Bevoegd en bekwaam

Bij medicatie is een onderscheid te maken tussen risicovolle en voorbehouden handelingen. Voorbehouden handelingen liggen vast in de Wet BIG. Maar hoe zit dat met medicatie geven als risicovolle handeling?

De Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (WKKGZ) verplicht zorginstellingen tot het leveren van verantwoorde zorg. Daaruit volgt dat de zorginstelling moet zorgen voor goed geschoold en bekwaam personeel, bijvoorbeeld door het aanbieden van scholing. De zorginstelling moet voorwaarden stellen aan de zorgmedewerkers voor het geven van medicatie. Bovendien moet ze de kwaliteit van handelen kunnen controleren. Vanuit de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG) heeft de zorgmedewerker de verantwoordelijkheid om de eigen bekwaamheid op peil te houden.

Om medicatie te mogen geven (risicovolle handeling) moet een zorgmedewerker bevoegd en bekwaam zijn. In algemene zin zijn alleen verpleegkundigen en verzorgenden vanaf niveau 3 vanuit hun beroepsopleiding bevoegd om medicatie te geven.  Voor andere medewerkers geldt dat zij opgeleid moeten worden om deze bevoegdheid te verkrijgen. De vraag is welke scholing en begeleiding deze medewerkers nodig hebben om bevoegd en bekwaam te zijn om medicatie te delen.

In de Leidraad Bekwaamheid bij medicatie geven in de langdurige zorg (V&VN, 2014) staat beschreven welke competenties een medewerker in de zorg nodig heeft om medicatie te geven, met uitsluiting van de voorbehouden handelingen. Deze Leidraad heeft betrekking op alle medewerkers in de langdurige zorg en omvat alle toedieningsvormen van medicatie, met uitzondering van de voorbehouden handelingen. De Leidraad maakt geen onderscheid naar type werkzaamheden. Dat betekent bijvoorbeeld dat iemand die baxtermedicatie aanreikt, aan dezelfde eisen moet voldoen als iemand die medicatie met een bijzondere toedieningsvorm geeft.

De inhoud van de Leidraad is te vinden via de site van het IVM: http://www.medicijngebruik.nl/product/detail/2114

Niveau aangeboden scholingen

Om op een verantwoorde manier een rol te spelen in het medicatieproces geldt voor alle medewerkers (of dit nu bijvoorbeeld helpenden niveau 2 betreft of HBO-opgeleide agogen) dat hun begripsniveau en hun niveau van handelen minimaal vergelijkbaar moet zijn met verzorgende niveau 3, ook al is dit niveau niet in de initiële opleiding bereikt. Van een medewerker die niet in staat is om medicatiekennis op niveau 3 tot zich te nemen, mag niet verwacht worden dat deze in staat is een rol te spelen en verantwoordelijkheid te dragen in het medicatieproces.

Scholingsadvies medicatie voor medewerkers
Voor een zorginstelling die medewerkers op een verantwoorde manier een rol wil geven in het medicatieproces geven we het volgende advies:

1.  De zorginstelling, en liefst ook de betrokken medewerker zelf, neemt kennis van de inhoud van de Leidraad Bekwaamheid bij medicatie geven in de langdurige zorg, en richt de scholing hierop.

2.  De medewerker volgt scholingen die qua inhoud aansluiten bij bovengenoemde Leidraad en die de medewerker opleiden op het gebied van:

  • kennis over medicatieveiligheid, 
  • vaardigheden, door middel van een cursus gericht op theorie van de afzonderlijke vaardigheden in combinatie met praktijkscholing binnen de zorginstelling (skills-lab), 
  • inhoudelijke kennis over medicatie, zoals veel voorkomende medicijngroepen

3.  Een leidinggevende of opleider observeert de medewerker enkele malen bij het geven van de medicatie en maakt hiervan een aantekening in het personeelsdossier (component professionele houding). Concreet betekent dit dat iedere toedieningsvorm die de medewerker mag toepassen, enkele malen (zoals gebruikelijk binnen de zorginstelling voor medewerkers niveau 3 en hoger) onder bekwame begeleiding op de juiste manier in de praktijk uitgevoerd is.