Nieuws

Therapietrouw bereik je alleen als zorgteam samen

9 april 2014

Het wemelt in Nederland van goede therapietrouwprojecten. Toch neemt het aantal patiënten dat braaf zijn medicijnen slikt, nauwelijks toe. Dit probleem los je niet op door het opzetten van allerlei nieuwe projecten, maar door het bundelen van krachten tussen zorgverleners én de patiënt zelf. Ook moet je nadenken hoe je goede therapietrouwprojecten als een olievlek over Nederland kan verspreiden. Deze conclusie trokken Ruud Coolen van Brakel, directeur van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) en Nefarma-directeur Michel Dutrée na het Lagerhuisdebat dat het IVM en Nefarma dinsdag 8 april gezamenlijk organiseerden in het kader van het IVM-programma MedicijnBalans.

Gesproken werd over de vraag of artsen en apothekers voldoende voorlichting geven over medicijnen en of ze zich dan zouden moeten richten op de werking of juist de mogelijke bewerkingen. Over wanneer je patiënten het beste kan voorlichten over hun medicatie en hoe ze die moeten gebruiken: direct na hun diagnose of enkele weken later. En over extra aandacht te geven aan allochtonen en laaggeletterden. Verder werd gedebatteerd over de vraag welke type patiënten de meeste aandacht nodig heeft: degenen die al trouw hun medicijnen slikken of mensen die dit niet doen.

Aan het debat namen behalve Nefarma ook patiëntenorganisatie NPCF, apothekersvereniging KNMP en bijwerkingencentrum Lareb deel. In de zaal waren zorgverleners en vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, het ministerie van VWS en farmaceutische bedrijven aanwezig, alsmede een aantal onderzoekers. Zij discussieerden over drie stellingen die verschillende aspecten van het thema therapietrouw belichtten, mede in relatie tot nieuwe, innovatieve geneesmiddelen die vaak een hoger gebruiksgemak hebben, maar ook meer kosten.

Jan Benedictus van de NPCF gaf duidelijk aan dat sprake moet zijn van maatwerk. "One size fits none", was de toevoeging aan zijn stelling dat het nooit wat wordt met de therapietrouw als zorgverleners zich niet richten op de situatie, de motivatie en gezondheidsvaardigheden van patënten.

Agnes Kant, directeur van bijwerkingencentrum Lareb, stelde dat artsen veel vaker melding moeten doen van bijwerkingen. Door de publiciteit van de afgelopen tijd weten patiënten Lareb steeds beter te vinden, merkte ze op. Maar juist de voorschrijvers moeten alert blijven. “Zonder kennis en communicatie over bijwerkingen is therapietrouw onmogelijk”, luidde haar stelling. In een reactie daarop werd ook gesteld dat meer aandacht kan worden besteed aan de effecten van medicijngebruik, naast het bespreken van de bijwerkingen

Nefarma-directeur Michel Dutrée vroeg specifiek aandacht voor de nieuwe geneesmiddelen die er aan komen. “In de toekomst zullen vaker medicijnen voorwaardelijk worden toegelaten tot het basispakket. Die middelen vergen extra monitoring, juist op het vlak van werking in de praktijk. Het bijhouden van therapietrouw is dan extra belangrijk”. Met apothekers-voorman Rik van der Meer concludeerde hij dat veel meer samenwerking moet komen tussen zorgaanbieders onderling. Van de (ziekenhuis))apotheker tot de specialist en huisarts. ”We moeten ook vooral niet vergeten om de patiënt er zelf bij te betrekken. Grotere therapietrouw bereik je alleen met het hele zorgteam samen".