Informatiepagina

Biologische medicijnen worden gemaakt door levende organismen, zoals bacteriën, schimmels of dierlijke en menselijke cellen. Voorbeelden van biologische medicijnen zijn insuline, groeihormonen en sommige middelen tegen reuma en kanker. Net als bij elk medicijn zit er een patent op nieuwe biologische medicijnen. Als het patent is verlopen mogen andere fabrikanten het biologische medicijn namaken. De nagemaakte medicijnen heten ‘biosimilars’. Biosimilars zijn bewezen even goed en veilig als het originele medicijn.

Wanneer komt een biosimilar op de markt?

Een registratie-autoriteit beoordeelt al dat onderzoek. Zij kijken of het onderzoek goed is uitgevoerd en wat de resultaten zijn. Een biosimilar komt alleen op de markt als de registratie-autoriteit beoordeelt dat de biosimilar even goed en veilig is als het originele medicijn. Alle biosimilars die in Nederland op de markt zijn, zijn dus net zo goed en net zo veilig als het originele medicijn. Je kunt daarom gewoon een biosimilar in plaats van het originele medicijn gebruiken.

Wat is het verschil tussen een biosimilar en het originele medicijn?

Een biosimilar lijkt heel erg op het originele medicijn, maar zal nooit 100% hetzelfde zijn. Dat komt doordat de productie en de structuur van biologische medicijnen ingewikkeld is. De fabrikant van de biosimilar doet daarom onderzoek. Dit onderzoek moet aantonen dat de biosimilar hetzelfde werkt en even veilig is als het originele medicijn.

Contact