daarnaast is het risico op ernstige of bevestigde hypoglykemieën mogelijk lager voor Fiasp®, maar dit is niet overtuigend aangetoond en het verschil is klein. Daarbij is er voor de patiënt nauwelijks voordeel in gebruiksgemak. Patiënten dienen Fiasp® 0 tot 2 minuten voor de maaltijd tot maximaal 20 minuten na het begin van de maaltijd toe. Voor Novorapid® is dat direct voor, tijdens of direct na de maaltijd (SmPC’s). Door het preferentiebeleid zullen gebruikers van Fiasp® mogelijk moeten overstappen naar Novorapid® of biosimilar insuline aspart Sanofi®. Deze omzetting dient, in lijn met de NDF-aandachtspunten, echter altijd in samenspraak tussen de patiënt, voorschrijver en apotheek plaats te vinden. Hierbij kunnen de zorgverleners ook gebruik maken van de materialen uit de toolbox Doelmatig insulinegebruik van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM).

 

Literatuur

  1. Kildegaard J et al. Elucidating the Mechanism of Absorption of Fast-Acting Insulin Aspart: The Role of Niacinamide. Pharm Res. 2019;36(3):49.
  2. SmPC Insuline aspart Novorapid. 2020.
  3. SmPC Insuline aspart Fiasp. 2020.
  4. Bowering K et al. Faster Aspart Versus Insulin Aspart as Part of a Basal-Bolus Regimen in Inadequately Controlled Type 2 Diabetes: The Onset 2 Trial. Diabetes Care. 2017;40(7):951-7.
  5. Lane WS et al. A randomized trial evaluating the efficacy and safety of fast-acting insulin aspart compared with insulin aspart, both in combination with insulin degludec with or without metformin, in adults with type 2 diabetes (ONSET 9). Diabetes Care. 2020;43(8):1710-6
  6. V&VN Diabeteszorg. Overzicht (Biosimilar)insulines preferentiebeleid. Geraadpleegd 25 mrt 2021.
  7. NDF. Aandachtspunten voor overstap patienten naar biosimilars van insulines (2018).

Contact

Laatst gewijzigd op 8 april 2021