Column

In het kort

Jan Benedictus, programmamanager bij de Patiƫntenfederatie Nederland, blikt terug en vooruit op 25 jaar farmacotherapeutische zorg.

Vijfentwintig jaar IVM samenvatten in vijfhonderd woorden en het dan ook nog over de toekomst hebben, ik zou zeggen: fijn dat jullie er zijn en goed als jullie nog even blijven.

Wat hebben we met zijn allen bereikt sinds 1995? Voor de Patiëntenfederatie is de grootste verandering de verschuiving in medicijnen. Van bulkhoeveelheden voor algemeen gebruik naar meer personalised medicine. Of in gewoon Nederlands: medicijnen op maat. Want geen patiënt is hetzelfde, dus waarom moet de medicatie wel hetzelfde zijn? Dat inzicht dringt steeds beter door in de hele keten, van zorgverleners tot pillenfabrikanten en van huisarts tot apotheker.

Maatwerk betekent – helaas – vaak ook meer werk. Het vraagt investeringen in geld en menskracht om voor iedere patiënt de juiste remedie te vinden. En als die eenmaal is gevonden begint het echte werk nog maar. Hoe houden we de patiënt bij de les? Hoe zorgen we ervoor dat ook hij de noodzaak inziet van medicatietrouw. En hoe gaan we met elkaar om?

Wat ons betreft zijn de zorgverlener en de zorgafnemer twee gelijkwaardige spelers in het veld. De een kan niet zonder de ander. Zonder patiënt is de dokter werkloos en gaat de apotheker failliet. Laten we er dan ook voor zorgen dat beide partijen met dezelfde wapenuitrusting het veld betreden. Zodat ze in de spreekkamer of daarbuiten in gezamenlijk overleg kunnen bekijken wat bij deze ene patiënt het beste past. Wij noemen dat Samen Beslissen. En wat ons betreft gaat Samen Beslissen vergezeld van de 3 goede vragen: wat zijn de mogelijkheden, wat zijn daarvan de voor- en nadelen en wat betekent dit in mijn situatie?

Wie die zaken gelijkwaardig tegen het licht houdt en bespreekt met dokter en patiënt maakt uiteindelijk de keuze die voor de patiënt met zijn specifieke wensen en situatie het beste uitpakt.

En daar is nog een wereld te winnen. We zijn goed in het steeds weer ontwikkelen van nieuwe stofjes en dus nieuwe medicijnen, maar de Patiëntenfederatie denkt vaak dat de eindgebruiker van die stoffen ergens halverwege het proces uit beeld is verdwenen. Wij willen dat de gebruiker vanaf het begin bij de ontwikkeling van nieuwe medicijnen wordt betrokken. Maak geen medicijnen voor ons, maar maak ze met ons. Betrek de patiënt, gebruik patiëntenregisters om te zien wat voor wie helpt en wat niet.

Patiënten weten als geen ander wat ze nodig hebben, gebruik die kennis. Sla ze op in een Persoonlijke Gezondheidsomgeving waar de patiënt ook kan bijhouden hoe hij reageert op eventuele veranderingen van medicatie of hoeveelheid. En maak gebruik van nieuwe digitale technieken om de eenvoudige uitwisseling van gegevens uit het een-op-een contact te halen. Digitaal als het kan, persoonlijk als het nodig is. Als we de sleur kunnen digitaliseren ontstaat ruimte voor een echt gesprek in de spreekkamer. Dan krijgen we tijd om door te vragen: hoe gaat het met je, helpen je medicijnen, wat heb je nog nodig om je beter te voelen. Die gesprekken waarin de patiënt aangeeft wat wel en niet werkt zijn vervolgens bruikbaar bij de verdere ontwikkeling van medicijnen. En dat leidt weer tot beter en verantwoord medicijngebruik.

Jan Benedictus, programmamanager bij de Patiëntenfederatie Nederland.

Contact

Laatst gewijzigd op 17 augustus 2020