Persberichten
Meer inzicht in voorschrijfgedrag huisartsen
06 maart 2012
De Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen helpt huisartsen bij het voorschrijven volgens de richtlijnen. Met de monitor, ontwikkeld door het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) en Vektis, kunnen huisartsen in één oogopslag hun eigen prescriptiecijfers inzien en vergelijken met regionale en landelijke gemiddelden. Op een makkelijke en efficiënte wijze zien huisartsen in hoeverre zij volgens de richtlijnen voorschrijven en hoe hun voorschrijfgedrag zich ontwikkelt. Via mvh.zorgprisma.nl hebben huisartsen direct toegang tot de monitor.
De Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen is de opvolger van de Benchmark Voorschrijfgedrag Huisartsen en geeft inzage in de prescriptiecijfers van 28 indicatoren, rond 20 verschillende geneesmiddelen en aandoeningen. De indicatoren zijn gebaseerd op de actuele NHG-richtlijnen van de meest voorgeschreven geneesmiddelen. Met declaratiegegevens van apotheken en apotheekhoudende huisartsen van alle zorgverzekeraars zijn de indicatoren berekend. De monitor biedt daarom uitsluitend inzage in de prescriptiecijfers van medicijnen die vergoed worden. Een huisarts kan in de monitor bijvoorbeeld bij de indicator 'voorkeursmiddelen statines' zien in hoeveel procent van de keren dat hij in 2010 statines voorschrijft, hij het voorkeursmiddel op het recept noteert. Vervolgens kan hij zijn score vergelijken met de landelijke score. In de monitor staan onder andere ook de indicatoren voor ACE-remmers, PPI, en bisfosfonaten.
FTO voorbereiden
Huisartsen kunnen in de monitor de ontwikkeling van hun voorschrijfgedrag per indicator, een totaal overzicht van de eigen praktijk, de uitkomsten per regio en de landelijke ontwikkelingen opzoeken en vergelijken. De cijfers helpen een Farmacotherapeutisch overleg (FTO) sneller en makkelijker voor te bereiden en te bepalen welke onderwerpen in het FTO of de eigen praktijk aandacht verdienen. De monitor vormt daarnaast een goede basis voor overleg met zorgverzekeraars.IVM en Vektis
De Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen is financieel mogelijk gemaakt door het ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland. Het IVM ontwikkelde in samenspraak met zorgverzekeraars de indicatoren, Vektis berekende ze en ontwikkelde de digitale gebruikersomgeving. In de volgende fase wordt de monitor verder uitgebreid met aanvullende indicatoren en wordt een beheermodule toegevoegd. Deze beheermodule stelt huisartsen in staat om bijvoorbeeld andere huisartsen en/of apothekers toegang te geven tot zijn of haar gegevens. Meer informatie over het gebruiken van de monitor staat op mvh.zorgprisma.nl, in deze factheet en in dit informatiefilmpje. Informatie over Vektis staat op www.vektis.nl.


Jonge vrouwelijke huisartsen schrijven het beste voor
25 januari 2012
Patiënten met een jonge vrouwelijke huisarts worden vaker volgens de richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) behandeld dan patiënten met een oudere, mannelijke huisarts. De kans dat deze patiënten betere en goedkopere medicijnen voorgeschreven krijgen, is daardoor groter. Dat zegt het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) dat het voorschrijfgedrag van huisartsen onderzocht. Lees hier het volledige rapport.
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom jonge vrouwelijke huisartsen meer volgens de richtlijnen voorschrijven. Jonge vrouwelijke huisartsen zijn wellicht beter op de hoogte van de NHG-richtlijnen en/of minder gevoelig voor marketingactiviteiten van de farmaceutische industrie. 'Wat de doorslaggevende reden is dat jonge vrouwelijke huisartsen beter medicijnen voorschrijven, is moeilijk te zeggen', zegt Ruud Coolen van Brakel, directeur van het IVM. 'Daarom pleiten we ook voor meer onderzoek zodat we huisartsen die minder goed volgens de richtlijnen behandelen, beter kunnen helpen hun voorschrijfgedrag te verbeteren'. Het IVM wil dat zo veel mogelijk huisartsen volgens de richtlijnen voorschrijven omdat daarmee de patiënten de beste zorg krijgen.
Grote regionale verschillen
Het IVM ontdekte ook grote regionale verschillen. Huisartsen in Midden- en Zuid-Limburg schrijven het minst volgens de richtlijnen voor. In de regio's Maastricht, Heerlen, Roermond en Weert doen de huisartsen het beduidend slechter dan hun collega's in de regio's Almere, Lelystad en Zwolle. Coolen van Brakel: 'Dat kan verschillende oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld regionale gezondheidsverschillen, regionale afspraken tussen zorgverzekeraars en het beleid van zorgverzekeraars. Wij adviseren zorgverzekeraars om huisartsen in regio's die laag scoren te stimuleren in beter voorschrijven'.
Bloeddrukverlagers
Bij zogenaamde RAS-remmers, dit zijn bloeddrukverlagende middelen, zijn de verschillen in het voorschrijfgedrag het grootst. Het IVM vindt dat wat betreft deze middelen het voorschrijfgedrag echt beter moet en stelt voor dat het Ministerie van Volksgezondheid een vergoedingsbeleid gaat invoeren voor deze middelen, net zoals bij cholesterolverlagers gebeurt. Alleen de meest doelmatige middelen, dezelfde kwaliteit maar met een lage prijs, worden dan door de zorgverzekeraar vergoed waardoor er een sterke prikkel is om goed voor te schrijven.
Kaart: regionale verschillen voorschrijfgedrag type bloeddrukverlager (ACE-remmers)
Beste zorgverzekeraar
Verzekerden bij zorgverzekeraar Salland worden door huisartsen het meest volgens de NHG-richtlijnen behandeld. Daarna volgen Zorg en Zekerheid, Agis en Zilveren Kruis Achmea. Zorgverzekeraar Azivo scoort volgens het IVM het slechtst. Het IVM concludeert dit op basis van de 'Monitor voorschrijven huisartsen' die het in samenwerking met Zorgverzekeraars Nederland en Vektis heeft opgezet. In de monitor worden 28 indicatoren berekend op basis van de declaratiegegevens van apothekers en apotheekhoudende huisartsen aan hun zorgverzekeraars. Deze cijfers zijn binnenkort ook voor individuele huisartsen toegankelijk zodat zij meer inzicht krijgen in hun eigen voorschrijfgedrag.
'Het praatje aanhoren, hoort erbij'
22 december 2011
Huisartsen die artsenbezoekers ontvangen, krijgen nog altijd op verkoop gerichte en daardoor onevenwichtige informatie over geneesmiddelen. Dit blijkt uit onderzoek van Gezonde scepsis onder 88 huisartsen in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheid (IGZ). Deze bevinding is opvallend, omdat farmaceutische bedrijven beweren dat zij zich steeds meer op ondersteuning en advisering van artsen richten, en minder op de marketing van geneesmiddelen. Door de onevenwichtige informatie bestaat het risico dat huisartsen niet het beste en goedkoopste medicijn voorschrijven. Volgens Gezonde scepsis kunnen huisartsen beter niet individueel artsenbezoekers ontvangen en gebruik maken van alternatieve bronnen van informatie, zoals onafhankelijke tijdschriften en nascholing. Lees het volledige rapport.
Gezonde scepsis, onderdeel van het Instituut van Verantwoord Medicijngebruik (IVM), onderzocht in hoeverre de rol van artsenbezoekers de afgelopen jaren is veranderd en nam 117 verslagen van artsenbezoeken onder de loep. 'In tegenstelling tot wat de industrie beweert, staat de marketing van het geneesmiddel centraal en niet het geven van evenwichtige informatie', licht Ruud Coolen van Brakel, directeur van het IVM toe. 'Informatie over bijwerkingen van het geneesmiddel, de kosteneffectiviteit en alternatieve behandelopties ontbrak of was niet compleet. Huisartsen krijgen niet het hele verhaal te horen en dat beïnvloedt de keuze voor het juiste medicijn'.
De helft ontvangt artsenbezoekers
Naast Gezonde scepsis draagt het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) het standpunt uit om individueel geen artsenbezoekers ontvangen, maar toch staat bij de helft van de onderzochte huisartsen de deur voor artsenbezoekers open. Een kwart ontvangt zelfs wekelijks artsenbezoekers. Driekwart van de onderzochte huisartsen ontvangt artsenbezoekers om op de hoogte te blijven van actuele ontwikkelingen. De overige huisartsen omdat ze een cadeautje krijgen of omdat de artsenbezoeker hen ondersteuning biedt. Huisartsen ontvangen bijvoorbeeld een reflexhamer, scalpel, vetpercentagemeter, usb-stick, mok of boek. Ondersteuning bestaat bijvoorbeeld uit het faciliteren van nascholing of het uitvoeren van preventief onderzoek bij patiënten naar het bestaan van allergie of botontkalking. 'De huisartsen zeggen dat het praatje aanhoren er dan bij hoort', aldus Coolen van Brakel. 'Wij hebben de indruk dat huisartsen de invloed van artsenbezoekers op hun voorschrijfbeleid bagatelliseren, terwijl meerdere onderzoeken aantonen dat huisartsen die artsenbezoekers ontvangen, vaker nieuwe geneesmiddelen voorschrijven. Geneesmiddelen die niet per definitie beter zijn'.
Aandacht voor beïnvloeding
Uit het onderzoek van Gezonde scepsis blijkt verder dat farmaceutische bedrijven zich met hun adviserende en ondersteunende rol ook richten op de praktijkondersteuners van huisartsen. 'Huisartsen en hun praktijkondersteuners moeten weten dat deze tactiek niet bepaald onschuldig is', zegt Coolen van Brakel. 'Juist het meedenken en het bieden van ondersteuning is een effectieve manier om te beïnvloeden en artsen welwillend te maken ten opzichte van het farmaceutische bedrijf'. De aanbeveling aan het NHG is om het standpunt over artsenbezoek naar huisartsen toe actiever onder de aandacht te brengen.
Pagina 1 van 29



