Informatiepagina

In het kort

Verslag van de expertmeeting over insulines in de eerste lijn. 

Het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) en de Initiatiefgroep Biosimilars Nederland (IBN) organiseerden op 11 juli een expertmeeting ‘Insulines in de eerste lijn’ op verzoek van het ministerie van VWS. Tijdens deze bijeenkomst werd met circa 25 vertegenwoordigers van artsen, praktijkondersteuners, patiënten, beleidsmakers en andere betrokkenen het gebruik van insulines in de eerste lijn besproken.

Het doel van de bijeenkomst was in kaart brengen welke redenen er in de eerste lijn zijn om voor een bepaalde insuline te kiezen. Er waren 3 deelonderwerpen:

  • NPH-insuline versus langwerkende insulines
  • Nieuwe langwerkende insulines
  • Biosimilar insuline

NPH-insuline of langwerkende insulines?

De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 geeft bij patiënten die starten met insuline de voorkeur aan NPH-insuline. Huisartsen schrijven echter relatief vaak langwerkende insuline voor bij nieuwe gebruikers. Zorgverleners baseren de keuze voor een insuline op klinische data, ervaring in de praktijk en specifieke patiëntkarakteristieken. Redenen om niet als eerste te starten met NPH-insuline zijn onder andere de intra- en interindividuele variatie in werkingsduur, noodzaak van resuspenderen (en daardoor minder gebruiksgemak), variatie in concentratie bij verkeerd gebruik, wisselende glucosewaarden en (mogelijk) minder risico op hypoglykemieën met langwerkende insulines. NPH-insuline heeft een lagere lijstprijs, maar ook de kosteneffectiviteit (inclusief hypoglykemieën) is belangrijk.

Toegevoegde waarde van nieuwe langwerkende insulines?

De nieuwe langwerkende insulines (insuline glargine 300 E/ml, Toujeo® en insuline degludec, Tresiba®) hebben geen toegevoegde waarde voor patiënten met DM2 in de eerstelijn die starten met insuline. Er zijn signalen dat het aantal starters van Toujeo® toeneemt, omdat patiënten (verzekerd bij CZ, Menzis of VGZ) dan niet hoeven te switchen van Lantus® naar het preferente middel Abasaglar®. Ook het aantal eerste voorschriften voor insuline degludec (Tresiba®) bij nieuwe gebruikers stijgt. Een mogelijke verklaring hiervoor is de goed opgezette marketing. Het belang van hypoglykemieën wordt wellicht overschat, wat vraagt om een kritische benadering van de klinische studies. Bij patiënten met DM2 zijn hypoglykemieën sowieso zeldzaam. Aan de andere kant kunnen hypoglykemieën wel een barrière zijn voor goed-gereguleerde DM2.

Patiënten omzetten naar biosimilar insuline?

Voor de langwerkende insulines is momenteel alleen de biosimilar Abasaglar® (insuline glargine 100 E/ml) op de markt. Biosimilar insuline glargine 100 E/ml wordt nog weinig voorgeschreven in vergelijking met de andere langwerkende insulines. Knelpunten voor succesvolle omzetting naar biosimilars in de eerste lijn zijn onder andere:

  • Groot aantal zorgverleners die bij de patiënt betrokken zijn, waardoor afspraken maken en afstemming lastig zijn.
  • Onvoldoende communicatie tussen stakeholders onderling.
  • Onvoldoende communicatie met de patiënt.
  • Geen duidelijkheid over de kostenbesparing en onvoldoende financiële tegemoetkoming voor de extra te leveren zorg.
  • Onvoldoende kennis over biosimilars bij zorgverleners.

Conclusie

Deze expertmeeting over insulines in de eerste lijn bracht in kaart welke redenen zorgverleners hebben om bepaalde insulines voor te schrijven. De resultaten zijn aanleiding voor een vervolgtraject rondom insulines in de eerste lijn. Meer informatie over de invulling hiervan volgt.

Downloads

Uitgebreid verslag expertmeeting
Download
Verslag expertmeeting_def1.pd....pdf

Contact